Dit is volgens mij de oudste kaart (Gelders Archief) van het Oranje Nassau’s Oord in Wageningen. Jan Gielis tekende hem in 1550 naar aanleiding van een grensconflict tussen het Klooster van Renkum en de Landrentmeester van de Gelderse Rekenkamer.

4920-1550-30

Gielis was commissaris van de Gelderse Rekenkamer, geen landmeter of cartograaf. Het kaartje heeft hij ‘op het beworp’ getekend, wat zoveel betekent dat hij het heeft geschetst achterop een bierviltje. Deze kaart is 20 jaar ouder dan de kaart van Thomas Witteroos van de Moft en 100 jaar ouder dan de kaart van Nicolaes van Geelkercken  uit 1650 . Samen met Geert Nijland lees ik de kaart.

Eerst oriënteren: Gielis tekent het noorden boven. Oost ligt Reijncum, west Wageningen en in het noordwesten Bennecom. In het zuijden stroomt den Rijn en er vaart een mooi zeilbootje, zo te zien naar het oosten (met dank aan Jaap). Daarboven een strook Venen ende Weerden. Daarboven een rij bomen en een rij blokjes en daarboven de Heerstrate die loopt van Reijncum naar Wageningen. Ik denk dat die blokjesrij de steilrand is van de stuwwal en dan ligt de weg daar bovenlangs. Bij het begin van het Renkums beekdal houden de blokjes op, dus dat klopt met mijn theorie. Aan het eind van de blokjesrij komen wegen en wallen bij elkaar: het punt waar Onderlangs op de Ritzema Bosweg komt en de oprijlaan van het ONO begint. Rechts daarvan het beekdal, links daarvan het bos. Dit punt is mijn houvast bij het lezen van deze kaart.

ahn grijs vrouwenpad, gecruyste kuylen

Tot zover is het eenvoudig, maar dan? We zijn inmiddels al twee weken bezig met deze kaart en ik heb het bijbehorende processtuk helemaal gelezen. Dit is echt intrigerend.

De Heerstrate loopt raar, logischer zou zijn dat de Heerstrate onderlangs gaat, maar dan vraag ik me af wat de strook blokjes is. Misschien heeft Gielis zo slecht geschetst dat hij de steilrand aan de verkeerde kant van die weg heeft gelegd. Of de Heerstrate is de huidige weg, maar die loopt nou niet bepaald langs de steilrand. Is het huidige bergpad ooit een heerstrate geweest? Dat geloof ik niet, dat is niet logisch, dan moet je alle bultjes, inhammen en bochtjes volgen, en de Heerstrate liep natuurlijk zo gemakkelijk mogelijk rechtdoor naar Wageningen. Een oude verdwenen weg dwars door het bos en het arboretum lijkt een logische tweede optie.

Ten oosten van de stuwwal loopt een weg naar het noorden naar de oprijlaan van Gruenfoort. Dit kan niet anders dan de huidige Kortenburg zijn, de oprijlaan van het ONO. In het midden van de schets loopt een tweede weg naar het noorden, aangeduid met Vrouwenpat. Die staat ook op de kaarten van Witteroos uit 1570 en Geelkercken uit 1650. Ook staat nog ergens De Moeff en op vier plekken Des Cõvents Erfe.

Bij de Oprijlaan naar het ONO, begint een tweede weg die in een bocht naar Wageningen loopt. Het moet wel een voorloper van de huidige autoweg zijn. De grote bocht in die weg is er nog (volg de Generaal Foulkesweg, niet de nieuwe rondweg). Blijkbaar was die weg toen smaller dan de Heerstrate langs de steilrand. Hoewel ik dus nog steeds denk dat de Heerstrate Onderlangs is en de steilrand aan de verkeerde kant is getekend, hoe eigenwijs kun je zijn. In het processtuk staat daar niets over, want het gaat over iets anders.

Bij zo’n schets is het logisch dat Gielis het belangrijkste in het midden tekent. Daar loopt een rechte lijn met acht gecruyste cuylen. Ik heb geen idee wat ik me daarbij voor moet stellen. Kuilen met een kruis erin, een kruisweg? Gielis tekent geen kruisjes, maar echt kruisvormige flubbertjes. Geert denkt dat kuilen kruisvormig zijn gegraven als scheidskuilen. Kuilen gaven gewoonlijk de scheiding aan tussen gebieden van verschillende eigenaren. En deze waren blijkbaar cruijsvormig, maar dat is niet gewoon en ik kan hierover niets vinden in de literatuur.

Aan de oostkant eindigt de rij kuilen beneden bij een groote eijkeboom. Aan de westkant op een huevelken met daerop ook een gecruyste cuyl. Ik ben, na twee weken turen en nachtenlang doorlezen om het zestiende eeuwse handschrift te ontcijferen, overtuigd dat dit de huidige Huchtlaan is, die kaarsrecht loopt van de oprijlaan tot op de Koerheuvel, de heuvel naast het heideveldje, met de prachtige beuk erbovenop, zie foto. Daar ten zuiden van, tussen de weg en de cuijlen, tekent Gielis weer een blokjesstrook, en ik vermoed dat dit een wildgraaf is langs de landerijen zonder boompjes van het convent, akkerland waarschijnlijk. Om te voorkomen dat wild en vandalen het Cõvents Erfe oplopen en de oogst plunderen. Of dat koeien en schapen het bos in lopen.

foto ONO
De Koerheuvel. foto: Mathilde, 2018

Het geschil ging erover of het Cõvents Erfe nou ophield bij de gecruijste cuijlen of bij den blind graefke (?). Gielis tekent bij de cuijlen twee gestippelde stukjes, en daar hadden Wageningers houdt afgehouden en gecapt met gewalt bijde bomen. Volgens het Convent was dit onrechtmatig, want op hun terrein, en volgens de Landtrentmeester terecht, want in zijn possesse ende gebruijck. De Wageningers mochten volgens het ongeschreven gewoonterecht daar sprokkelen ende hout hakken. Daar hebben het Convent en de Landtrentmeester ruzie over, en Gielis moet dit eerlijk uitzoeken.

Gielis trommelt vier getuijghen op om erachter te komen hoe het gewoonterecht was, want dat staat uiteraard nergens beschreven. Ik lees in een proefschrift (al googelend op terecht gekomen, maar ik heb de site niet onthouden) dat dit de werkwijze was van de Gelderse Rekenkamer bij geschillen tussen formele landeigenaren (met papieren) en de bevolking (zonder papieren). De commissaris van de Rekenkamer roept oude omwonenden als getuige op die onder ede verklaren hoe het gewoonterecht sinds mensenheugenis was. Alle getuigen die Gielis oproept verklaren dat de gecruijste cuijlen de grens zijn. Kortom, het Convent krijgt gelijk en Gielis maakt de bepalinge op waar hij dit kaertke bijvoegt.

Mijn transcriptie van de tekst van Jan Gielis uit 1550: Jan Gielis processtuk(1)

Meer lezen?

Advertenties