IMG_20180108_135952.jpg
Seelbeek. foto: Mathilde

De Seelbeek bij Heveadorp: een beekje van een kilometer lang, met een verval van 22 meter en een debiet van 7 liter per seconde. 22 m per km is de kampioen tot nu toe van de beken die ik bekeken heb: de Seelbeek is de steilste Nederlandse bergbeek.

Ik ga met bus 51 (Arnhem-Wageningen) naar Doorwerth en stap uit bij halte Van der Molenplein. Ik loop naar beneden het bos in op zoek naar de bron van de Seelbeek. De beek staat op een oude kaart van Van Geelkercken uit 1712:

1668 (1)
Seelbeek in 1712, kaart van Van Geelkercken. Linksbovenin de kerk van Doorwerth aan het Van der Molenplein. In 2018 komen daar nog altijd zeven wegen bij elkaar, de kleinste is een wandelpad achter huizen langs. Daaronder van west naar oost de Oosterbeekse Weg, die ook nog steeds bestaat als Oude Oosterbeekse Weg. De Seelbeek ontspringt in D’Elst Hegge: een elzenbos, en elzen groeien daar nog steeds. Er lag daar blijkbaar een minidorpje en landbouwvelden, de voorloper van Heveadorp. Aan de monding in de Rijn Gat van d’A,: gat van het water. bron: Gelders Archief

Hier kan ik niet op lopen, toch is veel herkenbaar.

De kaart hieronder is van 1882: de bebouwing en landbouwvelden zijn weg, de Seelbeek stroomt door een groen dal met alleen bij de monding in de Rijn een huis. Het dal heet de Oostbeek: blijkbaar werd vanuit Doorwerth gedacht, en de Seelbeek was de grens van Doorwerth.

Opvallend zijn de drie sprengkoppen links. Ik kan niets vinden over watermolens in de Seelbeek, maar blijkbaar is er toch een reden geweest om sprengkoppen te graven. Sprengen graven met spa en kruiwagen lijkt me ontzaglijk veel werk, dus om daaraan te beginnen moet je wel een hele goede reden hebben. Die zie ik hier dus niet. De sprengkoppen liggen in een Elzenbroekbos dat van Geelkercken D’ Elst Hegge noemt. Elzenbroekbos is nat, moerassig. Dat is anders dan de andere beken hier in de buurt die alle in bos of heide ontspringen op droge harde grond, waarin je goed sprengen kunt graven. De Seelbeek heeft dus helemaal geen sprengen nodig, in een moeras sprengen graven is ook helemaal niet gemakkelijk. Het klinkt niet logisch, dus ik zoek verder.

Screenshot-2018-1-1 Topotijdreis 200 jaar topografische kaarten
De Seelbeek in 1882, hier Oostbeek geheten. Links de drie sprengkoppen. Links onderin het huis De Duno. De Seelbeek mondt rechts onderin uit in de Rijn. Bij de monding staat een huis, Huis ter Aa. bron: topotijdreis

In het Elzenbos heeft vanaf de Middeleeuwen een hof gestaan met een gracht eromheen.

IMG_20180108_142433.jpg
sprengkop van de Seelbeek. foto: Mathilde

Ik vermoed dat het helemaal geen echte sprengkoppen zijn, maar de cartograaf wist niets van het voormalige hof, zag de onnatuurlijke vijvers, en dacht: tuurlijk, sprengkoppen, net als overal hier. Ik denk dat de sprengkoppen grachten en vijvers waren van het voormalige hof. Op de kaart staan drie sprengkoppen ingetekend, maar dit lijkt helemaal niet op de huidige situatie waar ik nu loop, het is een wirwar.

IMG_20180108_142528.jpg
vijver met eiland in sprengenbos van de Seelbeek. foto: Mathilde

De huidige vijvers zijn nieuwer, en bij het graven hiervan in 1917 zijn de resten van het voormalige hof met gracht en ophaalbrug opgegraven. Het lijkt nu meer een cascadedal, met vijvers die in elkaar overlopen, eentje zelfs met een eilandje, en ik zie ook een droge gracht rond een rechthoekig terrein en heerlijk cementrustiek geknutsel.

