In het Gelders Archief vind ik een kaart uit 1570 van Tomas Witteroos van de Hartense Beek, nu bekend als Renkumse Beek. (Een verzamelnaam, nergens heet de beek echt zo).

Het Renkums Beekdal is een populair wandelgebied en terecht. Het wandelgebied is echter maar een deel van de beek. In Langs de Renkumse Beek schreef ik over mijn geslaagde poging de beek vanaf de bron bij De Ginkel tot aan de monding in de Rijn af te lopen. Dit keer verdiep ik me in deze kaart met leuke teksten en tekeningetjes.

5163-1638-6.jpg

Als eerste valt me op dat de stijl van tekenen niet lijkt op die van Witteroos en de teksten in twee verschillende handschriften zijn geschreven, geen van beide van Witteroos. Ik herken het priegelhandschrift  en tekenstijl van Nicolaes van Geelkercken die midden 17de eeuw landmeter was in Gelderland. Het andere regelmatige handschrift is nieuwer. De oorspronkelijke kaart zal gemaakt zijn door Tomas Witteroos, maar Nicolaes van Geelkercken moet hem hebben nagetekend. Bij het archiefstuk staat dat de kaart is gemaakt in 1570 en gekopieerd in 1635. Voor me ligt de kopie uit 1635.

Helemaal links lees ik Wech van Wageningen na Rijnckum. Daarnaast in het handschrift van Van Geelkercken hieronder leijt Rijnckum. Helemaal rechts lees ik Gijnckell (nou ja, eerlijkheidshalve leest Geert Gijnckell, ik las Gijnckolk) en Wech van Arnhem na Eede. Het noorden is dus rechts, de beek stroomt van rechts naar links op de kaart. nb: tussen [] zet ik mijn opmerkingen met name als ik het niet goed kan lezen.

Witteroos en Van Geelkercken meenden dus dat De Renkumse Beek stroomde van de Ginkel naar de Rijn. Het begindeel ten noorden van de A12 is nu een droog dal, en dat was het toen ook. In elk geval begint op de kaart het blauw even ten noorden van de Wegh van Arnhem na Eede.

De kaart is, vermoed ik, gemaakt om aan te geven waar de landerijen lagen van Renkum, Harten en Ginkel. Ik lees over drie eigenaren en een afwijkend stuk gront:

  • Renkum met convent van Rhijnckums lant, Het Rijnkumse Heijtvelt C. Maijst Gront en Het Rijnkumse Velt Conincliike Maijst Gront
  • Harten met de Hartense Muel, Harttense Beeck (in het handschrift van Nicolaes van Geelkercken), Hartense Cappel en Hartensen Enck Convent van Rijnckums lant. Hierbij een moeilijk leesbaar woord: Vlasrut  wat te maken heeft met de vlasteelt ter plekke (met dank aan Geert Otto Nijland). De Hartense Kapel ligt op een verkeerde plek: het tekeningetje is van Nicolaes, maar de tekst van een ander.
  • Ginkel met Het Ginckelse Velt t welck die van Ginckel gebruijcken voor haar geemeent als eijgen goet
  • plus in de omgeving van kasteel Gronsfoort de Vossenenck, Kortenbergh, Heer van Arsens Struel oft Lant . Dat zullen bezittingen van Grunsfoort en van Wageningers zijn geweest, want dit is het stuk dat later Wagenings werd. Gronsfoort en Kortenbergh zijn bekend: Landgoed De Kortenburg staat tot 1900 op de kaart waarna het verandert in Oranje Nassau’s Oord. Van het indrukwekkende kasteel Grunsfoort liggen de resten nog in het gras daar schuin tegenover.

Tenslotte in het bos aan de bovenkant nog een paar teksten: Eeen gedeelte van den Most. Het Moftbos was het grote bos tussen Ede, Wageningen en Renkum, maar hier staat echt Most. Foutje? En verder in dit bos nog: Salants hech, Louwenheuvel, die Ketel, Vaersvelts hegh en Gone hegh. Op de grote kaart van Witteroos vind ik ook Den Ketel en Loijens Camer op die plekken, maar dat is een ander verhaal. Tot zover de teksten.

