Deel 3 van deze serie over De Mars, nu aan de hand van een prachtige kaart uit 1610 van het gebied van Kesteren, Lienden en daartussen de Mars. Met dank aan het Gelders Archief. De kaart is anoniem en hoort bij een ruzie tussen de drost van het huis De Leede en De Mars.

5040-1610-2-0002

Eerst maar oriënteren: het noorden is onder.

Onderin stroomt den Rhijn van links naar rechts. Links bovenin Keesteren met een hoge puntige (moderne?) kerk. Rechtsbovenin Linden met een stompe (Romaanse?) kerk. Rechts onderin het verdwenen dorp Verhuijsen ook met een puntige hoge kerk.

Daartussen van boven naar beneden: Den Bandyck, Den ouden Rynschen Graeff, Den ouden Weerde, De Lhee graeff, Den hooghen wech, Die Marsche, Den Rhijn. Over de Ouderijn en de Bandijk heb ik al geschreven, net als over de Lede (Leigraaf).

In het oosten is Lhede een hoge toren met een gracht eromheen in een polder die nog steeds De Lede heet. Andere teksten aan de linkerkant:  Den Amschen Bomgart alias Bickelaer, Hackfoil, Den Loos Dyck en De Spies. Toen waren er al boomgaarden in De Betuwe, of zou de Ambtse de eerste geweest zijn? Het is nu een supermooie boerderij. De Spees is nu de naam van het verdedigingswerk van de Betuwelinie, vergelijkbaar met de Grebbelinie, maar dat was toen nog niet gebouwd.  De andere namen zijn verdwenen. Op de dijk langs de Rijn twee hekken.

Rechtsonderin: het verdwenen dorp Verhuijsen (waarschijnlijk ‘de huizen aan het veer’, maar van een veer blijkt op deze kaart niets) dat in 1615 bij een dijkdoorbraak verzwolgen is. De kerk is in 1848 afgebroken. Als je goed luistert hoor je zomers bij volle maan om twaalf uur ’s nachts de kerkklokken nog luiden op de bodem van de klokkewaai.

Onderaan Den Rhijn, in het midden een midelweert en aan de overkant Rhenen. Een middelweert is een drooggevallen stuk grond in het midden van een stroom, wat vaak aanleiding gaf tot hevige twisten. Immers, een weert valt automatisch toe aan de aangelanden, maar van wie is een middelweert?

Tenslotte twee sluizen. Bij de linker staat iets dat lijkt op Mõme Sluys, ten westen daarvan de Verhuysen Sluys. De Mõme Sluys, wat zou er echt staan? Een õ duidt op het weglaten van nasale letters. Ik denk dat er Mõrne Sluys staat, en dat dit Moderne Sluis betekent. De nieuwe sluis dus.

Ik leg de kaart over een nieuwere, niet te nieuw want dan is het minder herkenbaar. En dan ben ik vooral benieuwd waar de twee sluizen liggen.

De Mars 1874

 

Het is een kaart uit 1874, sindsdien is er nogal wat vergraven in De Mars. Ook toen was de eerste kaart al oud: tussen 1610 en 1874 zit 264 jaar (tussen 1874 en 2018 zit slechts 134 jaar.) Er zijn duidelijk drie polders: de Oudewaard en de Lede ten zuiden van de Hoge Weg en de Mars daar ten noorden van. Eerder schreef ik dat De Lede deze polders zou scheiden (dat had ik gegoogeld), maar een Hoge Weg op een dijk lijkt me een logischer scheiding tussen twee polders. En zo leren we elke dag bij. De Lede en de Oudewaard werden ontwaterd via de gegraven Lede, en de Mars via dat andere watertje dat op nieuwere kaarten de Klinkwetering heet.

De twee sluizen? In 1874 heette Verhuysen Sluys in het westen, de Oudemaardsche sluis, en de Moderne meer naar het oosten de Marsche Sluis. Die dus ook al minstens 264 jaar oud was. Bij de Klinkwetering staat tot op de kaart uit 2005 een sluis ingetekend. Maar nu is hij echt weg. Zou er nog wat van te zien zijn in het veld? Toch maar weer eens heen fietsen.

De vier delen in deze serie over De Mars met vooral aandacht voor waterbeheer:

  1. Langs de Lede
  2. Langs de Ouderijn
  3. De Mars in 1610
  4. De Mars in 2018

 

 

Advertenties