Vanaf de bushalte loop ik naar beneden naar Ouwendorp: de weg loopt duidelijk de stuwwal af en komt op het kameterras. De weg volgt een laagte, en die laagte zet zich voor net ten noorden van Ouwendorp naar NW richting. Vanmiddag zal ik beneden in dit dal staan.

doorsnede garderen route kaart

Hier een dwarsdoorsnede die de tocht volgt. Ik loop van links naar rechts, achtereenvolgens over grijs, geel, oranje, geel en weer grijs, en kom daar op het beginpunt uit:

doorsnede garderen route doorsnede

  • Grijs: stuwwal
  • Geel: dekzand
  • Oranje: het kameterras

In Ouwendorp verbaas ik me over de grote leemkuil middenin het dorp. Maar daarvoor ben ik niet hier: ik wil het Ouwendorpse Gat zien, een doodijskuil, en weet dat veel mensen denken dat dit hem is. Het is inderdaad een gat, maar niet de doodijskuil. Die ligt tussen de boerderijen en de bosrand in de verte in het veld. En is op het AHN super indrukwekkend, maar in het veld een flauwe glooiing. Ik loop wat heen en weer op zoek naar de beste uitkijkplek. Ik loop de oude Sleedoornweg in tussen twee boerderijen door (in het verlengde van het asfaltweggetje) en ja hoor, prachtig zicht!

Verder naar de koffie in t Molentje. Daarna steek ik de weg over en volg een tijdje roodwit op zoek naar de tweede doodijskuil.

Na deze kuil verlaat ik roodwit en ga ik oostwaarts over De Vossen en kom in glad en vlak landbouwland. Voor me en rechts bossen, zand en heide. Dit is de zuidelijkste punt van het dal tussen de twee stuwwallen. Hier heeft nooit ijs gelegen, maar toen het ijs ging smelten liep het vol met water. In het rustige water van dat ijsmeer zijn op de bodem laagjes sediment afgezet: kame.

Ik steek de grote weg weer over en loop naar de ingang van het voormalige Legerkamp Milligen. Bij de ingang een gedenknaald van dit kamp. Rechts van me een hoog hek. Waar ik door loop is duidelijk ‘teruggegeven aan de natuur’. Ik steek een raar weitje over dat een voormalige renbaan blijkt te zijn (topotijdreis.nl) .

Ik loop naar het Uddelermeer en kom onderweg langs de meest zuidelijke punt van de Leuvenumse Beek. Ik sta hier in een laagte die is opgevuld door sediment uit sneeuwsmeltwater 15.000 jaar geleden, dus zo’n 100.000 jaar jonger dan de doodijskuilen eerder op deze tocht. Dit is dus het voormalige meer waar het smeltwaterdal waar ik vanmorgen doorheen liep in uitkwam. Ik denk dat het Uddelermeer hier een rest van is, maar de experts geomorfologen beweren dat het een pingomeer is. Ik geloof er niets van.

Ik zie sprengen: blijkbaar lag verder stroomafwaarts een molen. De beek heet de Oude Beek. Hmm? Wat is dan de Nieuwe Beek?

Na koffie bij het Uddelermeer ga ik weer westwaarts op zoek naar het Solse Gat. Hier liggen een aantal grintgroeves bij elkaar. Volgens mijn kaart ligt hier ook een doodijskuil en ja hoor, er is zelfs een informatiesteilrand.

Langs een grafheuvel klim ik de Goudsberg op. Op de top een bank die gemaakt is van zwerfkeitjes, en op de achterkant is met witte keien 1930 geschreven. In het veld bij het volgende kruispunt ligt ook een kuil met een steilrand. De vierde doodijskuil al vandaag.

Vervolgens zoek ik het centrum van Garderen weer op en ga met de bus terug naar huis. En mijmer onderweg na over vier doodijskuilen en een pingomeer.

De tocht in het kort

We lopen bij Garderen, Soll en Ouwendorp en kijken met name naar het smelten van het ijs aan het einde van de ijstijd. Deze landvormen zijn 125.000 tot 120.000 jaar oud.

Wat gaan we doen:

  • We lopen in een middag 18 km,
  • We beginnen en eindigen bij bushalte Bakkerstraat in Garderen.

Wat zien we onderweg:

  • stuwwal van Garderen en van Apeldoorn
  • kameterras daartussenin
  • doodijskuilen bij Garderen: Ouwendorpse gat, Solse gat met geologische informatiesteilrand
  • pingomeer: Uddelermeer
  • sprengen en dal van de Leuvenumse Beek
  • droogdal bij Ouwendorp plus droogmeer waar dit dal in uitkomt
  • grafheuvel
  • grintkuil in t Sol

Waar drinken we koffie:

  • t Molentje bij Oud-Milligen
  • Uddelermeer