Een van mijn favoriete middagwandelingen loopt van station Veenendaal West naar Rhenen. Dit is echt een topwandeling waarbij ik graag het verhaal van de geschiedenis van ons landschap vertel.

ahn kleur

Ik ga met de fiets naar het station en de trein staat al klaar. Een kwartiertje later stap ik uit bij het station Veenendaal West. Vandaar is het bos een kwartiertje lopen.

Egelmeer

Eerst ga ik naar mijn favoriete plek, het Egelmeer. De Romeinen noemden dit Mare Aegum, en dat is in de loop van 2000 jaar verbasterd tot Egelmeer. Wow, wat een mooi verhaal.

stuwwal

Ik houd vanaf hier oost aan, over de toppen van de heuvelrug, met paadjes vol stenen. De meeste stenen op de grond zijn kwarts en zandsteen met kwartsaders erdoorheen. Waar zouden die vandaan komen? De stenen bovenop een stuwwal zijn niet door de gletsjer aangevoerd, maar liggen hier al veel langer. De gletsjer heeft namelijk de aanwezige bodem opgestuwd, zoals je dat zelf na kunt doen in een zandbak: persen maar. Dit kan uiteraard alleen waar de ondergrond zacht is, en dan met name waar lagen zand worden afgewisseld met klei dat op de druk van het ijs reageert door opzij te glijden. Daarom zijn stuwwallen uniek voor Nederland en Noordwest Duitsland. Verder komen ze bijna nergens ter wereld voor. Er bestaat niet eens een Engels woord voor dat de specifieke lading dekt. Zeg dus nooit meer ‘ooh wat is het hier mooi, het lijkt wel buitenland.’ Nee integendeel, stuwwallen zijn typisch Nederlands.

Bij een heideveld kloppen de geelrode en witrode paaltjes niet meer. Maar ik ken het hier en loop ongehinderd verder naar de weg Elst-Veenendaal. Die kun je maar op drie plekken oversteken en gelukkig had ik goed gegokt. Maar goed, als jij het hier niet zo goed kent, neem dan toch even de kaart erbij.

Ik kom uit bij de voormalige jeugdherberg (met een bijzonder openluchttheater) en steek de weg over. Vanaf hier prachtige uitzichten over de Rijn. Ik loop langs de voormalige tabaksplantage Willem III en de Remmerdense Heide.

sandr

Deze helling is een sandr, een puinhelling aan de voet van de stuwwal. Aan deze zuidkant heeft nooit ijs gelegen. Ja in de winters natuurlijk, maar niet het grote ijsveld dat vanuit Scandinavië ons overweldigde.

Ik volg roodwit verder. Het is goed te zien dat deze helling vroeger een plantage was, de begroeiing is onnatuurlijk leeg. Bij een kruising met een klimmend pad vanaf de bewoonde wereld sta ik precies in het midden van een smeltwaterdal uit de laatste ijstijd, het Weichselien. Het pad van rechts volgt logischerwijs precies de laagste lijn door het dal, en ik ga met dat pad mee naar boven verder de helling op. Terecht is dit een aardkundig monument. Ik kom weer in het bos, volg roodwit en loop door lange boslanen naar de gigagrote groeve van Kwintelooijen. Hier werd zand afgegraven, maar dat zand was afgewisseld met leemlagen. Ja dat kan op een stuwwal. Er zijn ook heel wat fossielen gevonden, van mammoeten en zo. Wow wat kun je hier toch ver kijken over Veenendaal. Ik kijk nu in het dal waar het ijs lag, het glaciale bekken, nu de Gelderse Vallei. Dat ijs moet meer dan 300 meter dik zijn geweest, wat geologen hebben kunnen uitrekenen aan de hand van de hoogte van de stuwwallen. Het is niet voor te stellen dat hier pal voor mijn neus een gletsjer lag van 300 meter dikte.

Beneden in de afgraving ligt een eenzame heuvel, een prachtig aardkundig monument, waar de opeenvolging van aardlagen mooi zijn te zien. Maar het is een hele afdaling en daarna weer een hele klim. Bovendien worden de hellingen intensief gebruikt om te spelen, mountainbiken en nog meer leuks dus veel is er niet meer te zien.

Leem, grind, zand, klei, alles kun je hier vinden. Dat komt omdat een stuwwal bestaat uit lokaal materiaal dat door het ijs opzij en omhoog is gestuwd. Dat wat in de Betuwe netjes boven op elkaar ligt, ligt hier naast elkaar, allemaal lagen die eigenlijk rivierafzettingen zijn van de Rijn die hier voor het ijs kwam naar het IJsselmeer stroomde.

De stuwwallen zijn al lang bewoond. Hier en daar zie ik een grafheuvel. Op de reliëfkaart van het AHN zie ik op meerdere plekken celtic fields, een mooiere naam hiervoor is raatakkers. De veldjes hebben niets met de Kelten te maken. Het zijn complexen van kleine vierkante landbouwveldjes die van elkaar gescheiden zijn door walletjes van puin. Ik vind dit uiterst logisch: wie op deze plek gaat landbouwen, gooit de vele stenen en boomstronken uit de grond aan de kant. Dat worden vanzelf walletjes. In het bos zie ik er niets van.

sterrenbos

Ik loop naar de Paasberg. Zou de Paasberg een voormalig sterrenbos met prachtig uitzichtpunt voor de niet-zo-goed-jagende-kasteelheer geweest zijn? Klinkt logisch, kon hij ook eens raak schieten.remmerden

Ik loop verder en kom uit bij de leemkuil, met trap en bankjes op de bodem. Hier werd blijkbaar klei uitgegraven. Nu is het een leuke speelplek. Bijzonder, dat gat staat al op de kaart van 1850 ingetekend. Moet je wel met een vergrootglas kijken, maar dan vind je ook wat.

smeltwaterdal

Vlak voor Rhenen, bij het pompstation, nog een prachtig smeltwaterdal. Een smeltwaterdal is ontstaan als afwatering van de stuwwal zelf, en loopt dus per definitie niet verder dan de waterscheiding. Het is nu een droog dal: er stroomt nauwelijks water door, maar dat moet destijds heel anders zijn geweest. Je herkent het zo als breed dal met een platte bodem, met hoogstens een klein beekje erin dat veel te klein lijkt voor het dal.

uiterwaard

Daarna Rhenen in, langs de molen, langs de kerk, en de uiterwaard door.

Bij de Rijnbrug links richting het station. En daar staat mijn fiets.

Een schitterende route!