Inmiddels is het lente, maar toen ik deze tocht vorige week liep was het ijs en ijskoud. Ik heb genoten, een echte februaritocht, ideaal voor koud zonnig winterweer.

algemeen:

  • startpunt station Ede-centrum.
  • eindpunt bushalte Oud Reemst
  • totale lengte 12 km

Ik begin bij het station in het centrum van Ede en loop helaas eerst drie kwartier door de stad naar de Ginkelse Heide.

De Ginkelse Heide is prachtig in dit winterlicht. Het is al lang door mensen in gebruik. Niet alleen als heideveld, maar het is ook een groot raatakkerveld en er zijn op de toppen een paar schitterend geplaatste grafheuvels.

Ik ga op weg naar de landbouwenclave De Ginkel. Een dorp is het niet, een gehucht eigenlijk ook niet. Het zijn drie oude boerderijen met twee schaapskooien, langs de Amsterdamse Weg een oude herberg, voor iedereen die tussen Ede en Arnhem reisde een welkome rustplek. Er liggen meer eenzame herbergen langs deze eeuwenoude weg: De Droedel en Planken Wambuis bijvoorbeeld. In vier uur kun je van Ede naar Arnhem lopen, en warempel, dan kom je elk uur een herberg tegen.

In de wijde omgeving niets dan uitgestrekte heidevelden en naaldbossen. Die bossen zijn aangeplant om het stuifzand vast te houden, want in het begin van de negentiende eeuw lag hier de grootste woestijn van Europa. Tussen deze heide en bos liggen uitgestrooid over de Veluwe kleine landbouwenclaves meestal op een plek waar water uit de grond opwelt. Op deze tocht loop ik langs vier landbouwenclaves en de vijfde is de eeuwenoude herberg Planken Wambuis.

De Ginkel is van die vijf verreweg de grootste, maar nog steeds niet groter dan een sportpark in een grote stad. Het ligt op een sandr tussen twee stuwwallen in, de stuwwal van Ede en de stuwwal van Reemst. Een sandr is een puinwaaier die is ontstaan doordat bij het smelten van de ijsvelden smeltwater een gigagrote zooi aan materiaal meenam, van onder het ijsveld en van de stuwwal. Kijk naar de grote puinvlaktes onder de gletsjers op IJsland: nou, daar ligt de Ginkel dus op, maar dan na een klimaatomwenteling.

Vanaf de Ginkel loop ik naar Mossel, vandaar naar Nieuw Reemst en vervolgens naar Oud Reemst en dan via Planken Wambuis en Nieuw Reemst weer terug naar De Ginkel. Mossel en Nieuw en Oud Reemst zijn minilandbouwenclavetjes, met maar een boerderij en landerijen eromheen. Planken Wambuis is een oude herberg aan de oude Hessenweg tussen Ede en Arnhem, maar van de stille romantiek is nu dus niets meer over en vlak ervoor sla ik rechtsaf. Al lopende valt me op dat deze vijf enclaves door vrijwel rechte wegen met elkaar verbonden zijn. Waarschijnlijk kenden de families elkaar, zochten ze in tijden van voorspoed en tegenspoed elkaar op.

In De Ginkel liggen enkele bloedmooie meertjes die vollopen met kwelwater wat omhoogkomt door de waterdruk vanuit de Veluwe. Vandaar dat dit een goede landbouwplek was, maar niet voor teveel mensen graag. Het noordelijke deel is zelfs drassig, te nat voor landbouw. Het levert pareltjes aan natuur op temidden van de droge heide. Het is ook het begin van het Renkums beekdal.

Na de landbouwenclave van De Ginkel loop ik het bos in richting Mossel. Het is een beetje bultig bos, en gezien de vorm van de bultjes zijn dit duinen. Dit moet allemaal stuifzand zijn geweest, door de mens veroorzaakt door het kappen van de bomen, het laten grazen door schapen tot er niets dan heide overbleef, en vervolgens het afplaggen van de heide om die in de potstal te gebruiken. Vertel mij niet dat de mensen vroeger zorgvuldiger dan wij met hun omgeving omgingen, want nee dat is niet waar. Ze waren alleen met minder.

Ik ga rechtsaf en volg een pad over de hoogste kam van de bulten. Dit is de kam van de stuwwal van Reemst.  Dit betekent dus dat Mossel, links van mij, ligt waar het ijs lag, dat ik over de stuwwal loop, en dat op De Ginkel, rechts van mij, nooit ijs heeft gelegen. Zonder naaldbomen erop zou dit een geweldig geologisch excursiepunt zijn.

Mijn wandelpad daalt een tiental meters naar beneden en komt uit op een heideveld in een onduidelijke laagte. Dit is een van de punten die ik beter wou zien en die ik uitgebreid op kaarten heb bestudeerd: de De Ginkelsepoort, de enige smeltwaterpoort op de Veluwe. De ijslob van Mossel smolt, er ontstond een meer, en dat meer brak door de stuwwal heen naar De Ginkel. Wat een geschiedenis.

Ik loop door en klim weer een tiental meters omhoog en kom bij Nieuw Reemst. Ook dat ligt dus op de sandr van Wolfheze, net tegen de stuwwal aan. Er moet een reden zijn om juist hier een boerderij te bouwen. Ik zie wel een meertje maar het ziet er gegraven uit. Het lijken wel grint- of zandafgravingen. Ik weet het niet en loop verder over de kam van de stuwwal die nu afbuigt naar het oosten. De weg heet vanaf hier NieuwReemsterlaan. Een prachtige laan met een dubbele rij beuken. Waar het bos rechts ophoudt is de mooiste plek: een soort vooruitgeschoven hoogte, de meest zuidelijke punt van de V van de stuwwal. Ik kijk in de koude winterzon naar het zuiden, over dit eindeloze heideveld, naar beneden. Ik sta op de punt van de stuwwal en voel het ijs in mijn rug prikken, beneden in de diepte voor me de grote puinwaaier.

Ik loop verder naar Oud Reemst en pak daar de bus naar Arnhem.

Wat een tocht….