IMG_20180108_143116.jpg
ingestort cementrustiek. foto: Mathilde

Ik geniet, en struin door het bos heen en weer.

IMG_20180108_142842.jpg
waterval met cementrustieke rotsen. foto: Mathilde

Ik zie toch ook twee sprengkoppen en vermoed dat ze veel jonger zijn dan de kaart van Van Geelkercken, dat het sprengen zijn om de landschapstuin van waterpartijen te voorzien, dat de kasteelheer- of dame Zwitserland wilde namaken met leuke watervallen en bruggetjes en dat daarvoor  de sprengen gegraven zijn. Een groot rotsblok is ingestort en blijkt hol, ik zie het kippengaas dat het cement bij elkaar houdt.

 

IMG_20180108_133507.jpg
brandvijver bij de Seelbeek. foto: Mathilde

De duiker onder de straat is niets bijzonders. Daarna stroomt de beek door een goot langs een grasveld, en ernaast ligt een vijver. Het lijkt op een molengoot met wijer, maar is blijkbaar een brandvijver van de rubberfabriek.

Het dal van de beek is uiterst asymmetrisch. Aan de noordoostzijde is de helling steil, aan de zuidwestzijde is de helling vlak. Veel droogdalen, sneeuwsmeltwaterdalen uit de laatste ijstijd, hebben deze vorm. Dat komt door het verschil in zon op de hellingen: de helling die het meest geniet van de warme middagzon, droogt het snelst op en blijft steil. De noordoostelijke helling van de Seelbeek ligt dus veel gunstiger ten opzichte van de zon dan de zuidwestelijke helling. De zuidwestelijke helling blijft nat, en met het water glijdt ook grond mee. De Seelbeek is dus een klein beekje dat toevallig in een oud droogdal stroomt.

Even wat cijfers: de stuwwal is ontstaan in de voorlaatste ijstijd, het Saalien, dus meer dan 126 duizend jaar oud. Het dal van de Seelbeek is ontstaan in de laatste ijstijd, het Weichselien, dus meer dan 12 duizend jaar oud. De sprengen zijn misschien 1000 jaar oud, en deze goot en vijver waar ik nu zit te niksen 100 jaar. Het water wat ik nu tussen mijjn vingers door laat stromen, is een paar honderd jaar geleden gevallen ergens op de Veluwe, is naar beneden gezakt, en stroomt nu weer lekker in de buitenlucht op weg naar de Rijn en de zee.

Het dal is al duizenden jaren bewoond, wat ik geen wonder vind. Onze voorouders zochten hun woonplaats op de beste plekken, keuze genoeg immers. Het dal van de Seelbeek ligt veilig hoog boven het hoge water van de Rijn, het zuiden is open dus het is een warm dal, de stuwwal geeft goede beschutting tegen de koude oostenwind, de westelijke helling is vlak en geschikt voor landbouw, er is brandhout genoeg en het allerbeste: de Seelbeek is een snelstromend beekje met uiterst schoon water en de bron dichtbij (dus geen conflicten met andere nederzettingen). Perfect dus. Ik verwacht dus ook wel raatakkers in de buurt, maar kan niets vinden op het AHN wat daarop lijkt. Ook geen grafheuvels.

De Rijn was in de buurt van de Seelbeek doorwaadbaar, bovendien kun je via het dal gemakkelijk de hoge Veluwe op. Logisch dat het dal in de Romeinse tijd op de route van Nijmegen naar het noorden lag. De ‘pas’ ligt ten noorden van de Seelbeek, en aan de andere kant begint ook weer een dal dat uitmondt in de Heelsumse Beek bij het bruggetje. Deze route is inderdaad superlogisch. Op de reliëfkaart van de Heelsumse Beek zie je de eeuwenoude karrensporen naar de doorwaadbare plek, maar die zijn dus niet bewaard bij de Seelbeek.