Bos is donkergroen, de verschillende soorten landerijen Maijst, Enck en Velt zijn lichtgroen. Ik denk dat Maijst maailand moet zijn, enck is bouwland, en velt zal een soort land zijn wat we nu niet meer hebben in deze tijd: veld, prairie, savanne, wild grasland zonder veel bomen waar je vee kunt laten grazen maar waar je verder niets mee doet. Oostvaardersplassen, vergraste heide. Ik stel het woord Veld voor. Dit in tegenstelling tot maaigrasland, dat goed verzorgd werd, geïrrigeerd en regelmatig gemaaid dus. Het veld is leuk gestippeld in de kleuren van de bloeiende heide. Dat heeft hij vast gespat. Dat heb ik ook geleerd op de kleuterschool.

Tussen de landerijen en het bos een dubbele lijn, ik vermoed een wildwal om wolven en ander gespuis van je landerijen weg te houden en om je eigen beesten binnen te houden. Op sommige plaatsen is die wildwal er nog, maar dat wat er nu in het bos ligt houdt niets tegen. Zo’n wal werd opgeworpen met schop en kruiwagen, en als ik dat zou moeten doen, zou ik niet ver lopen: er ontstaat naast ‘mijn’ wal dus vanzelf een diepe greppel. Greppel en wal samen vormen een aardige barrière, zeker als ik dat dan ook nog laat begroeien met ondoordringbare bramen en meidoorns.

Links op de kaart, vlakbij de Wech na Wageningen, een duidelijke doorgang waar een weg de wal kruist. Verder zie ik langs de grens slordig getekende scheibomen staan. Eerst wist ik niet wat die kriebeldingetjes waren, maar een vergelijking tussen de kaarten van Witteroos en Van Geelkercken maakt het wel duidelijk.

Andere wegen hebben geen doorgangen, en zeker bij de weg van Arnhem na Eede moet die er geweest zijn. Maar dit deel van de kaart is niet gedetailleerd getekend en wie weet zijn Witteroos en Van Geelkercken daar helemaal niet geweest (hij had geen auto en geen fiets, en dat klinkt onbenullig, maar je moet je even voorstellen wat het is om een kaart te maken van een bosgebied met een paar wegen erdoor terwijl je zelf al lopend het gebied moet verkennen).

Tenslotte het stuk bos bij Grunsfoort: achter de wildwal ligt een rare onnatuurlijke inham in het bos. De rest van de wal tussen bos en veld volgt de lijn tussen het natte beekdal en de droge stuwwal, maar op deze plek is een hap gehaald uit de stuwwal, terwijl de wal doorloopt. Het stuk heet Heer van Arsens Struel oft Lant. Hij heeft het bos omgehakt om er enck van te maken of om het af te graven voor grind of zand. Het is nu een lant of strueel: blijkbaar komt er weer jong hout op, dus geen enck want dan had hij het wel beter verzorgd. Afgegraven grond dus. Eromheen een nieuwe wildwal. Is dat stuk afgegraven bos nog zichtbaar? Jazeker. Op de volgende kaart uit 1920 (topotijdreis) is de hap er nog, zie volgend detail, net ten noorden van het ONO.  Op deze plek zijn in het bos nog altijd diverse afgravingen te zien, wat pleit voor mijn theorie dat de Heer van Arsen de grond heeft afgegraven. Daarover een andere keer. Hee, de Hartense molen is uitgegroeid tot een papierfabriek.

grunsfoort 1900

Tenslotte het kaartopschrift: Copie naar een Experte Kaerte gemackt door Tomas Witteroos, gesworen lantmeter int Jaar 1570 ende gecopyert door mij Nicolas Geelkerk lantmeter des voorstendoms Gelre en Gr Zutphen – 1635

De serie:

  • Terug naar deel 1 over Het Renkums Beekdal.
  • Verder naar deel 3 over Het Renkums Beekdal

Meer lezen?

Advertenties