uddel-satelliet

Lopen over het smeltwaterterras van Uddel tussen de stuwwallen. Over stuifzand en duinen, door bos en hei, langs de pingoruïne van het Uddelermeer en de ringwalburg.

Op de satellietfoto is fantastisch te zien hoe Garderen, Uddel, Elspeet en Speuld een bewoonde landbouwenclave vormt temidden van de bossen van de Veluwe. Niet een beetje bosjes, nee aan alle kanten uitgestrekte wouden. Waarom is dit zo? Andere grond, andere waterhuishouding? Lees verder.

stuifzand, heide en produktiebos

Die bossen zijn uiteraard geen natuurbossen. De meeste zijn geplant in de negentiende eeuw om het hoofd te bieden aan het oprukkende stuifzand dat inmiddels van de Veluwe de grootste woestijn van Europa had gemaakt. Het Kootwijkerzand is de laatste grootste rest van deze woestijn, er zijn een groot aantal kleinere zandbakken die we nu koesteren. Het doel van die bossen was hout voor de mijnen in Limburg. Op dat stuifzand groeide natuurlijk niets, maar dennen en sparren wilden nog wel aanslaan. En zo zijn de uitgestrekte naaldbossen van de Veluwe geplant, met rechte paden ertussen en geen greintje natuur of fantasie. Produktiebossen, niet natuurlijker dan een maisakker. Wat niet wil zeggen dat er niet allerlei natuur tussen ontstaan is. Vogels, andere beesten, planten: er gedijt van alles tussen, in, op en naast de naaldbomen. Natte plekken, economisch waardeloze stukjes, werden leuke vennetjes. En sinds de mens graag wandelt en verblijft op de Veluwe, worden de saaie naaldbossen geleidelijk aan vervangen door een afwisselender gebied met ook loofbomen ertussen. Veel eerder kon niet, want loofbomen hebben een voedselrijkere grond nodig, en die is nu na honderdvijftig jaar naaldbos wel gevormd.

Behalve bos zijn er ook uitgestrekte heides. Heide is een merkwaardig stukje landschap: wij vinden het nu prachtig, maar het is niets natuurlijks. Schapen lusten geen heide, en al het andere wel. Dus laat een kudde schappen een gebied te zwaar begrazen en er ontstaat een heideveld. Haal je daarna de schapen weg en doe je een aantal jaren niets, dan is de heide ook zo weer weg en overgenomen door de Natuur, volgegroeid met dennen, berken. Ook mooi, maar wij bepalen wat ergens mag groeien. De natuur zal toch eens anarchistisch zelfstandig aan de slag gaan. Veel heidevelden vergrassen door vervuilde regen die teveel voedingsstoffen in de grond brengt. Waar grond te vruchtbaar wordt, wordt de heide snel weggeconcurreerd door andere planten zoals bochtige smele (gras), bosbes, braam, of dus die berken. En dat willen we dus niet, dus plaggen we de grond weer af zodat alle voeding weer weg is, en dan kan alleen heide nog overleven.

Tot zover de omgeving van Uddel. Maar waarom dan die oude landbouwenclave van Uddel en Elspeet? De enclave van Uddel ligt op een smeltwaterterras (kameterras). Dit is het enige grote smeltwaterterras in Nederland, dus superbijzonder. Ik zal proberen het ontstaan van dit gebied begrijpelijk uit te leggen.

glaciaal bekken

Oke, daar gaan we. Het verhaal begint 250.000 jaar geleden met de voorlaatste ijstijd, het Saalien. Die ijstijd, waarbij overigens het klimaat op en neer ging dus eigenlijk is het een serie ijstijden, duurde in totaal 130.000 jaar. Een 200 meter dikke laag landijs bedekte aan het eind van die periode de noordelijke helft van Nederland tot aan zo ongeveer de huidige grote rivieren.  Dat ijs kwam uiteraard vanuit het noorden en gleed langzaamaan het diepe dal van de oude Rijn, nu de Gelderse Vallei in. Die bestond uit twee ijslobben: eentje volgde zijn weg richting Wageningen en de tweede meer naar het oosten richting Lunteren en Oud-Reemst. Een ander ijsveld (misschien wel in een andere periode) kwam meer uit het noordoosten en gleed de IJsselvallei in tot aan Arnhem en Nijmegen toe.

stuwwal

Naar voren en naar opzij perste het ijs de oorspronkelijke bodem weg. Hier vertel ik meer over het ontstaan van de stuwwallen. Het ijs in de Gelderse Vallei perste de Utrechtse heuvelrug en de stuwwal van Ede op. Een kleinere oostelijke ijslob perste de stuwwal van Reemst en Garderen op. Het ijs in de IJsseldal duwde de grote stuwwal van Oost Veluwe op.

ahn kleur veluwe-noord

smeltwaterterras of kameterras

130.000 duizend jaar geleden werd het warmer en smolt het ijs langzaam weg. Het smeltwater zocht een uitweg door de stuwwallen heen. Op verschillende plekken braken die door, maar niet bij Uddel. In de driehoek van Uddel tussen de stuwwallen van Garderen en die van Oost-Veluwe ontstond tussen het ijs en de stuwwal een meer. Intussen begonnen de stuwwallen te eroderen door water en wind, zoals altijd en overal: wat boven de rest uitsteekt wordt weggeschuurd. Ook richting de gletsjer stroomde water met puin naar beneden, het meer in: klei, zand, grind. Al dat erosiemateriaal kwam terecht in het meer in de rand tussen het ijs en de stuwwal. Uiteindelijk droogde het meer op of stroomde het water naar het IJsselmeer met achterlating van al dat erosiemateriaal tegen de stuwwal aan: het smeltwaterterras!

