Eerbeek ligt tegen de Veluwe aan bij de uitgang van een groot droogdal. Dit is een normale plek voor een oud dorp in de Veluwezoom: Arnhem, Velp, Rheden, Ellecom, Dieren, Eerbeek, Loenen en Beekbergen liggen allemaal bij de uitgang van een groot droogdal. Dat is een ander verhaal. De uitgang van het droogdal bij Eerbeek is bijzonder. Kijk met me mee:

z
bron AHN

Je ziet links de stuwwal met daarin het droogdal en Eerbeek bij de uitgang. Jou valt naast Eerbeek natuurlijk allereerst een raar rechthoekje op. Dat is een oude stort en een hoofdpijndossier voor Eerbeek. Je ziet hier verder de rand van de oost Veluwe met daarin een groot droogdal: een boom van dalen en zijdalen. Het hoofddal is bijzonder vlak (hier groen). Het droogdal vormt een waaier buiten de stuwwal, en daarop ligt Eerbeek. Tot zover is het verhaal hetzelfde als bij Arnhem, Velp en al die andere plaatsen die ik net noemde.

Maar dan: er lijkt iets uit het droogdal uit te stulpen de IJsselvallei in. Mij doet het nog het meest denken aan het spoor van inkt of verf in water: een lobbig ding dat langzaam met de stroom wordt meegenomen. Hier meer in detail:

z
bron AHN

Dit is een hard geworden modderstroom. Het is ontstaan in de laatste ijstijd, toen hier geen ijs lag maar soms duizenden jaren lang de ondergrond wel bevroren was. Behalve de stort valt ook het Apeldoorns kanaal op, daarover zo meer. Nu kijk ik naar de modderstroom die van Eerbeek naar Hall loopt. De camping Hallse Hull ligt erop en het dorp Hall, en hij stroomt nog een heel eind verder. De stroom begint onder camping Coldenhove.

Hier het verhaal. Stel je hoge kale stuwwallen voor in de laatste ijstijd. Niet bedekt door een ijskap, wel met een bevroren grond en een dikke laag sneeuw. Op zonnige dagen smolt het bovenste water en dat stroomde naar beneden en nam een laagje grond mee. Dat heet in het Engels creep, dat mag je vergeten, en dat is een proces van gelifluctie, en dat mag je ook vergeten. Eenvoudig gezegd: grond die op een bevroren helling ontdooit, gaat schuiven en glijdt naar beneden.

Er ontstonden dalen in de stuwwal waar het ontdooide water en sneeuw zich verzamelde. Die dalen hebben een vlakke bodem, de ondergrond was immers bevroren dus het water sneed zich niet in de ondergrond in. Het bovenste laagje grond op de hellingen spoelde mee naar beneden in het dal. Er kon zo een boom aan smeltwaterdalen ontstaan waarbij de diverse takken naar beneden toe zich concentreerden en samen verder stroomden. Onderaan de helling, waar de helling minder steil werd, werd veel van de meegenomen grond afgezet tot een grote waaier stevig materiaal met zand en grind, en op deze plekken liggen nu de plaatsen in de Veluwezoom. Het Apeldoorns Kanaal is bij Eerbeek netjes om de waaier heen gelegd.

Maar dan de modderstroom. Blijkbaar is er een keer een behoorlijke ravage ontstaan. Omdat in een keer een meer leegliep, een barrière doorbrak, er een gigantische hoosbui kwam na een grote hitte waarbij de grond verder dan normaal smolt: dat weet ik niet. In elk geval kwam er een modderstroom naar beneden zetten door het droogdal en die stroomde buiten de al bestaande waaier van afzettingen nog zo’n twee kilometer door. Hier een detailbeeld van het AHN:

eerbeek ahn kleur
bron AHN

Je ziet de modder stromen, grote lobben buitelen over elkaar. Op dit beeld zie je links het Apeldoorns kanaal, in het bruine (dus hoge) blokje rechts van het kanaal ligt de Nivoncamping Hallse Hull. Het bos volgt exact de steilrand. Tussen het kanaal en Hall volgen de oude wegen en landbouwpercelen precies de vorm van de modderstroom. Bijzonder toch? Ik heb dit niet zelf bedacht, de modderstroom van Eerbeek staat in het grote boek van Jongmans vermeld.

Elders lees ik dat het een dekzandrug is, maar dat vind ik te toevallig zo bij de uitgang van een droogdal. Het heeft ook niet die vorm. Ik houd het op een gefossiliseerde modderstroom.

Dan valt me nog iets op. Ik zie duidelijk langgerekte ruggen evenwijdig aan de richting van de modder. Met name bij de Hallse Hull en aan de andere kant van het kanaal. Ik heb hier lang over zitten puzzelen en denk de oplossing te hebben. Ik maak een nog gedetailleerder beeld en meet de hoogtes. Het verschil tussen oranje en groen bij de steile rand net ten zuiden van de camping is ongeveer 1,5 meter. De opeenvolgende oranje kleuren verschillen ongeveer 50 cm in hoogte (lastig te meten omdat de mens knutselt. Dit is een blog, geen wetenschap.)

Het lijken wel terrassen van drie modderstromen op elkaar. En bij elke stroom is aan de zuidkant een rug blijven liggen en de modder in het midden verder doorgestroomd. Dat laatste klinkt logisch. Mooi is ook te zien dat de modder verschillende kanten op stroomde. Jammer dan een boer zijn veld keurig vlak heeft gemaakt en daarmee een hap uit de modderstroom heeft verwijderd. Anders hadden we bij Eerbeek een geheel gave gefossiliseerde modderstroom met drie terrasranden gehad. Mooi verhaal?