In de tijd dat Wageningen in 1263 stadsrechten kreeg, zal de bevolking zijn gegroeid. De meest logische landbouwgronden liggen aan de noordoostkant op de Eng: de zandgronden op de helling. Ook Bennekom, Ede, Lunteren en de kleinere plaatsen hier tussenin gebruikten die hellingen als landbouwgrond. De stuwwal werd gebruikt als bos en heide. En beneden in het Binnenveld? Daar was het nat: daar werd riet gestoken, wilgenhout gehakt, vis gevangen, koeien geweid en gehooid. En turf gestoken, zo’n fijne brandstof. Dit principe geldt voor alle plaatsen op de rij van Wageningen tot Lunteren.

Alleen Wageningen ligt afwijkend: Wageningen ligt vlakbij de Rijn en vlakbij hogere stroomruggen van de Rijn in de Nude. De stad is een handelsplek, liggend op een slimme plek langs een doorgaande route. Het is geen landbouwdorp, maar desondanks moet er gegeten worden.

Ik vermoed dat (na of tegelijkertijd met de Eng) de stroomruggen in De Nude als eerste voor landbouw geschikt zijn gemaakt voor en door de Wageningers. Immers, het veen in het Binnenveld was vooralsnog ontoegankelijk, de komgronden van de Haar stroomden in de winter over, maar de Nude bleef het hele jaar droog.

Door de Nude lopen drie wegen, van zuid naar noord de Afweg, de Middenweg (nu N225) en het Huppelpad. Ze beginnen bij de poort naar de stad, waaieren dan uit naar de Wageningse landbouwgronden en eindigen in het niets in de buurt van de grens met Utrecht. Op de volgende kaart uit 1628 lijkt alleen de Afweg door te lopen naar Utrecht.

kaart 16
Van Geelkercken 1628 bron Gelders Archief

Na de ingebruikname van de Nude waren de laaggelegen komgronden van de Haar aan de beurt, op bovenstaande kaart heet dit nog Opt Niu Lant. Polders maken konden Nederlanders al in de 14e eeuw, maar het blijft indrukwekkend. Het hele gebied, Nude plus Haar, is opgedeeld in vier polders, de Nudepolders. In elke polder is een oost-west heinsloot gegraven voor de afwatering naar het westen, het laagste deel. De heinsloten stromen naar de grotere tochtsloten en die komen samen bij de Haarsluis aan de Haarwal, waar de polder lost op de Kromme Eem (later Grift, nu Valleikanaal). Het werkt nog net zo. De Kromme Eem kreeg een nieuwe loop buiten de polder precies op de grens tussen Gelderland en Utrecht. Het ligt er allemaal nog net zo.

kaart 19 Wageningen Nudepolders
bron: topotijdreis. bewerking: Mathilde, 2019

De namen Zijdvang en Haarwal duiden op dijken. Hoezo zou je dijken langs de poldergrenzen in het noorden en het laaggelegen westen leggen? De Rijn was toch het probleem?

foto Wageningen stuw
De Haarsluis. foto: Mathilde, 2018

Nee, niet echt. De Rijn trad inderdaad in de winter buiten zijn oevers, en stroomde dan naar de laaggelegen kom en zette daar vruchtbare verse klei af. Dat was prima, daar waren de boeren blij mee: het was dan toch winter. Lastiger was het water vanuit de venen in het Binnenveld dat het hele jaar door via de Kromme Eem en andere (verdwenen) veenstroompjes in de kom stroomde. Vandaar dat deze polder beschermd is door drie dijken. De Haarwal en de Zijdvang tegen het water uit het Binnenveld en de Grebbedijk tegen het water in de winter vanuit de Rijn. Maar die laatste vonden de Wageningse boeren niet zo belangrijk. Meer over de Nudepolder.

Op naar de 15e eeuw.

Terug naar deel 1: de Valleipoort

Advertenties