Het dorp ligt op de vlakke zuidwestelijke helling, de steile noordoostelijke helling is bos, en daar loopt een wandelpad vlak langs de beek. Fijn, zo wil ik het overal.

De derde kaart is uit 1912 met daarop de Modelboerderij Huis ter Aa. Het gat van de Aa is een oude naam voor het dal van de Seelbeek. Er zijn in Nederland heel wat beken die Aa heten (of verbasterd tot Ee), wat gewoon water betekent.

Screenshot-2018-1-1 Topotijdreis 200 jaar topografische kaarten(1)
De Seelbeek in 1915. bron: topotijdreis
IMG_20180108_135029.jpg
De filterkelder. foto: Mathilde

Modelboerderij Huis ter Aa was een melkveeboerderij. Het was zijn tijd ver vooruit. In de beek lag een filterkelder die het toch al schone water nog schoner filterde. Dit om de moestuin benedenstrooms van schoon water te voorzien. Die filterkelder ligt er nog en is prachtig opgeknapt. Ik kijk door het traliewerk naar binnen en geniet, maar begrijp niet echt wat ik zie. Een nog beter bord met uitleg zou welkom zijn.

Helaas ging de modelboerderij failliet en werd het bezit opgekocht door de heer Wilhelmi die hier een rubberfabriek begon: Hevea. Toen werd het dal en de beek verpest. Hier een kaart uit 1942.

Screenshot-2018-1-1 Topotijdreis 200 jaar topografische kaarten(2)
De rubberfabriek in het dal van de Seelbeek. Het Huis ter Aa is blijkbaar verplaatst. Verder is er een woonwijk gebouwd voor de arbeiders in vier blokken en een school. De beek gaat met twee stenen duikers onder de wegen door, maar hoe hij in de Rijn stroomt is onduidelijk. bron: topotijdreis

Het prachtige dal is opgeslokt door de rubberfabriek, van de schone Seelbeek is niets over. Voor de fabrieksarbeiders liet Wilhelmi een dorpje bouwen, Heveadorp: rubberdorp, naar de Latijnse naam voor rubber: Hevea brasiliensis. Tenslotte ging ook de rubberfabriek failliet. De gebouwen werden afgebroken en vervangen door woonhuizen. Zo de situatie in 2018:

Screenshot-2018-1-1 Topotijdreis 200 jaar topografische kaarten(5)
De Seelbeek en Heveadorp anno 2018. bron: topotijdreis

De oude arbeiderswoningen en de school staan er nog. De filterkelder is het gebouwtje aan de beek linksonder de W van Westerbouwing, net onder de kaartlijn. Opvallend is dat de beek volgens deze kaart niet door het diepste punt van het dal stroomt, maar vijf meter daar boven. Daar heb ik bij het wandelen niets van gemerkt overigens, mijn pad liep enkele meters boven de beek. Raar, foutje in de kaart, want het AHN is hier heel duidelijk in!

IMG_20180108_135556.jpg
betonblok van hek van de Heveafabriek. foto: Mathilde

Hier en daar kom ik een betonblok tegen en pas bij beter kijken zie ik daarin Hevea gekerfd: de blokken van het hek rond de fabriek.

IMG_20180108_135952.jpg
De Seelbeek. foto: Mathilde

Met veel plezier loop ik verder langs het water tot aan de monding in de Rijn. Gemeente Renkum heeft, in tegenstelling tot de andere beken langs deze kant van de Rijn, de Seelbeek niet van een mooi hekwerk voorzien. Dat zou wel mogen uit respect voor deze mooie beek.

IMG_20180108_140209.jpg
de Rijn bij het Drielse Veer. foto: Mathilde
IMG_20180108_140229.jpg
mooie paal. foto: Mathilde

De prikkeldraadpalen langs de wei ernaast zijn wel heel bijzonder. Moet de boer ze wel gebruiken zoals ze bedacht zijn, en niet zoals nu.

Bus 51 komt ook over deze weg onderlangs, het maakt niet uit welke kant ik op loop. Leuk tochtje hoor.

Meer lezen?

Advertenties