De grens van de Moft
bron: GA 0012-1408; bewerking: Mathilde

De tekst onderaan is lastig te lezen. Niet zozeer vanwege het handschrift als wel omdat het perkament gevouwen lijkt. Ik kijk op de digitale weergave van die kaart en ik kan de vouwen niet even gladstrijken. Wat me overigens ook not done lijkt bij een 370 jaar oude kaart op perkament.

Het zijn twee teksten in verschillend handschrift. De linker tekst herken ik als het priegelhandschrift van Nicolaes van Geelkercken waar ik inmiddels wel aan gewend ben, maar die helaas hier en daar onzichtbaar in de plooien van het perkament wegvalt. De rechter tekst is van Passavante die de kaart een tiental jaren na het maken ervan gecontroleerd en goedbevonden heeft.

De transcriptie van de tekst van Van Geelkercken voor zover ik er gehakt van kan maken (met hulp van Gerrit Breman):

Anno 1649 hebben wij ondersschrevenen door last vanden Edele Rekenkamer deses vorstendoms onder aenwijsinge vanden Bosmeestert Sas, met de vorsters, desen lantschaps Moeff met de Geldersche lantroede gemeten, gelijck deselve met geele cluere omtrocken is. Bevinde den selven Moeff, is alles groot 1648 morgen en elcken morgen tegen 600 roede. Ende Witte Roos begroot desen Moeff met 2366 morgen, dit verschil nae gesten, bevinde dat hij over quartierse morgen van 400 roeden voor eenen morgen gerekent heeftt. Nu wat belangt van t’ geene dat daer van uijt gedaen is, is met [goeden]/gr.n [aenrecken]/ae.wecken t welcks heer mede in gemeten is. Dese vorssegde metinge was seer nodigh want naer verloop des tijts soude men kunnen sustenieren dat de naest gelegen nabers, haer landerijen ofte velden daer mede vergroot hadden. Sulcke geruchten in mijnen tijt gegaen sijn. Maer hebben t selve ondersoocht ende ’t selve bevonden gelijckt nu affgemeten is. Hebbe daerom de schale hier bij gestelt, om dat elck des verstaende met den passen naer meten kan des ter [overheen]/over,ging hebbe ick dit onderteijckent gedaen Nicolas ende Arnold van Geelckercken lantmeeter dese vorstendoms ende Gelderse Zutphen. 

Rechtsonder heeft Passavante zijn opmerkingen geschreven: 

Anno 1676 den 9 febriari/januari heb ick onderschrevene door last vande Heeren vanden Reekeninge in Gelderlant, neffens den boschmeester Voorman, dese caerte van des lantschaps Moeff gerevideert en naer gesien. Doch hebben omtrent de limieten en scheijdinge geen veranderinge bevonden. Datum als boven bij mij, des Edelen Hoves des Furstendoms Gelre en Graefschaps Zutphens. Lantmeeter Passavante. 

Hmm, dat is raar: de kaart is volgens het Gelders Archief in 1649 gemaakt door Nicolaes en Arnold van Geelkercken, maar hij is blijkbaar in 1656 ondertekend door L. Ritz. Nicolaes is in 1656 overleden, zou die rare ondertekening daarmee te maken hebben? Is dit zijn laatste kaart geweest?

Nicolaes schrijft in regel 2 dat hij De Moft met een gele kleur heeft omtrokken, maar daar zie ik niets van. Ik heb de omtrek paars gemaakt. Verder schrijft hij dat Witteroos in 1570 een andere berekening van de morgen gebruikte.

Dan de tekst rechtsonder in het andere handschrift. Daar ontcijfer ik:

  1. anno 1676 den 9 febriari heb ick onderβ door last
  2. van Heeren van den Reekeninge in Gelreslants Dofen den
  3. boschmeester Veerman, dese caerte van des lantschaps
  4. Moeff gereviseerd en naer gesien. Doch hebben
  5. omtrent de lantschaps scheijdinge geen veranderinge
  6. bevondende [mij[ als boven bij mij des Ed. Heeren
  7. des Furstendoms Gelre en Graefschaps Zutphens Lantmeester
  8. Passavante

Passavante schrijft dat de kaart van Nicolaes nog steeds up to date is.