Nog een prachtige kaart van de Rijn bij Wageningen met daarop aangegeven De Driehoek en de Maneswaard.  De kaart is getekend door Isaac van Geelkercken, een van de drie zoons van Nicolaes van Geelkercken die alle drie het vak van hun vader hebben overgenomen en prachtige kaarten hebben gemaakt. De kaart is 60 * 142 cm groot en gemaakt op vellen papier die aan elkaar geplakt zijn. Ik ben benieuwd naar de verschillen met de oudere kaart van de Maneswaard, 100 jaar eerder getekend door Tomas Witteroos in 1568. Wat is er in die 100 jaar veranderd?

kaart 16 1413-0003

Eerst oriënteren: we kijken naar het zuiden. Buiten de kaart ligt Wageningen linksonder en Rhenen rechtsonder. Rechtsboven in een deel dat helaas is beschadigd ligt Heus: Opheusden noemen we dat nu. In het midden een eenzame boerderij; daar ligt nu de steenfabriek. De Maneswaard is een kronkelwaard tussen een nieuwe en oude loop van de Rijn. Die oude loop, nu tochtsloot genoemd, is de gemeentegrens van Wageningen: de Maneswaard is het stuk Wageningen over de Rijn en ziehier dus de verklaring. Witteroos tekende in 1568 de oude en nieuwe stroom nog bijna even breed.

Linksonder zie je het stuk uiterwaard dat we nu De Driehoek noemen. Deze waard heeft Kempinck in 1615 op de kaart gezet, en er is niets veranderd. Je ziet het driehoekige stuk land met aan de oostkant de (hier naamloze) Pabstendam. Ik heb me vaak afgevraagd wat de Pabstendam toch afdamt, maar hij damt waarschijnlijk echt een stromende strang af die ook een kronkelwaard insluit. De Driehoek wordt aan de zuidkant door de Rijn begrensd en aan de noordkant door het Wageningse Gat, nu het havenkanaal. In de Rijn twee kribben die Kempinck ook al tekende. Het enige nieuwe is de naam: Koningsweert. Kempinck noemde het de Essenveltswarth en wij De Driehoek.

Aan de andere kant van het Wageningse Gat tekent Isaac den ouden Steenhoven. Tot ca 1930 heeft daar een steenoven gestaan (gebouwd op de harde bult van de voorloper?) en nu ligt daar de kantine van Vada. Deze uiterwaard noemt Isaac de Turcksweert en dat heeft niet met Turken te maken maar met Torck; later werd dit de Benedenpolder en nu is het een naamloos deel van de Plasserwaard buiten de zomerdijk, maar dat is een ander verhaal. Verder tekent Isaac geen details aan de noordkant van de Rijn. Hij noemt het lege land eenvoudigweg De Veluwe.

Laten we de Rhijnstroom eens bekijken. Isaac tekent een aantal kribben die Witteroos in 1568 niet tekent maar Kempinkck in 1615 wel. Hebben we de periode waarin kribben in de Rijn werden gemaakt te pakken? De kribben buigen met de stroom mee. Dat lijkt me eigenlijk best slim: ze zullen minder draaikolken veroorzaken, minder bodemerosie aan de bovenstroomse kant, en ik vermoed dat ze ook minder snel wegspoelen. Nu maken we de kribben met beton en basalt, maar toen waren het houten hekken met rijshout, wat je leuk kunt zien als je inzoomt op de kaart (daarvoor moet je de link volgen en dan kun je tot in de details inzoomen). Isaac tekent benedenstrooms van enkele kribben een behoorlijk uitgesleten gat. Kribben zorgen dat de vaargeul op diepte blijft, buitenbochten niet afkalven en binnenbochten niet aanslibben. Nederlanders willen immers geen nieuwe Maneswaarden waarover de rechter moet beslissen van wie de grond is waarbij nieuwe kaarten getekend moeten worden. Geschil = kaart = leuk voor mij. Daar waren overigens regels voor, maar dat is een ander verhaal. Tussen de kribben tekent Isaac strandjes, en die liggen er nu ook. Aan de zuidkant tekent hij langs de oever een Rijsweert, watertjes, steilranden en uitgesleten bochten: hier doet men duidelijk zijn best de Rijn in toom te houden. De krib naast de boerderij in de Maneswaard heeft zelfs een naam: t groote hooft. Deze betekenis van ‘Hoofd’ zie je terug in havenhoofd. Voor de echte leek schrijft Isaac links op de kaart in de Rijn boven, en rechts schrijft hij onder. De Rijn stroomt van links naar rechts dus. Maar dat kun je ook aan de richting van de kribben aflezen.

