De plaatsen in de Veluwezoom liggen tegen de Veluwe aan. Niet erbovenop, niet in het IJseldal, maar netjes op een rij op het randje. Van west naar oost: Arnhem, Velp, Rheden, De Steeg, Ellecom, Dieren, Eerbeek, Loenen en Beekbergen, allemaal liggen ze tegen de helling van de Veluwe aan. Ook verder naar het noorden liggen Apeldoorn, Vaassen, Epe, Heerde, Wapenveld en Hattem op de rand. Dat is geen toeval natuurlijk.

Puinwaaiers rond de Veluwe op het AHN

Boven is het te droog voor landbouw, beneden te nat. Het bos is fijn om dichtbij te hebben voor hout, om je vee te laten grazen, voor de jacht en allerlei nuttige bosproducten zoals paddenstoelen, eikels en honing. Het IJseldal is ook fijn om dichtbij te hebben voor vis, riet en handel. Je bouwt je huis het liefst niet in het moeras en ook niet hoog op de droge berg, maar dichtbij je landbouwgrond.

Bovendien liggen ze allemaal bij de uitgang van een dal. Ook dat is logisch. Tenslotte heb je drinkwater nodig, en dat haal je niet uit een grote enge rivier zoals de IJsel. Bovendien ligt die IJsel niet vast: in de winter is hij breed, in de zomer smal en hij verlegt zijn loop nogal eens. Je sticht je dorp op een veilige plek, ver van het water van de IJsel, aan de rand van een lief beekje. Ook Arnhem, dat nu aan de Rijn ligt, lag oorspronkelijk niet aan de Rijn maar aan de Jansbeek (Sonsbeek).

Maar die dalen voeren niet allemaal water. Dieren ligt niet aan een watervoerende beek, Rheden, De Steeg en Ellecom ook niet.

Blijkbaar speelt er nog iets anders mee: bij de uitgang van een droogdal ligt een waaier van sediment uit het dal, de daluitspoelingswaaier. Ja sorry hoor, Nederlandse geomorfologen hebben hele lange woorden bedacht voor de veelheid aan landvormen. Hier gaat het om een waaier van materiaal dat uit een dal is gespoeld. Een daluitspoelingswaaier is lekker stevig want bevat veel zand en grind en weinig klei. Fijn om je huis op te bouwen dus.