Een zijvang is een dijk van voor de samenwerking, een dijk uit de tijd dat dorpen en steden in hun eentje zichzelf verdedigden tegen het water van de rivieren in de winter. Een bandijk langs de rivier zoals nu gebruikelijk, is dan onlogisch: het helpt natuurlijk geen zier als jij in je eentje jouw dorp en landerijen beschermt met een dijk langs de rivier als het dorp bovenstrooms van jou dat niet doet. Het water stroomt dan gewoon achterlangs jouw dijk je dorp in. Een dijk dwars op de rivier is de oplossing, precies op de bovenstroomse grens van jouw gebied. Het water leid je af naar de lagere komgronden achter het dorp. Jij gered, je buren pech.

tekening zijvang
tekening Mathilde 2018

Uiteindelijk ging men toch samenwerken en kwamen er bandijken langs de rivieren, en zo doen we het nu nog. Zijvangen verloren hun functie en werden hier en daar opgeruimd. Maar restanten van oude zijvangen zijn er nog veel. Oude smalle dijken die nu als toeristisch fietspad in gebruik zijn, met lage dijkhuisjes erlangs die niet in gevaar zijn want hun dijk hoeft nooit meer verhoogd te worden. Voorbeelden zijn de Zijvend bij Purmerend, Zijvond bij Dreumel, de Zeiving bij Vuren, de Zijdvang bij Wageningen, de Zijveling bij Lienden en de Zijveld bij Beneden-Leeuwen.

Voordat zijvangen gemaakt werden, stroomden de rivieren vrijelijk door de Betuwe. Langs de rivier ontstonden hoge zanderige oeverwallen en daarachter lagen diepe kleikommen. In de winter steeg het water en stroomden de komgronden vol. De mensen woonden op de oeverwallen en gebruikten de komgronden alleen in de zomer. Dit systeem was veiliger dan wij het ons nu kunnen voorstellen. Mensen woonden op de hoogste plekken die vrijwel nooit overstroomden, maar als dat wel gebeurde, kwam het water geleidelijk omhoog en niet als een kolkende watermuur zoals bij een dijkdoorbraak. Bovendien steeg het water in de winter hoogstens enkele decimeters: tenslotte waren er geen dijken dus de Rijn, Maas en Waal waaiden breed uit ten zuiden van de stuwwallen op weg naar de zee. De rivieren werden vooral breder, niet veel hoger. Misschien kreeg je natte voeten, maar je verdronk er niet in.

Maar er kwamen steeds meer mensen en ook minder gunstige plekken raakten bewoond. Een zijvang is dan een goede oplossing: die staat dwars op de rivier zodat water naar de komgronden wordt afgeleid en ook de wat lager gelegen bewoonde plekken achter de dijk worden gespaard. Dat systeem werkte prima maar uiteindelijk groeide de bevolking zo sterk dat de kommen en lagere delen van de oeverwallen intensiever gebruikt moesten worden, en wilde men van de zijvangen af.

Bovendien was een zijvang altijd een bron van conflict tussen wij en zij. Wij beschermen ons en dat jullie dan natte voeten krijgen, is jammer dan. Zijvangen werden nogal eens doorgestoken door buurdorpen.

Na de bouw van de bandijken langs de rivieren steeg het waterpeil tussen de winterdijken steeds hoger: de rivier kreeg immers minder ruimte om uit te waaieren. Dijkdoorbraken waren gevaarlijk want dan kolkte het water het bewoonde gebied in tot meters hoogte. Bij de doorbraak van de Grebbedijk in 1855 stond het water in Veenendaal 3 meter hoog. Maar men kon niet meer terug naar het oude systeem vanwege de bevolkingsdruk.

Ik wil maar zeggen: in een Nederland zonder dijken stijgt het water in de winter niet zoveel dat mens en dier verdrinkt. Integendeel, misschien staan alle lage delen in het hele gebied tussen de stuwwallen en de hoogte in Brabant onder water, maar het water komt niet verder dan tot je knieën. En niet op de terpen en oeverwallen. Bovendien stijgt het geleidelijk en kun je je spullen redden. Vervelend natuurlijk, maar niet dodelijk. Maar dan moet je wel echt alle dijken weghalen, en niet eentje. Dit geldt natuurlijk niet voor de lage polders in het westen.

In een Nederland achter dijken is het risico van dijkdoorbraken met desastreuze gevolgen altijd aanwezig. Bovendien stijgt de zeespiegel en zakt west-Nederland, dus de kans op een dijkdoorbraak wordt steeds groter. En daarom worden dijken steeds opnieuw verhoogd en verstevigd.

Gelukkig zijn we tot het besef gekomen dat steeds hoger uiteindelijk een achterhoedegevecht zal worden. We geven nu juist weer meer ruimte aan de rivier. Nevengeulen worden gegraven, uiterwaarden geschikt gemaakt als waterberging en er is een definitieve stop op woonwijken in de uiterwaarden zoals in de vijftiger en zestiger jaren nog heel normaal was. Zijvangen passen prachtig in de toekomst. Wie weet gaan we weer zijvangen opwerpen om rivierwater af te leiden naar lager gelegen natuurgebieden in kleikomgronden.