Deze tocht van 18 km begint bij station Ede-Wageningen en loopt naar het busstation van Wageningen. Er is ook een NS-wandeling tussen deze twee stations, maar ik loop een andere route door het Moftbos op de stuwwal. Hier het Moftbos op het AHN met de leuke landschapselementen, deel natuurlijk en deels menselijk. De grens is een benadering. Rood: raatakkerveld. Bruin: ijzerkuilen. Paarse stip: grafheuvel. Blauwe stip: put. Geel: duin. Paars rondje: leemkuil

AHN Gelderland Ede Wageningen
bron: AHN, bewerking: Mathilde

Ik geef geen routebeschrijving, ik beschrijf alleen het landschap.

Het leuke van station Ede-Wageningen is dat je zo vanaf het station het bos in loopt. Dat doe ik nu ook en ik loop de Sijsselt in (spreek uit Siesselt). De Sijsselt is al eeuwenlang een landgoed en staat als zodanig ook apart op de kaart van Thomas Witteroos uit 1570.

Eerlijk gezegd vind ik het bos niet superboeiend: het is goed te zien dat het is aangelegd als houtplantage. Er liggen wel raatakkers (rood) en ijzerkuilen (bruin), maar daar zie je niets van. Ik speur in de kleine steilrandjes naast het pad, in drainagekuilen en onder de wortels van omgevallen bomen naar ijzer, ijzerknollen (klapperstenen) en ijzerslak en vind zowaar nog iets ook. Vlak voor het fietspad kruis ik een breed pad dat rechts doodloopt op de A12. Dit is de Mosweg, de kortste verbinding tussen Wageningen en De Ginkel, maar daar kun je niet meer het spoor oversteken. Maar dan besluit ik terug te keren en iets nieuws te proberen: ik ga de A12 onderdoor bij het spoor. Ik weet niet of het mag maar het kan wel: er is een smal wildpad dat met een hek van de spoorbaan wordt gescheiden. Daarna kom je in een driehoekig restje landgoed dat door de A12 is afgesneden van de Sijsselt en waar nooit iemand komt. Hier ook een stukje Mosweg van een tiental meters, ingeklemd tussen A12 en het spoor. Het spoor steek ik vervolgens over bij het fietspad (in de zomer staat hier een ijsjeskraam).

 

Ten zuiden van het spoor loop ik langs een groot akkercomplex dat er netjes bijligt: het oude Moesdel.

foto Ede Moftbos
foto: Mathilde, 2019

Op het AHN kun je de akkercomplexen goed herkennen, zie ook bovenstaande kaart: het lijkt daar net of je door een waas kijkt, want de boer is daar al tientallen jaren aan het ploegen en eggen geweest en dat egaliseert oude hoogtes en lijnen. En toch zie je de lijnen erdoorheen. Ik ga op zoek naar de diverse raatakkervelden maar zie niets. Een klein vierkantje is gerestaureerd en daar staat een uitkijktoren naast, maar eerlijk gezegd vallen de walletjes vooral op doordat daar bramen groeien en in de veldjes heide. Ik steek het Moesdel over en loop naar de Oost-Breukelderweg: eens een belangrijke laan, nog altijd omzoomd door majestueuze beuken. Een eind verder kan ik dan een stukje natuur in waar ook nooit iemand komt. Het is oud eikenbos, heide en opgeschoten bomen doorsneden door smalle wandelpaadjes. Het is ook een raatakkerveld, maar zoals gewoonlijk zie ik daar niets van. Via een hakhoutwal, met eeuwenlang geknotte eiken die ergens in de vorige eeuw aan hun lot zijn overgelaten, kom ik bij het scoutinggebouw en ga daar links richting de Dikkenbergweg. Langs de Dikkenbergweg is alles privéterrein zonder smal paadje tussen twee rasters in (een metertje voor mij zou genoeg zijn) en eigenlijk kun je deze oversteek alleen maken via het niet zo legale pad langs het akkerbouwveld.

Op de Dikkenbergweg blijk ik rechtdoor te kunnen via een bijna onzichtbaar maar duidelijk regelmatig gebruikt pad tussen een woud Japanse Duizendknoop door wat achter de duizendknoop uitkomt op een echt pad. Dit is een mooi bos vol ijzerkuilen en met een mysterieuze bult in het midden. Ik kan daarover op internet niets vinden, maar die bult lijkt mij door mensen gemaakt, en het lijkt me dat die iets met die ijzerkuilen te maken heeft. Zolang ik geen bewijs heb van het tegendeel houd ik het op een afvalberg (wie een kuil graaft, bouwt vanzelf ook een berg). De ijzerdelvers hebben alle rotzooi op elkaar gegooid, of hier stond een oven en daarnaast zijn alle slakken en ander afval op elkaar gegooid. Ik kom hier wel vaker, en heb stukjes ijzer, wolf en slakken gevonden. En een ijzerknol die helaas niet klappert.

Ik kom uit op de Hendrikweg. Hier begint een smal bijna onzichtbaar pad naar het zuiden, langs een verscholen graanveldje, door bos, langs ijzerkuilen, een leemkuil, een mooi heideveldje en indrukwekkende beukenlanen. Volgens Geert Nijland is dit de voormalige Laeckweg.

Nu maak ik een grote bocht de andere kant op: ik steek de stuwwal dwars over, op en neer, en merk hoe grind en zand afwisselt op het pad. Ik loop naar het drielandenpunt tussen Ede, Wageningen en Renkum.

foto De punt van Wageningen
foto: Mathilde

Hier ligt een duidelijke wal: de QR-wal noem ik hem: de wal van Quadenoord en Raesvelt.

 

Langs deze wal loop ik naar het zuiden en kom via een prachtig hallenbos bij het arboretum op de plek waar vroeger het landhuis Oostereng stond.

foto Wageningen Oostereng hallenbos Moftbos
foto: Mathilde, 2019

Het pad is verhard met baksteen en tegels van het landhuis. Ik loop verder naar Nol in ’t Bosch, koffie! En vandaar door het ONO naar de mooiste plek, de Koerheuvel.

foto ONO

Vandaar loop ik naar de grafheuvels. Ik steek de weg over en dan de verrassing van deze tocht: het fraaie uitzicht over de Betuwe. Langs de rand van de berg loop ik over een smal voetpad naar het centrum van Wageningen.

Conclusie: mooie tocht over veel verscholen smalle paadjes waar geen paaltjesroute of roodwit langsloopt.

 

Advertenties