Het ijs in de ijstijd kwam uit het noorden, en rond de uiterste grenzen zijn de stuwwallen opgeperst. Hoe kan het dan dat ten noorden van die rij stuwwallen het zo vlak is? Daar hebben toch de gletsjers gelezen die keileem op de grond hebben achtergelaten?

Klopt. Maar dat keileem zit diep in de grond. Het ijs is namelijk niet over de grond geschoven, maar is diep in onze losse zanden en kleien weggezakt.

Hier een dwarsdoorsnede door Nederland.

doorsnede ijslandschap nederland
tekening: Mathilde, 2019

Je ziet op deze doorsnede dat het keileem onderin diepe dalen ligt. Op de volgende tekening heb ik weergegeven hoe een glaciaal bekken en de stuwwallen aan weerszijden ontstaan. Het is wel goed te bedenken dat, in tegenstelling tot wat geologen tot 20 jaar geleden dachten, het ijs niet als een bulldozer alles om zich heen wegduwde. Nee, het ijs zakte in de grond en daardoor werd de grond eronder weggeperst.

ontstaan van stuwwallen aan weerszijden van een ijslob. tekening Mathilde 2021

Zo’n diep dal noemen we een glaciaal bekken. De twee mooiste voorbeelden in ons land zijn de Gelderse Vallei en de IJsselvallei. Geografen noemen dat ook wel tongbekkens, maar dat vind ik geen mooi woord. Het ijs in zo’n bekken was minstens 200 meter dik, nou daar is niets van over.

In Nederland liggen meer glaciale bekkens: zie volgende kaart van Nederland. Het bekken van Nordhorn, waar het noordoosten van Twente bijhoort, zal ik nog toevoegen. De drie in het westen zijn wel heel bijzonder: dit zijn begraven bekkens omgeven door begraven stuwwallen.

glaciaal dal tekening nederland
glaciale bekkens in Nederland. tekening: Mathilde, 2017

Topboek over De vorming van het land