Wat een mooie kaart van de Maneswaard, het stukje Wageningen aan de overkant van de Rijn.

1413-0001 kaart 15
De kaart is ouder dan 18 september 1568 (blijkbaar werd er toen iets ondertekend en daar hoorde deze kaart bij) en is te vinden in het Gelders Archief. De tekenaar is Thomas Witteroos. Er bestaat een tweede versie van deze kaart, getekend in 1936 door Ben van Londen. Ben van Londen heeft een heel stapeltje kaarten nagetekend voor Van Oosting, die bezig was met een onderzoek naar de omgeving van Wageningen en daar oude kaarten voor nodig had.

Zoals altijd moeten we ons eerst oriënteren. Witteroos tekent een windroos met het noorden linksonder. We zien de Rijn stromen van links naar rechts, en die stroomt hier in het veld van NO naar ZW. Links onderin buiten beeld ligt Wageningen, rechts onderin ligt de Heijmenberch met bovenop een huisje. Dat is volgens mij de Beghijnen Capel die op een kaart uit 1552 staat en ergens bij Heimerstein op de Grebbeberg gelegen moet hebben. Aan de noordkant van de Rijn staat de tekst Baghijnen Waert, dat moet in de buurt van de steenfabriek De Plasserwaard zijn. Daar is lang een voetveer geweest. Witteroos tekent er een aanlegplaats voor schepen en rijshout in Den Rijn.

Zou er meer bekend zijn over een Begijnenkapel en een Begijnenwaard tussen Rhenen en Wageningen? Geen idee. Ik puzzel verder op deze kaart.

Witteroos tekent een oude meander als tweede Rijnloop. Hij noemt hem ook Den Rijn en tekent hem bijna net zo breed als de rivier zelf, en dat wil wel iets zeggen: blijkbaar stond deze meander in 1568 nog vol water. Witteroos tekent geen boten in deze loop. Aan de buitenkant ligt rechts Hoesden, nu Opheusden (werd Hoesden op zijn Duits uitgesproken als Hösden? En woonde je daar op?). Links tekent hij een boerderij de Boûhoff Wolfswaert in de waard de Wolfswaert. Daarboven een plakkaat maar dat is beschadigd. Voor zover ik dat kan zien, staan daar oppervlaktes op van de velden die met letters zijn aangegeven.

Tussen de Wolfswaert en Hoesden ligt de Hoesdenschen Dijck. Zo te zien een stevige dijk met een steile rand naar de rivier, die in de buitenbocht de dijk behoorlijk aanvrat en afkalfde. De bocht is blijkbaar nog niet zo lang daarvoor door de Rijn verlaten ten gunste van de nieuwe korte rechte loop. Daarmee verloor Hoesden de toegang tot de Rijn, maar Witteroos tekent niets dat lijkt op een aanlegsteiger, niet eens een roeiboot bij het dorp. Had Opheusden vroeger een haven en was die in 1568 al onbruikbaar? In de binnenbocht van de meander tekent hij geen blauw water maar wit zand. De meander is blijkbaar al aan het verlanden.

Hij tekent bij de ingang van de meander een zandbank, die zelfs een letter N krijgt en dus echt op papier bestaat en toegewezen kan worden aan een eigenaar. De kaart gaat daar natuurlijk over: de velden met letters zijn opgemeten en nu kan er belasting geheven worden. Het zijn voor mij juist de minst interessante details, maar fijn dat het een reden was om zo’n mooie kaart te maken.

Dan de waard, het eiland tussen de nieuwe en oude loop van de Rijn. Dat is dus wat nu de Maneswaard heet en die hoort bij Wageningen. Want de gemeentegrens liep en loopt over die oude loop van de Rijn. Die meander is nu helemaal verdwenen en deel van de uiterwaard met de waterplassen en de steenfabriek waar je langs fietst over de dijk. Als ik de nieuwe kaart zorgvuldig bestudeer bekruipt me het vermoeden dat de oude waterloop zelf onderdeel is van de gemeente Neder-Betuwe. Daarover een andere keer.

De naamloze boerderij aan de Rijn is de Maneswaert. Witteroos tekent een welvarend bedrijf: vier bakstenen gebouwen, het hoofdgebouw met een rieten wolfsdak en een gevel aan de zijkant zoals ze nu als typisch van deze streek worden gekoesterd. Bij de boerderij horen drie grote hooischuren en een boot. Aan de andere kant van de waard tekent hij een rommelplek met een Oûden Steenoûen. Waarschijnlijk werden hier de stenen voor de boerderij gemaakt, en misschien ook wel voor huizen in Hoesden. Zo’n steenoven was in die tijd een tijdelijk iets: je groef geschikte klei uit en ter plekke maakte je daar bakstenen van. Logisch natuurlijk: natte klei is veel zwaarder dan gedroogde en gebakken stenen. En als je klaar was, verviel de plek tot een rafelrand.

Verder velden, weggetjes, bomen en koeien op de waard. Aan de leuke koeien herken je het tekentalent van Witteroos. Twee bakstenen bruggetjes, het lijken heulen, staan verloren in het veld: Witteroos was geen waterkundige en leek geen oog te hebben voor het doel van deze bruggetjes. Terwijl je in de 16de eeuw echt niet voor je lol een brug gaat metselen.

De velden zijn van elkaar gescheiden door gevlochten hekwerken: waren hier toen vlechtheggen waarbij meidoorns in elkaar gevlochten zijn? Nee, ik denk dat het hekken van gevlochten riet en wilgenhout zijn, anders had hij wel groene blaadjes getekend. Hij tekent veel boompjes in keurige rijen, en zo staan ze nu nog in deze omgeving. In deze streek zijn grote laanboomkwekerijen actief op Europese schaal, hoewel de fietstoerist meer kijkt naar de kersenboomgaarden.

Hoe zit dit gebied er nu uit? Hmm, onherkenbaar. Nu, in 2018, is de Maneswaard vooral water. De boerderij is uitgegroeid tot een steenfabriek en de waard is deels uitgegraven. Ik heb de gemeentegrens van Wageningen in blauw aangegeven: raar maar waar, een tiental Wageningers wonen ten zuiden van de Rijn. Volgens mij volgt de grens overigens niet precies de oude bocht van de Rijn, maar goed, over deze en de gemeentegrens van Neder-betuwe een andere keer. Maar de toponiemen Wolfswaard en Maneswaard bestaan nog.

maneswaard 2018 kaart 20

Iets meer herkenbaar is de kaart van 1882:

maneswaart 1882

De Maneswaard was toen een boerderij bij het voetveer. De grens van de waard en van Wageningen was niet meer dan een tochtsloot. Geen spoor van steenfabrieken en afgravingen. Tja, we zeggen vol trots dat wij (hmm) ons eigen land hebben gemaakt, maar langs de rivieren vreten we het vooral zelf op.