Doodijskuilen ontstaan bij het afsmelten van de grote ijsvlakte. Brokken ijs raken los van de grote gletsjer en blijven nog jaren liggen of worden meegevoerd met het smeltwater samen met grote hoeveelheden steen, zand en puin. Uiteindelijk smelten ook deze losgeraakte ijsbrokken, en blijft de ruimte als laagte over op de grote smeltwatervlakte.

doodijsgat tekening 7
doodijskuilen. tekening Mathilde, 2018

De indrukwekkende kuil ten oosten van Ouwendorp bij Garderen (niet de leemkuil tussen de boerderijen), achter de boerderijen, is een doodijskuil. Het zou een geologisch monument moeten zijn. Op de Veluwe liggen zes doodijskuilen, alle zes bij Garderen.

Sommige doodijskuilen hebben mooie namen: het Solse Gat (bij ’t Sol, niet te verwarren met het Solsche Gat in het Speulder en Sprielderbos. Dat is geen doodijskuil, want bovenop de stuwwal lag geen ijs). En de Mottenkuil.

Doodijskuil of doodijsgat? Mag allebei, maar je ziet meer een kuil dan een gat. Doodijskom mag ook. In het Engels heten ze kettle holes. In het Duits Toteiskessel. Of Söll.

Op de volgende kaart, een uitsnede uit de geomorfologische kaart van Nederland (bron http://www.Pdok.nl), zijn de acht doodijskuilen donkerpaars gekleurd. Die in Ouwendorp is de bovenste van de twee grote donkerpaarse vlekken.

geomorf uddel

Op het AHN zijn ze ook supergoed zichtbaar en zie je ook snel meer kandidaten. Op de onderstaaande uitsnede zie ik boven het rechtergat een laagte die vast niet opvalt in het veld en die heel goed een doodijskuil zou kunnen zijn. Linksbovenin de doodijskuil bij Ouwendorp (en de kleine leemkuil ernaast).

ahn doodijsgaten
Doodijsgaten bij Garderen, Ouwendorp en Milligen. AHN, bewerking: Mathilde, 2018

En in het veld ook, loop naar Ouwendorp en verlustig je in het zicht op de grote laagte in de velden tussen het dorp en het bos in de verte: [foto komt]. De steile kuil naast de weg bij de witte boerderij is de allerduidelijkste, maar dat is een leemkuil. De doodijskuil is de grote laagte daarachter ten oosten van het dorp. Indrukwekkender kan ik het niet maken.

Onderin een doodijskuil ligt keileem. Keileem en een doodijskuil horen bij elkaar. Keileem is versmeerde puinzooi.  Keileem is een mengsel van grind, zand, silt en klei. Schuur zand een tijdje en het wordt fijn zacht silt. Schuur nog een tijdje door en je krijgt klei. Het mengsel in je bakje heet leem. Gooi er wat steentjes door en je hebt keileem. Keileem is een typische afzetting van gletsjers die over een ondergrond schuren en ligt overal in noord Nederland waar ijs heeft gelegen.

Dat de enige doodijskuilen van de Veluwe hier bij elkaar bij Garderen liggen, is uiteraard geen toeval. Dit is het bovenstroomse deel van het dal van de Leuvenumse Beek, een groot kameterras of smeltmeerterras van Nederland waarover ik geschreven heb in Het Uddelermeer.

Doodijsgaten en kameterrassen horen bij elkaar: in een smeltwatermeer drijven brokken dood ijs rond, wat bijzonder fotogeniek te zien is aan de voet van de grote gletsjer op IJsland. Als dat water dan zakt of wegstroomt, blijven juist daar die brokken ijs liggen tussen al het andere puin. Dat zal in IJsland niet anders zijn als het daar warmer wordt. Ook pingomeren horen erbij, en daarvan liggen er in dit dal ook een stuk of vier.

Nu ben ik reuze benieuwd of er op de andere kameterrassen in Nederland, bij Markelo, Borne en Het Harde ook doodijskuilen liggen. Natuurlijk liggen ze er, een smeltwatermeer zonder brokken ijs lijkt me een uniek fenomeen. Ik speur op het AHN, struin op internet, zoek in boeken over het Nederlandse landschap maar kan niets vinden. Ze zijn niet meer herkenbaar in het huidige landschap. Helaas Sallanders en Tukkers, geen doodijskuilen bij jullie.

Meer weten?

Advertenties