Op het eerste gezicht lijken er drie beken te stromen door het Renkums Beekdal: eentje in het midden op het laagste punt en aan weerszijden van het dal een opgeleide molengoot: de Oliemolenbeek aan de westkant en de Hartense Molenbeek aan de oostkant. Dit klinkt logisch, maar zo zit het dus helemaal niet in elkaar. In werkelijkheid is de molensloot aan de oostkant een gecombineerd sprengensysteem van diverse molens, van beneden naar boven (en dat is meteen van oud naar jong) de papiermolen bij de Bock, de Hartense molen en de Quadenoordse molen.

Sprengensystemen aan de oostkant van het Renkums Beekdal
ahn

Ook de molensloten aan de westkant hebben meerdere molens van water voorzien, maar dat is een ander verhaal.

watermolen tekening
tekening: Mathilde, 2019

Een sprengensysteem met opgeleide molensloot is aangelegd door een molenaar voor zijn eigen molen; je mag niet zomaar water van een andere molen stelen. Wat er benedenstrooms van een molen met het water gebeurt, is voor de molenaar van geen belang. Als er geen molen beneden is, stroomt het water vanzelf het dal weer in. Dit water kan ook naar een andere molen worden geleid en dat is in dit beekdal ook gebeurd waar op het hoogtepunt een tiental molens lagen.

Van beneden naar boven in het beekdal lagen er aan de oostkant drie molens. Logischerwijs ligt de oudste het meest benedenstrooms. Dat is de papiermolen bij de Bock. Bij Harten werd de volgende molen gebouwd, de Hartense graanmolen. Tenslotte volgde nog verder bovenstrooms de Quadenoordse molen. Voor deze laatste is een nieuw sprengensysteem is aangelegd. Dat is niet het slimste systeem, logisch want de slimme plekken waren al in gebruik door de oudere twee molens. De lange droge spreng uit het noorden hoort hierbij. Het korte nu nog altijd watervoerende sprengensysteem hoort bij de Hartense molen, en ze komen beide bij de papiermolen op de Bock uit. Vandaag wil ik het sprengensysteem van de Hartensemolen bekijken.

Nou, als deze inleiding je duizelt: ja dat begrijp ik. Geen probleem; laten we vandaag lekker lopen langs het sprengenstelsel van de Hartense molen in het Renkums Beekdal. Op de AHNtekening het rode systeem.

De Hartense molen had een compact sprengensysteem. Erbij horen de eerste en tweede Quadenoordsespreng, de Paradijsspreng, de Bosbeekspreng en de Bosrandspreng. De twee Quadenoordsesprengen worden onder de lange spreng uit het noorden door geleid. Onmogelijk om goed op een foto te zetten. Dus een filmpje.

Indrukwekkend toch? Of ben ik nou de enige die dit leuk vindt? Vanwege natuurbelangen worden tegenwoordig de twee korte watervoerende sprengen meteen naar het diepste deel van het dal geleid. Zo blijft dat goed nat en kunnen daar bijzondere planten groeien. Ik vind dat jammer, en wel omdat vorig jaar de Quadenoordsemolen is hersteld maar die krijgt geen water. Er is volgens mij water genoeg maar dat stroomt onder de molen langs.

Ik mag niet langs de beek lopen dus loop over de gewone weg zo dicht mogelijk langs het water en kom als vanzelf bij de Quadenoordse Molen. Die is de moeite waard om even te bekijken, maar hoort niet in dit verhaal over de Hartense molenbeek. Het is een oude foto: de molen is prachtig hersteld.

foto Quadenoordse molen Renkums Beekdal
Quadenoordse Molen. foto: Mathilde

Benedenstrooms van de molen komt het water uit in de Hartense molensloot. Ik loop verder naar beneden langs een grote vijver of klein meertje. In dit bos liggen twee watervoerende molensloten naast elkaar (ik merk dat ik molengoot en molensloot door elkaar gebruik, dat doe ik om de verwarring verder te vergroten; ik bedoel hetzelfde: een opgeleide watergoot langs de helling van het dal die naar een volgende watermolen leidt). Even later komen ze samen, dus ik vraag me af waarom twee kleintjes en niet een grote? Ik vermoed dat de goot die het dichtst bij de helling ligt, afstromend water van de helling opving. Misschien was dit wel vuil afstromend water en moest dit vuil eerst bezinken voor het water naar de molen werd geleid. Misschien was het ook wel minder werk een tweede goot te maken in plaats van de eerste te vergroten. Ik weet het niet, maar het is zo.

foto Molenbeek, Renkums Beekdal
Twee molengoten komen samen. Foto: Mathilde

Bij Everwijnsgoed wordt de Hartense molensloot via een prachtige ecoduiker onder de Bennekomseweg geleid. Fijn voor beestjes die erlangs kunnen lopen onder de weg door.

foto Molenbeek Renkums Beekdal, ecoduiker
Duiker in de Molenbeek, onder de Bennekomse weg. Met loopranden voor beestjes. Foto: Mathilde

De Hartense molensloot loopt nu verder naar De Beken. Moet je eens zien wat een hoogteverschil.

foto Renkumse Molenbeek bij De Beken
Links Molenbeek, rechts het begin van de beek in het beekdal. Foto: Mathilde

Bij De Beken heeft ook een molen gestaan, maar die is echt weg. Een overlaat zorgt dat de goot niet overloopt: zo nodig wordt teveel aan water in het beekdal gestort.

foto Overlaat in de Renkumse Molenbeek
Molenbeek, overstort bij De Beken. foto: Mathilde

Ik volg de goot verder, wat betekent dat ik niet het dal oversteek via het prachtige vlonderpad maar verder ga langs de rand van het dal door het bos. Ik kom bij een monument met een grote molensteen. Hier ergens stond de Hartensemolen. Eindpunt van mijn wandeling!

plaats van de Hartense molen

meer lezen?