Dan de zuidkant van de Rijn, de Manenscheweert. Die wordt begrensd door de oude meander die Isaac den Hank noemt en nu de tochtsloot heet.  Een hank is een dode rivierarm. Het begin van de hank in het oosten (waar het water erin komt) is niet duidelijk want de Hank wordt gevoed met kwelwater van de Rijn. Op verschillende plekken ontstaan stroompjes en uiteindelijk stroomt het water samen bij de uijtvaert naar de Rijn. Ook het Wageningse Gat is een hank die wordt gevoed door kwelwater met alleen een benedenstroomse uijtvaert.

Buiten de Hank ligt de Betuwe. In het oosten grenst die aan de Wolffsweert die dus ook voordat de Rijn doorbrak aan de zuidkant van de Rijn lag. In het westen ligt  Heus, de Rhijndijk en de Juffer Valckenborchsweert.  Den Rhijndijck bij Opheusden is sinds het verleggen van de stroom van de Rijn een winterdijk, alleen van belang als de Maneswaard onder water staat. De hank tekent Isaac veel smaller dan Witteroos in 1568 en bij Opheusden wordt buitendijks de grond al gebruikt. De dijk tekent Isaac goed onderhouden, het lijkt wel een palendijk. Dat is bijzonder hoor, die ken ik alleen van het Zuiderzeegebied (en dus zal het wel niet).

De Maneswaard is inmiddels een polder geworden, wat op de kaart van 1568 nog niet is te zien. Isaac tekent een stelsel van sloten en twee sluizen: een binnensluis en een buitensluis. Bij de buitensluis stroomt het water zomers de polder uit naar de Hank en ’s winters wordt hij dichtgezet zodat de polder niet overstroomt. De buitensluis staat tot 1983 nog op de topokaart, maar sindsdien is daar zoveel grond weggegraven dat hij misschien wel verdwenen is. Ik zal er eens kijken. De binnensluis is al langer weg, maar het slotenpatroon is tot aan 1980 precies hetzelfde gebleven: het lange stuk, de aftakking vanaf de dijk bij Opheusden, het hoekje bij de binnensluis hebben meer dan 300 jaar zo gelegen.

maneswaart 1882
De Maneswaard in 1888. Let op de sluis (bij de M van Maneswaard) die er in 1668 al lag en het slotenpatroon. Bron: topotijdreis

Door de Maneswaard loopt een rondweg die Isaac Kaijdijck noemt: een kadedijk dus, oftewel een weg op een dijk. Bij een opvallende kronkel zal de dijk een keer zijn doorgebroken. Na een doorbraak kun je een dijk nooit op dezelfde plek leggen daarvoor is het uitgekolkte gat te diep. Vandaar dat oude dijken zo leuk kronkelen: helaas, elke kronkel is een herinnering aan ellende. En ja hoor, het kleine wiel ligt er nog:

maneswaard 2018 foto
rood: Maneswaard en Driehoek. blauw: het kleine wiel in de Maneswaard. Bron: Google, bewerking: Mathilde

Isaac deelt de waard op in percelen (de kaart draait om het heffen van belasting). Drie daarvan vallen op: allereerst natuurlijk de grote stenen boerderij met typische voorgevel met een Bongardt ernaast: de enige boerderij in het gebied, die bovendien ook al op de kaart uit 1568 staat: is dit de pionier van de fruitteelt in de Betuwe? Op die plek ligt nu de steenfabriek Maneswaard met een paar huizen ernaast. Een tweede opvallend perceel zijn de rijswaarden langs de Rijn, waarschijnlijk ooibos en broekbos, met diverse watertjes en kolken en daarnaast de lange strook Vrou van Bemmels Weertie. Vrou Bemmels heeft ook een perceel bij de buitensluis: het lijken me niet de beste percelen, maar ze heeft grond ook al is het buitendijks. Tenslotte het niet ingekleurde perceel van Mijnheer Ommeren die zo te zien geen belasting betaalde in Wageningen, immers niet vermeld wordt in de lijst van weerden onderaan de kaart. Ik kom in de verleiding te denken dat dit dan het stuk moet zijn dat nu bij Nederbetuwe hoort, zie volgende kaart, maar dat klopt niet met de ligging want dat ligt aan de overkant van De Hank. Vragen blijven er altijd over.

maneswaart 1900
merkwaardige gemeentegrenzen rond de Maneswaard. bron: Topotijdreis. bewerking: Mathilde

 

 

Advertenties