De pret van de warmte duurde niet lang, zo’n 15.000 jaar, en toen werd het alweer kouder. 115.000 jaar geleden begon het Weichselien, de laatste ijstijd. In die periode heeft het landijs Nederland niet bedekt, maar het zal hier zoiets geweest zijn als het Noorden van Siberië nu. Lange winters, met ijs en sneeuw en korte droge zomers. Gure stormen joegen over het kale land. 10.000 jaar geleden werd het weer warmer en zo leven we nu nog.

stuifduinen

Holoceen: De landschapskaart van 9000 jaar aD toont op de Veluwe  uitgestrekte stuifzandgebieden. Niet alleen hier, maar ook aan de westkant tegen de Utrechtse Heuvelrug en tegen de hele westflank van deze Veluwe Stuwwal. De overheersende westenwinden voerde in het koude en droge steppeklimaat heel wat zand vanuit de kust mee, en legde dat neer tegen de westflanken van de hoge stuwwallen. Vandaar die zandgronden aan de westflanken van de stuwwallen en de prachtige paraboolduinen, het leek Namibië wel. Op deze duinen is veel productiebos aangeplant, en daar golft de bodem dus lekker op en neer. Leuk hoor, lekker klimmen en dalen of nog leuker, een eind over een hoge duinkam lopen. Dat laatste kan bijvoorbeeld in het Meervelder Bos en in het Leuvenumse Bos. Zeker een keer doen, zeker iemand uit de Randstad zal niet weten wat hem overkomt als tie hoog over een kam door een bos loopt. Het lijkt wel de Ardennen, maar dat is onzin, want daar zijn geen stuwwallen en stuifduinen. Het is juist typisch Nederlands, want hier lag de grootste woestijn met stuifduinen van Europa.

Het smeltwaterterras loopt af naar het noordwesten, richting het IJsselmeer zeg maar, en water stroomt dus die kant op. Het terras wordt afgewaterd door de Leuvenumse  Beek. Een unieke beek dus, de enige in Nederland die een smeltwaterterras afwatert.

ahn kleur uddelmeer-met-ringwalburcht

pingoruïne

Bijna klaar, nu alleen de pingoruïne van het Uddelermeer nog – die volgens mij geen pingoruïne is, maar een doodijskuil waar het laatste stukje ijslens is gesmolten, maar dit klinkt wanstaltig eigenwijs. Een pingoruïne dus, zie kaartje (AHN). Een pingo ontstaat waar grondwater uittreedt en dan net onder de grond bevriest. Dat komt veel voor in het Koude Noorden. Pingo is dan ook een Inuitwoord. Doordat de aanvoer van het grondwater doorgaat, ontstaat een ijslens die van onderen aangroeit en omhoog geduwd wordt. Op deze lens ligt een bodem, er kunnen zelfs planten op groeien als het daarvoor niet te koud is. Als het wat steiler wordt zakt de grond rond de lens naar beneden en vormt een ringwal. En als dan het klimaat warmer wordt en het ijs smelt, blijft een perfect rond meertje over met een ringwal eromheen. Maar goed, het Uddelermeer is niet rond en heeft geen ringwal eromheen. Wat dus de reden is van mijn eigenwijze denken dat dit geen pingoruïne is.

ringwalburg

Er ligt wel een ringwal naast, van een Middeleeuwse walburg, wow dat is een mooi ding, supergaaf! De burg dateert uit de tijd van Adela van Hamaland, en wie zin heeft kan op haar googelen en mooie verhalen lezen.

Op het reliëfkaartje van het AHN kun je de walburg schitterend zien. In die walburg ligt ook nog een grafheuvel. Wat je ook mooi kunt zien is hoe de Leuvensumse Beek aan de zuidkant ontspringt in het Uddelermeer en dan verder loopt naar het noorden richting IJsselmeer.

Ik hoop dat ik je een beeld heb kunnen schetsen van het ontstaan van dit unieke stukje Nederland, van een landschapsvorm die alleen hier voorkomt. Dus zeg nooit meer dat het hier zo mooi is, het lijkt wel buitenland. Nee nee, echt Nederlands.

Samen lopen?

Loop mee met en luister naar verhalen over stuwwallen, kame-terrassen, pingoruïnes en doodijskuilen.

Advertenties