Ik wil eruit, even genieten van zon en kou. Ik ga de Grebbeberg beklimmen. Dat is met name in de winter een prachtplek. Ik zet mijn fiets onderaan de berg bij de Grebbesluis op 8 m+NAP. De top is 53 m+NAP en ik mag dus 45 meter klimmen.

Bij de sluis lag vroeger het gehucht Grebbe tegen de helling van de Heimenberg. Het dorpje leeft voort in Grebbedijk, Grebbesluis, Grebbeberg. Na de Tweede Wereldoorlog stond alleen de villa tegen de helling er nog. De brug en sluis waren ook opgeblazen. In het dorp stond een populair Hotel de Grebbe met daar achter De Zwitserse Vallei. Google maar, er zijn ansichtkaarten genoeg van: onvoorstelbaar veranderd is het hier. Op een vlak grasveld staat een modern huis. Het grasveld is een oude groeve waarmee het hoornwerk is gebouwd. Op de volgende AHN-uitsnede is het allemaal duidelijk te zien.

De Grebbeberg op het AHN.

Ik loop het schelpenpad (Cuneralaan) op onderlangs de berg. Dit is een oude trambaan tussen Arnhem en Utrecht en nu een heerlijk fietspad. Doordat dit pad met schelpen is verhard en bovendien heerlijk beschut ligt in de zon onder de berg, groeien hier allerlei plantjes die je niet verwacht. Aan de overkant van het water zie ik het hoornwerk en natuurgebied Blauwe Kamer. Ooh lag hier maar een leuke trekpont.

Cortenstalen trap op de Grebbeberg.

Ik ga naar boven via de cortenstalen trap met 260 treden. Boven wacht een fenomenaal uitzicht; met name nu in de winter is dit een toppunt.

Uitzicht vanaf de Grebbeberg.

Ik loop naar de ringwalburg. De ringwalburg bij Doorwerth, Uddel, Elten en deze bij Rhenen zijn in dezelfde tijd gebouwd, en wel in de tijd dat Adela van Hamaland al deze gebieden in bezit had. Het is een mooi verhaal. Googel maar.

Uitzicht vanaf de ringwalburg.
De ringwalburg.

Aan de westkant van de ringwalburg is de top van de berg. Hier staat een vervallen boswachtershuis, wat opgeknapt is tot een echte kasteelruïne. Daarbovenop heb je echt de berg bedwongen.

Het westelijke deel van de berg is eikenhakhoutbos. Die eiken zijn eeuwen lang afgezet op een meter boven de grond maar halverwege de 20ste eeuw loonde het niet meer: eek werd vervangen door iets wat aardolie als grondstof heeft. Veel goedkoper natuurlijk, maar kunnen we nog terug? Een van de uitlopers van de hakhoutbomen mocht uitgroeien tot een heuse boom: spaartelgbomen. De bomen staan in kringen: eikenstoven. Die horen bij elkaar en stammen gezamenlijk af van een gezamenlijke voorouder die in het midden van de kring stond.

Spaartelgen

Aan de lanen en boomsingels is goed te zien dat dit bos een park is geweest. Ik vermoed dat van de helling nogal wat af is geërodeerd, want de buitenste beukenrij was anders verder van de rand zijn gezet, lijkt me zo.

Spaartelgen.
Eikenstoof.

Ik steek een eikenlaan over en kom in een andere sfeer. Hier meer onrust, geen lanen maar zootje ongeregeld. Zowaar een heidepolleke, maar het is er maar eentje. Ik kom bij het gedenkmonument van het ereveld, kijk even rond, voel me nog stiller worden dan ik al was en loop door. Even verder begint de de Zwitserse Vallei. Ik zie ook de wildbrug over de weg die dit bos met de Laarsenberg verbindt, maar daar mag ik niet over. Dieren ook niet: de brug is afgesloten. De geul is indrukwekkend diep en steil, ik weet eigenlijk niet wat dit is.

Even verderop een grafheuvel, maar daar zijn wel betere exemplaren van te vinden. En dan de 260 treden van de trap weer af. Beneden nog even genieten van de warme zon in de bescherming van de berg. En dan weer lekker naar huis fietsen. Heerlijke middag in de winterzon!

[eerste versie 20 januari 2018, bijgewerkt 9 januari 2021]