Hier een met-een-droge-vinger-op-het-scherm getekende polderkaart van Wageningen en Bennekom. Ik had verwacht dat het een fluitje van een cent zou zijn om er eentje te vinden, oftewel in de archieven van het Waterschap oftewel in de archieven van de Provincie, maar nee hoor. Wel kaarten met watergangen, maar niet eentje waarbij in een oogopslag duidelijk is hoe de polders waren ingedeeld. Dus ik heb de polderkaarten uit de achttiende eeuw bij elkaar gelegd en zelf deze kaart getekend. (ik heb een fout gemaakt: ten noorden van de Eemwal ligt geen dijk langs de Grift)

binnenveld kaart

 

De poldergrenzen heb ik rood gemaakt, de Dijkgraaf, gracht en uitwatering naar de Rijn blauw. Ten oosten van de Dijkgraaf de Bovendijkgraafse landen, ten westen de Benedendijkgraafse landen. In Paars de Maanderdijk en de Eemwal. De onderlegger is een omgevingsvisie vol kleurige plannen en groensingels en verbindingszones.

In het noorden stopt het polderdistrict bij de paarse Maanderdijk. Ten Noorden daarvan ligt een polderdistrict met hoger gelegen polders. Die polders waterden af via de wetering bij de paarse Eemwal die door de eerste en tweede Bennekomse polder liep. Raar, want dat is voor de waterhuishouding superonhandig en daarom denk ik dus dat de Eemwal van later datum is dan de polders. Het noordwesten van ‘ons’ polderdistrict is buitendijks gebied, de Bennekomse Meent (zonder rode lijn langs de Grift).

De polders zijn genummerd van laag naar hoog, dus van zuid naar noord en van west naar oost. Daarover heb ik geschreven in De 23 polders van Wageningen en Bennekom.

De eerste polders lijken door te lopen tot aan het water, maar dat is niet zo. Ten oosten van de Grift liep de Kromme Eem, en dat was van oudsher de grens tussen Utrecht en Gelderland en dus tussen Rhenen en Wageningen. Aan de oostkant van de Grift bezaten Rhedenaren nog kleine stukjes grond, de overeindse hooilanden. Pas in 1960 werd de grens naar de Grift verlegd. Op de volgende kaart (topotijdreis) uit 1887 kun je nog mooi zien dat het slotenpatroon links en rechts van het water doorloopt en de oude Kromme Eem de grens is.

grift

De vierde Wageningse polder liep tot de gracht van Wageningen. Waar de vijfde polder ophield is me niet zo duidelijk, maar wel daar ergens. De voormalige boerderij de Takhorst (later verbasterd tot Tarthorst) lag er nog net in. De zesde polder grensde aan de oude brinken De Leeuwen en de Dolder. De achtste polder lag ZO van de gracht.

De meest zuidelijke polder de Hoeveslagen is op mijn polderkaart veel groter dan in het veld. In 1855 brak de Grebbedijk door schrijf ik in De Grebbedijk voor en na 1855 ; daarna werd de dijk verlegd en een deel van deze polder opgegeven.

Tenslotte de vraag wat je in het veld nog ziet van deze polders? De wegen en de sloten in het buitengebied liggen er nog net zo. Hier en daar een stuw of een sluis. Maar het zijn geen 23 polders meer.

Advertenties