Vandaag ga ik lekker fietsen over de oude dijk bij Kesteren en Lienden. De oude kronkelige dijk langs de Oude Rijn. Meer over het ontstaan van dit gebied.

Er zijn meerdere Oude Rijnen in Nederland, en deze is alleen een lokale beroemdheid: dat houden we maar zo, het er super mooi. Het is een oude loop door de Betuwe die de Rijn ergens in de 14de eeuw heeft verlaten ten gunste van een meer noordelijke loop pal onder de Grebbeberg. Waar hij nu nog loopt.

Hier moet de splitsing gelegen hebben tussen de oude en de nieuwe tak.

foto Ouderijn

Even verder kom ik op de oude Rijndijk, nu romantisch fietsgebied zoals fietsers het willen hebben. De dijk is bochtig vanwege waaien aan beide kanten. Waaien zijn resten van dijkdoorbraken, en vanwege het kolkende water bij de doorbraak is een waai altijd verrassend diep. De nieuwe dijk kon of buitenom of binnenom de ontstane waai gelegd worden. Dus hoe kronkeliger nu de fietsdijk met al die meertjes aan weerszijden, des te meer ellende dat vroeger was. Ik kom bij Kesteren.

foto Ouderijn heul

De Oude Rijn gaat via een prachtige heul onder de N320 door. Er zitten gleuven in voor schotbalken, dus dit is een voormalige schotbalkstuw. Een schotbalkstuw is de eenvoudigste stuw die je zelf ook kunt verzinnen: je legt balken op elkaar in het water, en stopt zo de waterstroom. Die schotbalken werden bewaard in een schuur in de buurt, en als het zover was, was nogal wat menskracht vereist om de schotbalk in de sleuven te leggen of hem er weer uit te halen.

De oude schotbalkstuwen zijn in de Betuwe allemaal vervangen. Hier ligt een kantelstuw in een zijsloot met een gemaal erbij. Dat werkt nu op volle toeren en maalt het water bijna een meter op: van 5.30 m boven NAP tot 6.20 m boven NAP. Aan de hoge kant staat een grote boomkwekerij die het water hard nodig heeft in deze barre tijden.

foto Ouderijn stuw

Op deze paal die vol zit met geel korstmos staat Kesteren. Ik fiets maar liefst drie keer heen en weer om een dergelijke paal bij Lienden te vinden, maar noppes nada.

Op een kaart uit 1610 staan de kerken van Lienden en Kesteren getekend. Ik weet niet of ze allebei al zo oud zijn, maar ze lijken er sprekend op. De punt is van Kesteren, de stomp van Lienden. De kerk rechtsonder op deze kaart is van het verdwenen dorp Verhuijzen.

De Mars in 1610, GA 5040-1610-2-0002

tot hier

Ik fiets verder langs de Oude Rijn, maar de mooie oude dijk loopt een eind zuidelijker door Kesteren. De Oude Rijn stroomt langs bedrijven en nieuwe huizen, en op een gegeven moment verdwijnt hij zelfs in een duiker. Gelukkig niet lang. Buiten Kesteren wordt het mooier, maar niet voor mij: de oevers van de Oude Rijn zijn nat natuurgebied, maar daar kun je niet in. Ik fiets van weg naar weg om alle duikers, bruggen en stuwen te bekijken.

Dit is de paal bij Aalst.

Een rechthoekige duiker is overigens een heerlijk plekje om mijn lunch op te eten. Als ik ga zitten, vallen een paar strootjes en blaadjes in het water en dan valt me op dat de rivier de verkeerde kant op stroomt: naar het oosten! Dat moet met dat gemaal van net te maken hebben waar grote hoeveelheden water wordt weggemalen. Onder mijn voeten kabbelt het water gemoedelijk richting gemaal. Ik zie grote scholen minivisjes en hoor lijsters zingen.

Ouderijn foto

Vroeger was dit de bandijk, er staan nog paaltjes van het waterschap op die niet meer worden gebruikt. Het nummer is onleesbaar, de verf is verdwenen.

Een eindje verder is een wetering tussen de Oude Rijn en de Linge. Het water stroomt nu naar de Linge toe. Onder de dijk een oude schotbalkstuw, met trappetje naar beneden. Een trappetje is voor mij een reden om naar beneden te lopen, want daar is wat te vinden. Het waterschap heeft geen toeristische trappetjes gemaakt alleen nuttige, en dat vind ik dus toeristisch.

foto Ouderijn stuw

Ik neem deze foto vanaf een moderne kantelstuw met daarnaast een grote vaste overlaat. En dat is nog zo’n leuk dingetje aan stuwen: het zijn ook bruggen. Weliswaar van niets naar nergens, maar leuk voor een rustpunt met een slokje water. Volgens de website van het waterschap is deze stuw passeerbaar voor vissen volgens het Model Winde, maar ik zie niet hoe en wat dat dan zou moeten zijn. Behalve dan dat nu de klep wijdopen staat, dus vissen en eendjes merken niet eens dat ze een stuw passeren.

foto Ouderijn stuw

Ik zie ook nog mooie hekwerken bij oude of verdwenen huizen. De hekwerken zijn nieuw, maar ik vind het top gedaan.

