foto MosselNu het Otterlose Bos afgesloten bleek, zijn Vriendin en ik wezen wandelen aan de overkant van de weg, in het noordelijke puntje van Planken Wambuis: het Mosselse Zand.

Vroeger dacht ik dat dit bij het stuwwallengebied hoorde. Informatie uit boekjes en folders is vaak nogal oppervlakkig; ‘De Veluwe is een stuwwallengebied ontstaan in de voorlaatste ijstijd, het Saalien.’ Het Mosselse Zand hoort voor mijn gevoel bij de Veluwe, er woont immers niemand, er ligt zand, er groeien vliegdennen en er zijn sparren en dennen aangeplant. Maar wat doet dat zand bovenop een stuwwal? Klopt dat wel?

 

Nee dus.  Het Mosselse Zand (en Kootwijker Zand en andere Zanden) horen wel bij de Veluwe, maar zijn geen stuwwallen.

hollandn_1-3-2018_12-54-23_2.3
doorsnede door de glaciale dalen in Nederland. Aan de westkant van de stuwwal van de Veluwe ligt het op de tekening zwart gekleurde zand dat in de laatste ijstijd door de westenwind is afgezet tegen de helling van de heuvels aan. Op dat hellingzand liggen de huidige stuifzanden, zoals Mosselse Zand en Kootwijker Zand.  tekening: Mathilde

 

Het is zand dat door de westenwind is aangevoerd en tegen de helling van de stuwwallen is neergelegd. Duinzand dus, zand en niets meer dan zand. Uiteraard is dat uiteindelijk best wel begroeid geraakt, maar al vanaf heel lang geleden hebben mensen juist in de zandgebieden gewoond: dat kan ik me best voorstellen, zonder tractor moestuiniert het net iets gemakkelijker op zand dan op klei. Bomen werden gekapt voor bouwmateriaal en brandhout. Vee liep rond in de bossen. Doordat vee (schapen) alle malse blaadjes lusten maar geen heide, werden zandgebieden heidevelden. Jaarlijks werden heideplaggen afgegraven voor op de grond in de veestal, en zodra die verzadigd waren met poep werden de plaggen op de akkers gebracht.

Dat kan allemaal best in evenwicht met het herstelvermogen van de natuur gebeuren, maar zodra er meer mensen komen, raakt het evenwicht snel verstoord. De heide kon zich niet meer herstellen, zand ging stuiven, tot er een uitgestrekte woestijn lag die ontembaar leek. Aan het eind van de negentiende eeuw was bijna 80.000 ha in Nederland stuifzand. Staatsbosbeheer werd opgericht om hier wat aan te doen. Met de inzet van heel veel mankracht is de hele Veluwe volgeplant met boompjes. Op veel plekken sloegen er een aantal aan en kwam uiteindelijke het zand tot rust. Op andere plekken gingen de geplante boompjes snel dood, raakten bedolven onder het zand of droogden uit. Nu is er in Nederland nog 1400 ha stuifzand.

 

Nu vinden we die zandvlaktes zo mooi, maar kijk er eens naar door de ogen van bewoners van een klein dorp die moeten toezien hoe hoge duinen alles verzwelgen wat ze hebben opgebouwd. Zonder overheid die te hulp schiet.

foto Mossel

Vriendin en ik zijn nu de enigen op het Mosselse Zand. Op plekken die een beetje in de luwte liggen groeien miniplantjes. Straks komen dagjesmensen die prille plantjes vertrappen. Planken Wambuis is van Natuurmonumenten, en die houdt goed in de gaten waar mensen mogen lopen en waar niet. De helft van het Mosselse Zand is afgezet: daar steeds minder zand, meer begroeiing. Aan deze vrij toegankelijke kant van het hek blijft zand juist zand.

Vliegdennen in de mist, waterdruppels op het mos, voeten in het zand. Dit is echt genieten.