Ik heb dus twee kaarten gevonden in het Gelders Archief van de Voorsterbeek en Beekbergsebeek. Eentje uit 1660 en de ander uit 1662.

Meer over de eerste kaart met alle teksten.

Kaart uit 1660
bron: Gelders Archief 0124 5447-1663-4-0001

Meer over de tweede kaart met alle teksten.

5447-1663-4-0002 kaart 16
Voorst in 1662, GA 5447-1663-4-0002

Beide kaarten horen bij een proces uit 1663 tussen J.B. Grootenhuijs contra J. van Steenbergen tot Nijenbeeck, Papiermolen in de Emperbeek bij Loenen. Dat moet ik nog lezen.

Het draait om een conflict tussen de Nijenbeekse molen en de boerderij de Weijenberg. De molen krijgt water uit de Beekbergerbeek en uit de Loenensebeek die daarin uitmondt. Maar blijkbaar had boerderij de Weijenberg de Loenensebeek deels afgetakt naar hun velden om te irrigeren. Dat is natuurlijk vervelend voor de watermolen want dan krijgt die minder water.

Waarin verschilt deze kaart uit 1662 met die andere uit 1660?  Ook nu gaat het over de Loenensebeek die uitmondt in de Voorsterbeek maar wordt omgeleid naar het questieuse strangsken. Op de kaart uit 1660 wordt dit strangsken de Emperbeek genoemd, ik heb hem bij D laten aftakken van de Silvoldsebeek. Maar op de kaart uit 1662 is de Silvoldsebeek inmiddels opgedroogd, loopt de Loenensebeek naar dit strangsken en loopt het bovendien ten noorden van de Weijenberg: dat duidt erop dat de aftakking noordelijker ligt, meer richting punt F. De twee kaarten zijn bij de verschillende kanten horen: de ene misschien de huidige situatie, de andere een voorstel. Ik moet de stukken lezen, maar ik wil zoveel lezen.

ahn voorst
bron: AHN, bewerking: Mathilde

Ik zoom in op het deel op het AHN bij F en teken de beken in. De Emperbeek laat ik wat noordelijker aftakken. De Silvoldsebeek was blijkbaar niet meer watervoerend.

Capture
bron: AHN, bewerking: Mathilde

Die was inmiddels blijkbaar verloren vanwege de omleiding naar de molens in Loenen. Dat betekent dat het water van de Emperbeek, het questicuulse strangsken, uit de Loenense molenbeek werd gehaald, en die moest daarvoor een behoorlijke scherpe bocht maken. Vandaar de afsnijding. In het veld valt die afsnijding goed op, want op die plek buigt de beek van de weg af: de weg loopt door naar de brug bij Clabanus, punt A op de topokaart.

Maar waarom al deze moeite doen? In de Gelderse bekenatlas staat geen molen in de Emperbeek. Blijkbaar is het plan niet doorgegaan. En toch hebben ze de Emperbeek extra gevoed met water. Eerst graven en dan pas een molen bouwen lijkt me ook niet logisch, nee er moet een andere reden zijn.

Ik kan maar een reden bedenken: irrigatie. De tekst bij de Weijenberg luidt immers geïrrigeerd mul zand. Dat ga ik eens uitzoeken in een ander verhaal.