Lang dacht ik dat irrigatie iets tropisch was, typisch voor rijstvelden en droge gebieden. Ik heb zelf irrigatie gestudeerd, maar heb in mijn studie nooit iets gehoord over oude Nederlandse irrigatiesystemen. Sindsdien is er veel kennis bijgekomen: voor de introductie van kunstmest irrigeerden boeren zo mogelijk met name graslanden. Ze lieten een beek in de winter over een weide lopen zodat er een laagje slib op het land kwam. Nadat het water in het voorjaar weer was weggezakt, kwam gras vroeger en gezonder op dan in niet bevloeide weiden, en zo konden de boeren twee keer per jaar maaien. Een superslim systeem dat in het hele zandgebied van Nederland in gebruik moet zijn geweest. Een klein hoogteverschil is hierbij handig. Een tweede systeem is een heus irrigatiesysteem met ruggen in het veld en daartussen rijen gewassen. Water genoeg in Nederland, het kan niet anders dan dat boeren daar handig gebruik van maakten.

Zoals bij alles met hoogteverschilletjes is hiervan nog van alles terug te vinden in het landschap, maar gemakkelijk is het niet. Je moet zoeken naar kanaaltjes die hoger liggen dan een veld, walletjes, een inlaatpunt, uitlaatpunt. En dat allemaal vervallen en slechts rudimentair aanwezig. Ook is hier en daar nog wel een veldnaam met Vloeiweide bekend.

Omdat dit systeem vergeten was, is er ook bij de aanleg van nieuwe natuur in oude landbouwgebieden geen aandacht voor geweest, en niet alleen wegenbouwers, stedenbouwers en boeren zelf maar ook natuurbouwers hebben nogal wat van deze landbouwsystemen voorgoed verpest. Dat is ze niet kwalijk te nemen, want als je het niet weet kun je er ook geen rekening mee houden.

Op oude kaarten zie ik deze systemen niet terug. Kaarten werden gemaakt om gebiedsgrenzen aan te geven, geschillen op te lossen over landeigendom en over wegen die landerijen doorkruisen, kanalen te plannen. Het maken van een kaart was nogal wat, een tijdrovende en dure zaak. Zoiets onbenulligs als irrigatiekanaaltjes op boerenlandniveau staat er gewoon niet op.

Maar toen kwam ik Willem Leenen, karteerder in Gelderland in de achttiende eeuw, tegen. Hij was landmeter en karteerder, maar vooral waterbouwkundig ingenieur. Hij heeft kaarten gemaakt van de Rijn, de Waal en het nieuwe Pannerdens Kanaal en het Bijlands Kanaal. Ook heeft hij een in 1753 een kaart gemaakt van het oude Zijpendaal in Arnhem voor de gloednieuwe trotse eigenaar, en daar heeft hij zorgvuldig de kanaaltjes en stroompjes ingetekend. En ik denk zelfs vloeiweiden te zien op die kaart. Hij, met zijn belangstelling voor waterwerken, kijkt daar natuurlijk naar.

Ik ga op zoek naar een kaart van hem van een landbouwgebied, polder of wat dan ook op dorpsniveau, en kassa! Hier zijn kaart uit 1752 van een polder bij Bennekom.

529-0022

Eerst maar oriënteren. De windroos met het noorden wijst naar rechts. Het kaartopschrift is gemakkelijk te lezen. ‘

Kaart van den Sesde polder onder Bennekom leggende tusschen den Harnse en Keck steegen streckende van den Maanderdijck tot aan de Allee van den Hooghwelgebooren Heer van Nergena welcke op de Bennekomse Moolen uijt siedt behoorende onder den bovendijkgraafsen polder des dijkstoels van Wageningen en Bennekom. Opgemeeten in het jaar 1752 en vervolgens in caart gebraght door den ordin. landtmeeter des Fürstendombs Gelre en Graafschap Zutphen in den volgenden jaar 1753 W Leenen

Blijkbaar was Leenen maar een ordinaire landmeter.

De Maanderdijk is er nog. De ‘Lage Steegh en Kecksteeg zijn opgegaan in de Dreeslaan – Mansholtlaan, de zesbaansweg tussen Ede en Wageningen. De ‘Harnse Steegh’ ligt er nog net zo, en ook het kruispunt bovenaan met het driehoekje aan wegen is er nog. Daar komt ook de Kromme Steeg op uit, en die loopt op deze kaart ook al krom. Lokale kenners weten nu waar ik zit.

