Deel drie over de boeiende kaart van Nicolaes van Geelkercken van Het Binnenveld.

Op de kaart valt Veenedal op met lange rijen huisjes langs turfvaarten die samenkomen bij de Swaluwstaart. Die is nog herkenbaar in het stratenpatroon bij het winkelcentrum, maar de vaarten zijn gedempt. Vandaar dat de straten in het centrum van Veenendaal zo breed zijn: het waren vaarten met aan weerszijden een jaagpad. Zo te zien was Veenendaal echt een wereldcentrum, zeker vergeleken met het minidorpje Eede

Die zwaluwstaart is een geweldig herkenningspunt op oude kaarten van de Gelderse Vallei en het Binnenveld. Het is al meermalen voorgekomen dat ik scrollde door oude kaarten die net zo goed het achterland van Leningrad of Denemarken zouden kunnen weergeven, en dat ik dan ineens blij iets herkende: Veenendaal!!

De Kerkenwijck ligt er al, en ja hoor, de kerk staat er al op. Daar vlakbij de molen op de hoogte bij de Molenstraat en De Terp. Het oudste stukje Veenendaal is er nog, hoewel Veenendalers wel een naam hebben op het gebied van slopen en opnieuw beginnen.

gelderse vallei 1655 kaart 16

Een van de poten bij de zwaluwstaart gaat naar Utrecht, toen Sticht. De tweede poot noemt hij Gelderse veenen ende Grijfft. Daartussen liggen de Munckenvenen. Monniken in Veenendaal?

De grift naar de Gelderse Venen is nu de weg naar de Klomp, maar de grift is veel korter dan ik dacht en stopt bij de Edese Buurtsteeg. Die is vanaf de Buurtlaan-west in Veenendaal tot aan de Horsterweg in Ede als kaarsrechte lijn (doorbroken door nogal wat obstakels zoals snelwegen en spoorlijnen) nog altijd te volgen.

buurtsteeg

Het is duidelijk dat de ontwatering die was verstoord door de Slaperdijk de aanleiding was voor het tekenen van de kaart. En dan met name voor Veenendaal en de Doesburgse polder. Ik ga de tekst ontcijferen:

Voor desen soo heb ick ondergetekende een kaartien gemaeckt nopende de waeterlossinge deser leeger veenen waerover de Gelderse ende Stichtse in handelinge sijn getreden om voor te komen dat het Rhijnwaeter geen schade meer als voor desenen seede doen, want in mijnen tijt heeft t waeter vier oft 5 mael de venen overlopen te weten Ao 1599, Ao 1602 ent noch 2 mael dat ick buijtenslants sijn geweest ende nuestmael Ao 1653, dat van [Intwes] op pampier gebracht is,

Niet tegenstaende soo hebbe de Stichtse enen Slaeperdijck gelegt en [vegen] als volgt:

Desen Slaeperdijck is 3/4 uijr gaens lanck ende van 10 tot 13 voeten hoogh bij 2 roe breijt streckende van een hoogh lant tot het andere, alsoo dat al de geene die tusschen den Grebdijck en desen Slaeper wonen, bij hooge vloeden prijckel lijden.

Die veranderinge is met A. B. E. aen gewesen; A is die nieuwe sluijs aende swaluerstaert; B is den Slaeperdijck. C is den Heer van Rhijnswouts sluijs; D is de groote huel tussen 30 en 34 duijm wijt. E is de clene huel tusschen 17 ende 18 duijm wijt. F wijst aen hoe het Luntersse enden Dousburgse waeter naer de voerβ huelen loopt.

G. is Esvelts nijeveen dijck aande veensteegh, heb in present van beijde partijen den bovencant van desen dijck gewaeterpast, bevinden als t waeter soo hoo staet dat het lant aenden oostsijde vanden veensteegh wel 80 ofte 90 roeden sal onder [stoijen] den omstanders weelanden en sij tselve duer staeken dat ’t waeter over den dijck stortten tot schade vour nabuijren van Velthuijsen, Maenen ende Wageningen.

Lees zo’n oude tekst (374 jaar oud Nederlands) vooral hardop, dan begrijp je hem vast in grote lijnen. Een paar dingetjes:

  • tussen [..] staan woorden die ik niet goed kan ontcijferen
  • de mooiste uitdrukking vind ik ongetwijfeld ‘prijckel lijden’. Als de Rijn het Binnenveld overstroomt, lijden de inwoners prikkel. Jammer dat zo’n fraaie uitdrukking de tijd niet heeft overleefd.
  • Heer van Rhijnswout: dat gaat over het Utrechtse kasteel Renswoude. De naam slaat dus op  het woud aan de Rijn. Nooit eerder heb ik die associatie gelegd.
  • een huel is een heul: een gemetselde onderdoorgang zodat water zo nodig door een dijk kan.

De Stichtsen, Utrechtenaren dus, hadden dus een slaperdijk gelegd om te voorkomen dat hun voeten nat werden. Dat de mensen in Veldhuizen, Manen en Wageningen daar dan prikkel van leden, jammer dan. Het verhaal over de Slaperdijk is een mooi verhaal, en er hoort ook een prachtige kaart bij. Een mooi verhaal voor een andere keer.

Ik wil tenslotte weten of de plekken van de grote en de kleine heul nog herkenbaar zijn. En ja hoor, er verandert immers niets in 374 jaar. Op de kaart uit 1900 staat een Munnikeheul aangegeven op de plek van de grote heul. Alweer die monniken. De kleine heul voedt nu het water bij het kasteel.  Wow.

slaperdijk heulen
bron Topotijdreis, bewerking Mathilde, 2019

Wat een topkaart is dit toch.

 

Advertenties