De dijk kronkelt langs een paar grote waaien die nu buitendijks liggen. Prachtige meren vol vogels. Ik zie meerdere zwanenfamilies, ganzen, meerkoeten en eenden. Ergens staat een eenzame lepelaar, en ineens vliegen drie blauwe reigers op. Ha, ik hoor water, een stuw!

foto Ouderijn stuw

Dit is een klepstuw en dat betekent dat dit een grotere wetering is want klepstuwen kunnen meer water verwerken. Je herkent ze van verre aan de twee grote schuine stangen. Enthousiast loop ik het trapje af om wat foto’s te maken. Terwijl ik bezig ben begint hij te bewegen en wordt de klep vijf tikken verlaagd. In de stangen die de klep vasthouden, zitten tandheugels die net zo werken als bij mijn bureau vroeger met uitschuifbare poten: klik klik klik klik klik. Duidelijke uitleg toch? Deze stuw ontwatert de polder De Mars richting de Maurikse Wetering.

foto stuw

Nu gaat het water van de Oude Rijn dus linksaf, de polder uit, maar vroeger liep het rechtdoor naar de Rijn. Ik fiets verder op weg naar de oude uitlaat. Bij de Waaiweg weer een klepstuw. Ik ga het trapje weer af en geniet van het geluid van het vallende water. Deze werkt niet als brug want er staat een kastje bovenop, maar dat is hier geen probleem want een vijftigtal meters verderop ligt een brug. Ook een gemaal, maar dat is zo omgeven door hekken dat ik het niet probeer. En dat wil wat zeggen.

Ik ben blij dat ik de enige ben met een fascinatie voor stuwen en gemalen: alle bankjes op de dijk zijn bezet, en ik zit hier lekker in de schaduw bij een watervalletje.

foto Ouderijn stuw

Om het hoekje ligt gemaal de Waai die de Marsch leeg kan pompen.

gemaal in de Marspolder
2018

Ik fiets verder over de dijk langs de Oude Rijn richting de Marsdijk. Hier ligt de Oudewaardsesluis (die al in 1610 op de kaart staat).

Ik fiets verder in de bloedhete zon want ga op zoek naar het laatste en grootste gemaal, de Bonte Morgen. Hier mondt de Oude Rijn in de Rijn, maar nu dus niet meer: nu komt hier water binnen. Ik fiets eerst over de brug langs de fabrieken in de Tollewaard richting het gemaal, maar stuit daar op een toegangshek waar ik niet door en niet over kan. Ik voel het schrikdraad nog tintelen in mijn arm.

foto Ouderijn gemaal

Hmm, wat nu? Dat hele eind fietsen, nu wil ik erheen ook. Terug op de dijk blijkt er een wandelpad te zijn, helemaal legaal en gloednieuw met een heus houten hekje dat open gaat, en dat loopt rechtstreeks op het gemaal af.

Nu even een kleine verdieping die misschien wel te ver gaat voor dit blog: een gemaal kan water inmalen als de rivier lager staat dan het polderwater. Of uitmalen als het polderwater later staat dan de rivier. Of inlaten (zonder malen) als de rivier hoger staat dan het polderwater. Of uitlaten als het polderwater hoger staat dan de rivier. Maar de Rijn wordt door stuwen in de zomer strikt op peil gehouden van 6 m boven NAP. En daardoor is inmalen nooit meer nodig: de gemalen in de Betuwe kunnen zo nodig (nu dus in deze droge zomer) Rijnwater inlaten zonder bemaling, want de Rijn staat altijd hoger dan het gewenste polderniveau. Dus deze gemalen laten in en malen uit. En doen dat volgens een strikt regiem dat is afgesproken tussen de boeren en het waterschap. Dat gaat over centimeters.

foto Ouderijn gemaal

Ik loop naar de Bonte Morgen, het eindpunt van de Oude Rijn. Het is hier stil: ik hoor de schepen op het water en de bedrijvigheid aan de overkant, maar hier kabbelt alleen water als er een schip voorbij vaart. Het Rijnwater wordt ingelaten onder het gemaal door en stroomt de Oude Rijn in. Op weg naar de boomkwekerijen en fruitboomgaarden van de Betuwe. Het is een mooi systeem waar we trots op mogen zijn.

foto Ouderijn gemaal

Vanuit de noordwesthoek van de polder maak ik nog een overzichtsfoto. Die witte molen daar heeft niet echt mijn belangstelling. Op dit blog geef ik niet veel of eigenlijk helemaal geen aandacht aan windmolens die graan malen. Ze zijn superinteressant vanwege de mechanische techniek, maar ze worden in alle toeristische gidsen veel beter beschreven dan ik kan.

Daarna fiets ik over de Marsdijk terug naar de brug over de Rijn. Na een paar honderd meter krijg ik de grootste verrassing voor vandaag, toch die witte Marschmolen. Want wat zie ik? De Marschmolen staat bovenop een sloot.

Dus… dit is een windmolen die water maalt. Een poldermolen (met dank aan AH Bongers). Wow, mijn hart slaat over. Hij ligt vlakbij het huidige gemaal de Waaij, en deze schitterende molen is daar waarschijnlijk de voorloper van. Dan heeft deze molen de Marspolder droog gemalen. O ja, hij heet ook de Marschmolen. Ik fiets erheen.

Wat een topding. Links zie je waar het water naar binnen stroomt door een rooster dat troep tegenhoudt. Ik lees op Wikipedia dat het gemaal een ijzeren scheprad is van bijna 6 meter doorsnede en 45 cm breed. Ik lees ook dat je erin mag als de wieken draaien.

Nou dat worden dus heel wat fietstochtjes die kant op, want dat kan ik vanuit Wageningen niet zien.