Lokale kenners weten dan ook dat in dit gebied water stroomt van de onderkant van de kaart (van Bennekom) naar de bovenkant (naar de Dijkgraaf). Het kaartschrift meldt dat dit bovendijkgraafse polders zijn, die wateren dus af op de Dijkgraaf die verder naar het westen ligt en niet op deze kaart staat. De Dijkgraaf waterde af op de gracht van Wageningen, nu op de Grift. Tussen de Dijkgraaf en de Grift liggen de onderdijkgraafse polders, en dan zitten we in de exonererende landen. Daarover een andere keer.

Nu het water. Hier een detail van deze kaart bij de bocht van de Kromme Steeg.

bennekom vloeiweide

Ik zie hier een irrigatieveld, toch? Het hoofdkanaal loopt langs de Kromme Steeg links. Het was me al eerder opgevallen dat de Kromme Beek hierlangs hoger ligt dan de landerijen ten noorden van de steeg en dat kan met een natuurlijke beek nooit het geval zijn. Die loopt altijd door het diepste punt van een dal, en als dat niet zo is heeft de mens geknutseld. Op de volgende reliëfkaart (AHN) zie je dezelfde Kromme Steeg (het noorden is nu boven) en je ziet dat de beek is verlegd tot vlak onder de zandrug, volgens mij om de lager gelegen velden te kunnen irrigeren. De natte plek bij het begin van de Kromme Steeg (nu bij de fietstunnel) ligt er ook nog net zo (om die op de kaart uit 1752 te zien, kan je het beste de link volgen, dan kun je de kaart zo ver inzoomen als je zelf wilt).

De vraag is nu of het water in het veld van boven naar onder, of van onder naar boven stroomt. (Van boven naar beneden natuurlijk, maar ik bedoel op de tekening). Na lang turen besluit ik dat het water vanuit het hoofdkanaal langs de Kromme Steeg het veld op wordt geleid waarna het zich verzamelt in stroompjes, dat doet water vanzelf, die in de zijsloot stromen. Op sommige plekken wordt het water van deze sloot dan nog een keer gebruikt voor een lager liggend veld. Zo kan ik de hele kaart volgen. Helaas heeft hij geen duikers getekend, dus ik kan niet volgen hoe het water door de hele polder wordt geleid. Maar goed, zover als dit ben ik nog nooit eerder geweest.

bennekom kromme steeg

Verder zie je op dit detail linksonderin het kruispunt van wegen met het driehoekje in het midden dat dus in 1752 er al net zo bij lag. Er verandert niets in Nederland!!! Hoogstens wordt er een zesbaansweg dwars doorheen gelegd.

Deze polder is volgens mij dus een groot irrigatiesysteem en dat lijkt me uitermate logisch. Ook verder naar links, bij Steenbergen, is het irrigatiesysteem prachtig getekend door Willem Leenen. Van dit stuk is niet veel meer te volgen, want hier ligt die weg dus doorheen.

Is er nog meer herkenbaar tussen toen en nu? Eerst de boerderijen, van links naar rechts (zuid naar noord dus): De boerderij Steenbergen op de meest zuidelijke zandrug ligt er nog net zo te liggen pal achter het benzinestation. De boerderij in het midden van de kaart is De Harn en bestaat ook nog steeds. De boerderij bij het driehoekspunt bij de Harnse Steeg ligt er ook nog net zo. Niets veranderd, nou ja, er liggen nieuwe boerderijen tussen. Ook het wegenpatroon is nog net zo, en de sloten zullen er ook nog wel zo zijn. De drassige plekken zijn weg, hoewel de boeren zelf vast beter weten.

Tenslotte het landgebruik. In dit gebied wisselen hogere zandruggen en lage natte broekgronden elkaar af, en op de oude kaart is dat fantastisch te zien: de zandruggen, rechts met een U-vorm, links langwerpig (oost-west lopend). Die U-vormige kun je mooi zien op het AHN, een paraboolduin, neergelegd in de koude laatste ijstijd door de westenwind. Boeren wisten wel wat ze deden, het verschil in landgebruik tussen zandrug en broekgrond is overduidelijk: de zandgronden irrigeerden ze en gebruikten ze als enk, de broekgronden als weide. Of ze die laatste ook irrigeerden, maar dan met een vloeiweidesysteem, heeft helaas zelfs Leenen niet getekend.

Dan blijft voor mij nog maar een detail onverklaarbaar over: tussen de windroos en Steenbergen heeft Leenen lange stroken broekgrond helemaal niet ingekleurd. Waarom niet? Waren ze daar bezig sloten aan te leggen terwijl hij aan het tekenen was? Ik denk het. Nog steeds zijn dit lange smalle velden met een eigen sloot er langs.

Nou, ik ben helemaal gelukkig met de vondst van deze kaart.

Advertenties