Doorwerth
kaart uit 1925 van Doorwerth, Heveadorp en Heelsum. Het dorp Doorwerth lag aan de weg bij het kasteel, nu is daar geen huis meer te zien, maar nog wel de veldjes. Heveadorp bestond nog niet, de rubberfabriek ook nog niet: in het dal van de Seelbeek lag de modelboerderij Huis ter Aa. De stuw en sluis in de Rijn was ook nog niet gemaakt.

 

Vriendin woont in Arnhem, ik in Wageningen. We besluiten beiden richting de stuw van Driel te fietsen en de naamloze Doorwertse berg te beklimmen. Die is 66 m +NAP, en waar we de fietsen hebben staan is 10 m +NAP, dus we hebben een klim van 56 meter voor de boeg.

Ik ben er het eerst en lig lekker te genieten in het gras. Helemaal geen straf om zo een kwartiertje te moeten wachten.

We zetten de fietsen bij de sluis. Zo’n sluis vind ik echt helemaal geweldig, een superslim systeem. De stuw, die als hij open is twee  buitenaardse bogen in de lucht vormt, is dicht. Grote Rijnaken, niet zo groot als op de Waal, maar toch best groot, persen zich zo dicht mogelijk op elkaar in de sluis. Uiteindelijk gaan de deuren dicht en de andere deuren open en stijgt het water en de schepen. En dan varen ze verder, naar Arnhem of naar Duitsland.  Waarom ze deze route nemen en niet die veel grotere over de Waal, is mij een raadsel.

We kijken een tijdje gefascineerd naar de bedrijvigheid en lopen dan over de zomerdijk richting kasteel Doorwerth. Wat is het hier wondermooi. Links van ons het water, de stuw en de schepen, rechts van ons het weiland en daarachter de hoge stuwwal van Doorwerth. In de verte voor ons zien we de brug van de A50, en als we ons omdraaien zien we Arnhem liggen. Deze grote vlakte is een pradolina en hoort bij de stuwwal. Smeltwater van het ijsveld samen met de Rijn en Maas vonden zich hier en zochten samen een uitgang naar het westen.

Een eindje verder komen  we bij de zwenkkolk, waar schepen kunnen keren mocht dat nodig zijn, en daar zijn mensen aan het zwemmen. Dat moet kunnen. Bij Wageningen is het zwemmen echt eng, elk jaar verdrinken er wel een of twee. Meestal na een biertje en een weddenschap.

Het pad gaat naar het kasteel. Wij dus ook. Bij het kasteel is een geweldig cafe, waar je zelf ijskoud water mag tappen en zelf een dot slagroom op je taart mag doen. Gratis ja.

Na dit lekkere oponthoud lopen we richting de bossen van de stuwwal. Voor we daar zijn lopen we nog langs oude watergootjes. Dit moet een irrigatiesysteem zijn geweest, waarschijnlijk van de moestuinen van het kasteel.

ahn kleur 1 veluwezoom west
bron: AHN

En dan lopen we eindelijk de koele bossen in en gaan richting de top. Die is niets bijzonders natuurlijk. Er is op deze berg een uitkijktoren gebouwd, maar die staat niet eens in de buurt van de top.

We lopen verder naar de Duno. Hier liggen veel restanten van geknutsel van vroeger, toen rijkelui een Efteling maakten van deze hellingen, Zwitserland in het klein, met watervalletjes, bruggetjes, rotsblokken van cementrustiek. Als een tuinkaboutertuin met vijver, nep waterput, pomp en bruggetje, maar dan in het groot. Allerlei oude knutselwerkjes, zoals neprotsen, trappetjes en vijvers, worden in oude luister hersteld.

ahn kleur 0.3 veluwezoom west renkum
bron: AHN

In twee mooie jonge dalen zijn alle bomen weggehaald. In het kale dal wordt het kleine stroompje water, dat bovenaan in een bron ontspringt, naar beneden geleid via stenen, watervalletjes en enkele vijvers. In de onderste vijver oranje goudvissen, die wij hier, vijftig meter hoger, scherp kunnen zien. Het is een herstel van de situatie van voor de Tweede Wereldoorlog, toen dit keurig aangelegde Zwitserse tuinen waren van landgoederen.

We komen bij het grasveld van de Duno. Het huis is allang weg, maar de tuin is er nog. Bijzonder is vooral de entree met de hoge taxushaag met rododendrons.

We lopen nog even over de Walburg. Het broertje hiervan ligt op de Grebbeberg, het neefje bij Uddel. Ook bij Ubbergen en Montferland liggen walburgen. Oude Middeleeuwse verdedigingswerken, in een mist van vergetelheid gehuld. Deze en die op de Grebbeberg kijken overweldigend uit over de Rijn. Vandaag is het helder, en we zien de heuvels bij Groesbeek duidelijk liggen.  Plaatsen van de macht, heersend over het zompige land voor ons. Wat een ellende moet het geweest zijn om van hier naar Nijmegen te komen toen de rivieren nog niet keurig gekanaliseerd waren en de hele Betuwe een groot moeras was vol kreken, rietvelden, rivierlopen, met hier en daar een zandige oeverwal zoals bij Hemmen. Waar dus het allergrootste kasteel van Gelderland lag, onneembaar, onbereikbaar voor wie de weg niet wist.

Hoe anders is ons leven nu. Na een uitgebreide rustpauze op het keurige grasveld onder een keurig aangeplante boom lopen we weer zonder vrees voor rovers en wolven naar de stuw van Driel waar onze fietsen staan.

Nou er zijn slechtere manieren om een vrije zondagmiddag in te vullen.

meer lezen bij anderen: