Dit is volgens mij de mooiste kaart van het Binnenveld tussen de Grebsluijs, Wageningen, Lûntteren en Scherppenseel. Als je deze link naar de vindplaats in het Gelders Archief volgt, kun je inzoomen tot het kleinste detail.

gelderse vallei 1655 kaart 16

Hij is gemaakt door Nicolaes van Geelkercken in 1655. Ik ben dol op zijn kaarten en kan me uren vermaken met het ontcijferen van de teksten en het turen op de priegeltekeningetjes. Het tekenplezier spat ervan af.

Deze kaart ga ik in meerdere stukjes bespreken, want je kunt er een boek aan wijden. Hier dus eerst een globale benadering. In een volgend stukje zal ik het hebben over de aanleiding om de kaart te maken: de waterhuishouding rond Doesburg (de Doesburg ten noorden van Ede, er bestaan meerdere Doesburgs. Wat betekent die naam? Dat is ook een ander verhaal.) Rechts op de kaart zie je een aantal blauwe lijnen, ‘onbedoelde sloten’, duidelijk een teken van wateroverlast. Dit is dus een waterkaart waarop de ontwatering van dit deel van de Gelderse Vallei staat. Dat is superinteressant! Maar niet nu, nu bekijk ik alles wat geen water is.

Eerst maar oriënteren. Het noorden is rechts. Helemaal links tegen de rand van het vel papier tekent Nicolaes de Grebdijck en de Rhijnstroom. Onderaan de heuvels van de Veluwe, bovenaan de Utrechtse Heuvelrug. Links bovenin de Grebsluijs en de Rhijnse Bergen. Links onderin Wageningen. Onderaan, van links naar rechts, de oude plaatsen langs de rand van de stuwwal. Bovenop de stuwwal is het te droog om te wonen, in het Binnenveld te nat. Maar de rand daartussen is perfect en die rand is dan ook al duizenden jaren bewoond. Van zuid naar noord tekent Nicolaes Wageningen, Bennekom, Hûcklem bovenop de berg , Eede, Kernhem, Dousburgh en Lûntteren. Wageningen is duidelijk de belangrijkste ommuurde grote stad. Rechtsbovenin Scherppenseel, daar ten zuiden van de Eijminckhûijserbergh met een dorp Eijminckhuijsen ernaast op het hoge droge zand, Rhijnswoûde en tenslotte midden tussen de moerassen Veenendal.

Waterkaarten van dit deel van de Gelderse Vallei gaan altijd over Veenendaal: daar werd veen afgegraven, daarvoor moest de waterstand verlaagd worden (het is lastig graven onder water), en dat verstoorde de waterhuishouding in een groot gebied. Goed, ik zou het daar nu niet over hebben, maar daar gaat de kaart dus wel over.

Hee, Maanen ontbreekt. Dat ligt tussen Veenendaal en Ede op een droge stevige zandrug en bestond toen zeker. Op een kaart uit 1550 tekent Stratius zelfs een kerk in Maanen. Nicolaes tekent geen dorpskern of kerk en dat lijkt me waarheidsgetrouw. Maanen was een buurtschap net als Hoekelum, Doesburg en De Kraats met verspreide bebouwing zoals op de zandruggen in de Gelderse Vallei gebruikelijk is.

Bij de Grift schrijft Nicolaes: Grift naar Rhijnse Veenen is een gescheijd tûsschen Gelderlant en Het Sticht.

Van zuid naar noord aan de rand van de Veluwe benoemt hij vijf landbouwgebieden: t’ Wagenings broeck, Boûrschap Manen, Eede en Velthûijsen, Boûrschap Doûsbûrg en Lûnteren. De hogere polders ten oosten van de Dijckgraeff is voor het doel van deze kaart niet interessant want die wateren af op de Rijn en hebben dus niets te maken met Veenendaal en de wateroverlast in Doesburg. Nicolaes laat dat hele gebied weg en legt de Dijckgraeff langs de Eng. De Rhijnsteegh, Slaghsteegh, Veensteegh liggen er nu nog net zo. De Cromen Eem is verdwenen maar wordt weer hersteld (maar gaat wel de andere kant opstromen) De Broeckstraet heet nu Nieuwe Kanaal (blijkbaar was dat toen nog niet gegraven). Vlakbij Wageningen tekent hij net als op zijn andere kaarten de Ouden Dam.

Nicolaes tekent een weg van Bennekom naar de Wageningse Gemeent. Deze meent was in gemeenschappelijk beheer tussen Wageningen en Bennekom naar aanleiding van een geschil waarover ik eerder heb geschreven. Dit is de weg over de stevige zandrug van De Kraats. Hij tekent hier vier boerderijen die er nu nog steeds liggen: Dijckenes, Buxfoort, Hasseloo en t’ Slagh. Hasseloo tekent hij als een landhuis met een prachtige uivormige toren (in het volgende detail staat onder t’ Slagh in dit 17-de eeuwse handschrift dus Hasseloo). Van Harselo staat nu alleen het poortgebouw nog.Binnenveld 1655

Er is hier sinds 1655 maar weinig bebouwing bij gekomen. In de meent tekent hij langs de Eemdijck twee vogelkoijen. Die zijn helemaal verdwenen, ook op het AHN zie ik niet eens meer een laagte. Terwijl een eendenkooi bestaat uit een waterplas met bos eromheen. Op die plek nu een boom en een bankje, maar die boom zal nieuwer zijn. Toch een teken? Er is nog steeds wat zuidelijker een eendenplas, maar die was er toen blijkbaar nog niet. De Eemdijk is ook onzichtbaar verdwenen.

Meer naar het noorden is Eede, volgens Nicolaes niet meer dan een kerk en een molen, inmiddels tot een grote stad uitgegroeid en heeft Veldhuizen en Manen opgeslokt. Het sloten- en wegenpatroon is verdwenen onder de A12, de A30 en knooppunt Maanderbroek.

Doûsburgh bestaat nog wel. De Goorsteegh ligt er nog net zo, net als de Seghsteegh en de Doûsburgsen Dijck. De andere stegen heten nu anders of zijn verdwenen. Hier is weinig veranderd de afgelopen 363 jaar. De molen staat er ook nog. De twee woorden waarin ik de Betuwer Vouder lees, zijn me vooralsnog duister. Hier ligt een buurtschap De Venen of de Galgenberg. Geen Betuwse wouden natuurlijk.

Tenslotte is het gebied bij Veenendal interessant. Hier tekent hij de Slaperdijck. Een deel ervan tekent Nicolaes tussen de Eijminckhuijserbergh en t Hooglant bij de Utrechtse Heuvelrug, en daarbij schrijft hij Amerongseveen. Dat moet bij het Egelmeer zijn, want daar begint de Slaperdijk nu nog steeds. Aan de andere kant van de Eijminkhûijserberg gaat de Slaperdijck verder, eerst langs de kleinere Santhûvelt en dan naar het noorden tot aan het Hooglant aan die kant. Het verhaal van de Slaperdijk is ook superinteressant en bewaar ik ook voor een andere keer.

 

 

 

Advertenties