In Friesland en Drenthe liggen tientallen ronde meertjes met een wal eromheen. In sommige staat water, andere zijn moerasjes vol planten en veenmos en vele zijn gevuld met bodem en opgegaan in de omgeving en alleen zichtbaar voor wie er goed op let. De laagte is altijd wel herkenbaar in het veld; de wal niet altijd, maar is op het AHN wel te volgen. Deze omwalde laagtes zijn pingoruïnes.

Een mooiere term vind ik pingokuil. Pingomeer kan ook, maar niet in elke pingokuil staat water.

De meest zuidelijke is het Uddelermeer, dit is meteen het grootste en diepste pingomeer. Het is niet rond, ligt op een onlogische plek en heeft geen wal. Allemaal redenen waardoor ik twijfel of het wel een pingoruïne is, maar op elke site en in elk boek wordt juist het Uddelermeer aangehaald als het beste voorbeeld. Hoe eigenwijs kun je zijn.

Hoe ontstaat een pingo

Een pingoruïne is de ruïne van een pingo. Dus wat is een pingo en hoe ontstaat een pingo?

Een pingo is een ijslens in de grond die aangroeit tot een behoorlijke berg, veel hoger dan je denkt dat mogelijk is. In Canada komen pingo’s voor van vijftig meter hoog en driehonderd meter doorsnede. Die ijslens is bedekt met de grond die er bij het begin van de vorming al op lag.  Bij het doorgroeien van de pingo glijdt de grond naar beneden en vormt een wal om de berg heen.

pingo ruine tekening 8
tekening Mathilde 2018

Onze pingo’s zijn ontstaan tijdens de slotfase van de laatste ijstijd en zijn dus zo’n 120.000 jaar jonger dan onze stuwwallen en bijvoorbeeld de doodijskuilen bij Garderen. Eigenlijk zijn ze met hun 10.000 jaar piepjong en behoren ze tot de nieuwste leuke landschapsfenomenen van Nederland.

In de slotfase van de laatste ijstijd was het hier koud met lange winters en een altijd bevroren bodem. Onder deze permafrost zit vloeibaar grondwater. Dit probeert bijvoorbeeld onder aan een helling van een stuwwal uit te treden maar dat gaat niet vanwege de permafrost en dan wordt de waterdruk steeds hoger. Uiteindelijk wint water altijd. Hier en daar is de permafrost gescheurd of zwakker, stroomt grondwater naar boven maar dat bevriest weer voor het buiten komt. Zo ontstaat een ijslens die blijft aangroeien en een berg van wel 50 meter hoog kan worden. Ik zelf vind dit vrij ongeloofwaardig klinken, maar even googelen leert dat deze bergen in Canada en Alaska inderdaad veel voorkomen. Inuits noemen ze pingo’s, en wij dus ook.

Het smelten van de pingo

Onze ijsbergen zijn gesmolten toen het hier 10.000 jaar geleden definitief warmer werd. Wat overbleef is een kuil in de grond met een wal eromheen dat in ons waterland volliep met water. Vaak groeide het meertje dicht met veen. Mensen hebben dat veen eruit gegraven en nu hebben we weer meertjes. Andere pingokuilen zijn volgegroeid zonder veen, en die zijn nu als flauwe laagte zichtbaar in het veld. De wal is vaak lastig in het veld te zien maar wel degelijk op het AHN, de digitale hoogtekaart van Nederland. Er liggen er honderden in Friesland, Groningen, Drenthe en een paar in Overijssel. En dus eentje bij Uddel.

Het Uddelermeer

De reden dat geormorfologen zeker weten dat het Uddelermeer een pingoruïne is, is het pakket sediment in het meer. Op de bodem van het Uddelermeer ligt een pakket bodemmateriaal van een tiental meters dikte dat nog helemaal intact is vanaf het begin, een klimaatarchief wat uniek is voor de wetenschap. Het oudste materiaal onderin is ongeveer 10.000 jaar oud, en dat komt overeen met de leeftijd van onze pingo’s. Ik wil graag dat het Uddelermeer een doodijskuil is net zoals die andere kuilen in de omgeving van Garderen, maar doodijskuilen zijn 100.000 jaar ouder en dan had er ouder bodemmateriaal onderin het Uddelermeer moeten liggen. Dat ligt er niet, dus is het Uddelermeer hoogstens 10.000 jaar oud en dus een pingoruïne.

ahn kleur uddelmeer-met-ringwalburcht
Het Uddelermeer met de ringwalburg ernaast