Ik zou het verhaal van de ijstijden in Nederland in vijf hoofdstukken vertellen.  Hoofdstuk 1 en 2 gingen over Nederland in de vroege ijstijden. Nu hoofdstuk 3 en 4 over de grote ijstijd in het Saalien.

3 150.000 jaar geleden: het ijs bereikt de HUND lijn

Het wordt nog kouder en ijsvelden rukken verder op naar het zuiden. In de laatste fase van het Saalien bereikt ongeveer 150.000 jaar geleden het ijs zijn verste grens midden in ons land.  De eerder gevormde stuwwallen in Groningen, Friesland, Drenthe en Noord-Holland worden versmeerd onder het ijs.

De pradolina op de plek van de Vecht wordt door het ijs opgevuld. Vooruitgeschoven ijstongen dringen het lage Rijndal (de IJsselvallei) en het Maasdal (de Gelderse Vallei) in. Vooral de tong in de IJsselvallei is groot. Een deel daarvan gaat westwaarts verder naar beneden, tussen Arnhem en Nijmegen door de Betuwe in. Een tweede deel gaat verder naar het zuiden en bereikt uiteindelijk bij Duisburg in Duitsland de zuidelijkste punt. De rivier de Eridanos verdwijnt.

De ijstongen groeien aan tot honderden meters dikte en zakken diep in de losse grond. De dalen worden meer dan honderd meter uitgediept. Dat materiaal moet ergens heen en glijdt onder het ijs weg, opzij en naar voren, honderden meters omhoog tot hoge stuwwallen rond de tongen van het ijs. Kleilagen fungeren als glijmiddel.

NB: de term stuwwal is dus eigenlijk niet juist en geeft een verouderd idee over het ontstaan weer. In veel oudere literatuur wordt verteld dat de gletsjer als een soort bulldozer materiaal voor zich uit schoof. Dat idee is inmiddels achterhaald. Men denkt nu dat de gletsjer niet duwde, maar in de ondergrond wegzakte en de ondergrond wegperste.

De stuwwallen zijn uniek; denk niet dat overal in Europa stuwwallen liggen, nee dat is helemaal niet het geval. Stuwwallen ontstaan namelijk alleen onder heel specifieke omstandigheden, en die waren hier. Zo moet de ondergrond bestaan uit zand en klei, nou dat heb je hier genoeg. Het moet lekker kunnen schuiven: klei is een glijlaag.

Er is niet eens een goed Engels woord voor: push-moraine, maar die term wekt verwarring want wordt ook gebruikt voor de Engelse dumpmorenes waar het ijs morene heeft gedumpt. Morene is de rommel die door de gletsjer is meegenomen van elders terwijl stuwwallen bestaan uit lokaal materiaal dat omhoog is geperst. In Duitsland is onder andere de Lunenburgse Heide een stuwwallenrij. En de Rehburger IJsrand, die een voortzetting is van ‘onze’ rij door Drenthe en Overijssel. Maar dan houdt het wel op. Hier een kaart van de fronten van de diverse ijskappen in Europa. Onze ijsrandrelicten vallen in het niet bij het geweld in Duitsland, Polen, Denemarken en Rusland. Maar dat heeft een groot voordeel: hier is echt elke vierkante meter onderzocht. In Duitsland, Polen en Rusland kijkt men meer naar de grote lijnen.

geomorf europa duitsland
bron: ?

De ijsrandrelicten op deze kaart zijn dus niet perse stuwwallen. De Nederlandse stuwwallen zijn typisch Nederlands/NW-Duitsland en uniek in de wereld. Op sommige plekken breekt het uitbreidende ijs dwars door zijn eigen stuwwal heen en dan ontstaat een groot doorbraakdal, die ik een ijstongpoort noem. Hiervan ligt er eentje in Nederland: de Rossummerpoort in Twente.

Het ijs komt tot stilstand op de lijn Haarlem Duisburg, de HUND lijn die elke geoloog kent: de lijn van Haarlem, Utrecht, Nijmegen, Duisburg.

De Rijn en de Maas krijgen gigantische hoeveelheden water te verwerken want uiteraard zijn ook de gletsjers op de Alpen en in de Ardennen veel groter dan nu. Dit water komt voor de stuwwallen samen met het vele water wat vanonder de ijstongen wegstroomt. Zoals altijd zoekt water zijn eigen weg naar beneden, naar het westen. De pradolina van de Rijn, Maas en Waal ontstaat.

Landvormen

4 125.000 jaar geleden: het ijs smelt

Het wordt warmer en het ijs begint te smelten. Smeltwater vecht zich een weg naar beneden en breekt op diverse plaatsen door de stuwwallen heen en voegt zich bij de Rijn en de Maas. Grote delen van de stuwwallen verdwijnen in het water en er ontstaan puinwaaiers die we sandrs noemen naar de grote vlaktes onder de gletsjers in IJsland.

De Rijn kan geen kant op en er ontstaat een meer in Duitsland tussen het smeltende ijs in de IJsel en de stuwwallen van Haarlem – Duisburg. De stuwwal tussen Arnhem en Nijmegen en het deel tussen Montferland en Groesbeek begeven het: de Gelderse Poort ontstaat, eigenlijk twee poorten achter elkaar. De Rijn en Maas vinden ongeveer hun huidige loop.

Op andere plaatsen is er juist helemaal geen geweld. In rustige smeltmeren op beschermde plaatsen in oksels van stuwwallen bezinkt sediment rustig, en daar ontstaan terrassen met keurige horizontale laagjes: kame. Typisch voor smeltmeren is dat er grote brokken ijs in ronddrijven. Het duurt jaren voor zo’n brok ijs helemaal gesmolten is, en als het brok pas smelt nadat het jarenlang half ingegraven in kame heeft gelegen, ontstaan dood-ijskuilen zoals je zo mooi bij Garderen kunt zien.

Landvormen

De warme tijd duurt ongeveer 15.000 jaar. Dan wordt het weer kouder en begint de laatste ijstijd, hoofdstuk 5 van ons verhaal.