In Salland en Twente liggen stuwwallen, keileemruggen en andere heuvels in een ingewikkeld verband. Hier een deel uit de Duitse geologische kaart, grove versie. Het mooie van de Duitse kaart is dat hij grensoverschrijdend is. Wat werd ik vrolijk toen ik die vond!

brd twente

Je ziet de grens tussen Nederland en Duitsland, tussen Overijssel en Gelderland en tussen Nordrhein-Westfalen en Niedersachsen. Je ziet ook enkele plaatsen aan weerszijden van de grens.

Het geheel lijkt op eilanden in een groenblauwe zee: die zee is dekzand en daar kijk ik verder nu niet naar. In Duitsland zie je enkele eilanden in paars, mosgroen, gifgroen en nog zo wat. Dat is harde steen uit het Krijt, zoals bij Bentheim, Gildehaus en Ochtrup, Glane en de Haarmüuhle. Hier kijk ik nu ook niet naar. Ook niet naar de blauwe beekopvulling en beken. Niet naar het lichtgele zand. Niet naar het mosgroene hoogveen bij Langeveen. Niet naar de okergele tertiaire zanden bij Eibergen.

Ik kijk naar het ijstijdenlandschap. Dat is bruin en roze. Drie kleuren roze zelfs: de lichtste roze is gestuwde Tertiaire klei. De vaalgroene stuwwal ten noorden van Ootmarsum hoort er ook bij.

Ik verbind de stuwwallen met elkaar volgens de Duitse theorie.

brd twente stuwwallen

Duitsers noemen deze lijn  de Rehburger-Stauchendmoränenstruktur, en volgens hun theorie is die ongeveer 150.000 jaar oud. Op dit kaartje staan vijf ijslobben die vanuit het noorden de lokale bodem opperste tot stuwwallen. In het grensgebied bij Harderberg lag de ijstong van Wilsum die de stuwwal van Itterbeck (middenbovenin) opstuwde. Meer naar het oosten lag de ijstong van Nordhorn die de Twentse stuwwal op-perste, tegen de harde steen van Bentheim botste, en aan de oostkant ook een stuwwal maakte. De Sallandse heuvelrug hoort deels bij deze rij. Het NW-deel is opgestuwd door de grote ijstong in de IJselvallei, en het ZO-deel door een kleinere zijlob.

Tot zover is het eenvoudig, maar dan? Enkele geïsoleerde stuwwallen liggen ten zuiden van deze grote gordel en waar komen die dan vandaan? Eentje in Duitsland bij Emsbüren, en drie bij ons: de Deldeneresch, Neede en Lochum. En dan zit ik nog met een paar grote keileemvelden bijvoorbeeld de rug bij Enschede en een veld kleine keileemplukjes. En met een groot gat in de Twentse stuwwal bij Rossum.

Het verhaal is dat het ijs verder groeide. Dat ijs zou uit Nordhorn gekomen zijn en het bekken van Hengelo hebben uitgediept. Ik schets de ijslob van Hengelo in mijn kaart met rood zoals hij misschien gelegen kan hebben.

geomorf salland twente

 

Het verhaal is dit: het ijsveld in het tongbekken van Nordhorn breidde zich uit en brak bij Denekamp door de eigen stuwwal heen. IJs is geen water, ijs groeit met enkele meters per jaar. Het duwt langzaam en kan in speciale gevallen de gevormde stuwwal wegduwen. Zo is de Rossummerpoort ontstaan.  Dat hangt samen met de gladde Tertiaire kleilaag onder de stuwwal: blijkbaar was de wrijving tussen stuwwal en klei kleiner dan de interne wrijving in de stuwwal. Goed, het ijs breidde zich uit en nam daarbij een heel stuk van de eigen stuwwal mee. Een deel werd afgezet bij Enschede, en een tweede deel juist aan de andere kant bij Delden en dat verklaart de stuwwal van de Deldeneresch. Op mijn tekening hoort de Needese berg er ook bij.

Het ijs zakte weg in de ondergrond, en zo is het Bekken van Hengelo ontstaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties