Op het eerste gezicht lijkt deze kaart 0124-5447  hetzelfde stuk land weer te geven als deze: de Voorsterbeek en Beekbergsebeek. Ook hier ligt het noorden rechts. De karteerder is Hr Van Gelder. De kaart is niet op schaal.

5447-1663-4-0001 kaart 16
bron: Gelders Archief

Het gaat om een stuk land bij Voorst, Loenen, Empe en Beekbergen. Onderin de Oude IJsselarm bij Voorst. Rechts de brede Beekbergsebeek. Een derde herkenningspunt is het grote huis D Horst, nu Terhorst, bij Loenen. Onder het midden de boerderij De Weijenborgh, alleen loopt de Emperbeek daar nu niet meer langs. Tenslotte de brede rechte weg: de De Grane straet scheijde Empen ende Nort Empen: nu de Breestraat geheten. Zo, ik weet waar ik ben op de wereld.

Op de achterkant staat […] behoort bij proces J.B. ten Grotenhuysen de momber ca. Johan van Steenbergen tot Nijenbeek, Sententie Hof 7 februari 1663 . Ik vermoed dat het proces gaat over het plan om aan de Emperbeek een watermolen te bouwen. Naast de Emperbeek staat: plas daer men de mullen meijnt te setten. De bezwaarder zal de eigenaar van de Nijenbeeksemolen geweest zijn, die net niet op de kaart staat, maar wel op mijn tweede topokaart hieronder. Hij ligt aan wat op deze kaart de Beekbergsebeek genoemd wordt (nu Voorsterbeek) vlakbij de IJssel. Blijkbaar wilde de Nijenbeeksemolen de Emperbeeksemolen niet vandaar deze kaart met daarop alle beken en molens. Ik denk dat de Nijenbeeksemolen bang was dat de Emperbeeksemolen water wegkaapte.

Ik kijk verder op deze kaart. Laat ik bovenstrooms beginnen, dat is op de oude kaart bovenaan, in het veld in het westen bij Zilven en Loenen. Terwijl ik studeer en puzzel teken ik alles zo goed mogelijk in op de topokaart van 2018:

kaart 20 1
bron: topotijdreis, bewerking Mathilde

 

Er wordt een aantal beken genoemd. Van bovenstrooms naar beneden  de Morre beck, De olde Silvolse beck, de nieve gegraven Silvolse beck (dat is het verbindingsstuk tussen Zilven en Loenen en noem ik op mijn kaart molenbeek), Lunse beck,  en de Strobeck.

De Morrebeek kan ik nog niet plaatsen, er ligt daar wel een Modderkolk en het zou een Molenspreng kunnen zijn, maar helaas dat staat er echt geen van beide. Er staat Morrebeck.; had iemand een spdaakgepdek of een splaakgeblek?

Bovenstrooms aan de Silvolsebeek of Zilvensebeek staat de Silvolse koormuelle met twee [gebijns]. Dat zal een korenmolen met twee raderen geweest zijn. Hieronder is de nieuwe molenbeek gegraven die het water van de beek wegleidt naar de Loenensebeek. De Silvoldsebeek  is met het omleiden van het water via de molenbeek opgedroogd tot een verloren beek: in 1660 tekent Van Gelder een nauwelijks zichtbaar kronkellijntje. Eeuwenlang was de Silvoldsebeek of Zilvensebeek weggevaagd van de kaart, maar op de nieuwste topokaart is die beek juist weer prominent ingetekend. Blijkbaar is de beek hersteld.

Aan het bovenstroomse deel van de Loenensebeek ook een molen. De nieuw gegraven molenbeek voegt heel wat water aan de Loenensebeek toe. De Loenensebeek werd gekanaliseerd, maar nog eeuwen lang kon je op de topokaart de oude Loenensebeek zien kronkelen naast de gegraven versie. Op de nieuwste kaart is die weg. In de loop der eeuwen worden er heel wat watermolens aan de gekanaliseerde beek gebouwd en de fabriek van Smurfit is daar een aandenken aan. Een mooier aandenken is de Middelste watermolen, die ligt waar de beek het Apeldoorns kanaal kruist: daar wordt nu nog ambachtelijk papier gemaakt.

 

Bij punt F komen de verloren Silvoldsebeek en de Loenensebeek samen. Bij punt D laat ik de Emperbeek beginnen. Blijkbaar wilde iemand daar water aftakken voor een te bouwen watermolen.

Laat ik eens kijken naar het benedenstroomse gebied van Empe waar iemand blijkbaar een molen wilde bouwen bij de Weijenberg. Ik teken alles weer in op een topokaart van 2018:

kaart 20 2

Op dit deel van de kaart de Voorster beck, die uitmondt in de Bebberchse beck en een zijtak daarvan de Emper beck loopt hier door het ven naar de Oude IJssel.

Ik neem aan dat met de Bebberchse beck de Beekbergsebeek wordt bedoeld, en dan wel de natuurlijke beek voordat de Klarenbeeksemolen werd gebouwd in de 19e eeuw. Die beek verloor toen bijna al zijn water en heet nu Verlorenbeek. Blijkbaar werd dat toen als hoofdbeek gezien waar de Voorsterbeek op uitkwam die misschien ergens in het laagland ontsprong. Overigens valt me wel op geen van  beide kaarten de Beekbergsebeek juist wordt genoemd: hier de Babbergsebeek, en daar de Begbergsebeek. Raar: toeval of expres? Ook een spraakgebrek?

Tenslotte de Emperbeek die op de kaart als een aftakking van de Silvolsebeek is getekend. Nu begint hij ergens in het Emperveldt. Op de kaart staan in het Emperveldt twee wegen aangegeven: Richtingh door het Honsveldt en de Granestraet wat volgens mij de Breestraat is, de grens tussen de gemeente Voorst en Brummen en dus ook tussen Empe en Noord-Empe.  Richtingh door het Honsveldt heet nu Weg over het Hontsveld 300 jaar na het maken van deze kaart. In Nederland verandert nooit wat.

Tot zover de oude kaart en hoe die ligt op de huidige topokaart. Hoe zit dat nou met de Emperbeek? Ik vermoed dat iemand aan de Emperbeek een molen wilde bouwen op het punt met het grote verval bij de Weijenberg, en dat hij om meer water te krijgen daarvoor water wilde aftappen van de inmiddels bijna verloren Silvoldsebeek. Wat niet zo’n heel goed idee lijkt omdat die beek dus bijna droog stond. Hoe komt die nieuwe molen aan water?

De tekst naast de kaart maakt veel duidelijk.

A: de Emper ende de Lunder marckpael : je zult het niet geloven maar er staat hier nog altijd een paal. Dit is bij de brug over de Loenensebeek bij Clabanus. Dit is blijkbaar de grenspaal tussen Empen en Loenen. Maar de paal die er nu staat is veel jonger: dit is de meest zuidelijke paal van Het Loo en die dateert uit 1750, ver na deze kaart dus. Hij staat naast de stuw in de Loenensebeek voordat die samenstroomt met de Silvoldsebeek.

B: Een stomp staende op de oude Sijlvose becke scheijdende Sylvolden ende Empen : Silvolde of Zilven is nu onderdeel van Loenen, dus dit zou het drielandenpunt kunnen zijn tussen Apeldoorn (Loenen), Voorst (Noord-Empe) en Brummen (Empe). Dat drielandenpunt ligt aan de oude Silvoldsebeek, dus dat klopt aardig.

C: De oude Sijlvoldese beck soo voor dese gelopen heeft in de Emper beck ende Vorst nae de Oude Ijssele. He, lees ik hier nou dat de oude Silvoldsebeek niet naar de Voorsterbeek heeft gelopen maar de bovenstroom was van de Emperbeek? Dit is interessant.

G is de mondt daer sijne de Emper ende Vorster beck van een anderen scheijden : ook dit wijst erop dat de Silvoldsebeek de bovenloop is van de Emperbeek, en dat wil ik op het AHN gaan bestuderen.

F Een roede gegrave tot rijchtinghe van F tot E bijmendes fijfthijen roeden onder de scheijdinghe van de Emper ende Voorster beck tot aen den inganck van de oude Sijlvolse beck : Volgens mij staat hier dat er een verbinding is gegraven van 50 roede (ongeveer 60 meter, een roede is 3,81 meter. Maar dat is wel bijzonder klein allemaal) zodat het water van de Loenensebeek voor een deel naar de Emperbeek wordt geleid waar de nieuwe molen staat gepland. Deze molen staat op de kaart gepland net boven de Weijenberg waar het verval het grootst is. Hij is er volgens mij nooit gekomen, hij staat tenminste niet in de bekenatlas vermeld.

Van G tot H is het beghinsel van de Voorsterbeeck al waer van outs 21 1/2 roede gegraven zijn. De Voorsterbeek was blijkbaar niet meer dan een klein zijbeekje van de grote Beekbergsebeek. Nu is dat andersom en is de Voorsterbeek de naamgever van de grootste beek.

Van H tot I int Emper broeck heeft men volgens het seggen van de huis luiden geen seckre kanael konnen vinden voor het opruijmen geschiet weijnich dagen voor de tweede ockulere inspecsie : Zo te lezen heeft men al het water van de nieuwe gegraven Loenensemolenbeek richting de Voorsterbeek laten lopen maar kan die het water niet aan en dus wordt het bij H en I een zompzooi zonder zeker kanaal. Op het AHN zie je goed dat dit een laag gelegen kom (een zak) is tussen paraboolduinen van dekzand. Het hoogteverschil is overigens maar een meter hoor. Ik maak een kaart van dit gebied op het AHN en teken alles in. Voor de gegraven bovenloop van de Emperbeek langs de Weijenberg zijn meerdere kandidaten, maar deze klopt met de oude kaart. Met de rode stip, ZW van de Weijenberg, teken ik de logische plek voor de molen.

ahn voorst

Aan de hand van deze AHN kaart wordt de oude kaart nog logischer. Nu eens kijken wat het probleem met de Voorsterbeek was:

Van Gelder schrijft op zijn kaart: L veel wescheijde sijepe ende cleijnen stranckens met luijs en ruijt bewassen : ik denk dat bedoeld wordt: verscheidene kleine stroompjes met allerlei plantjes begroeid. Ook dit lijkt te duiden op een moeras zonder duidelijke afvoer. Op het AHN is dat duidelijk te zien: tussen L en K stroomt de Voorsterbeek door een laagte, maar bij  K knalt hij door een zandrug. Dat gaat niet vanzelf. Het kan ook zijn dat de opmerking slaat op de zandrug bij H en L: ook daar is een kanaal door de rug heen gegraven. Stel je overigens geen bergrug voor: het hoogteverschil is minder dan een meter, maar genoeg om water tegen te houden.

Van I tot K seijt men dat het water als in een sack gestaen heeft ende allenskens in een canael gebracht is. : het water stond hier dus in een zak en toen heeft men een kanaal gegraven, ik denk dat dit het deel is dwars door het duin heen bij K .

Ik denk dus dat de Silvoldsebeek de bovenstroom was van de Emperbeek en uitstroomde in de Oude IJssel. De Loenensebeek was de bovenstroom van de Voorsterbeek die uitmondde in de Beekbergsebeek. Vervolgens werd de molenbeek bij Loenen gegraven en het water van de Silvoldsebeek omgeleid naar de Loenensebeek voor de watermolens bij Loenen en Terhorst. Het water werd de Voorsterbeek ingeleid maar die kon de overvloed niet aan en toen werd het een zompig moeras. Tenslotte werd een kanaal door de zandrug gegraven om het water af te voeren. Bij Empe wilde men ook een molen, de oude (verloren) Silvoldsebeek en Emperbeek hadden daarvoor niet genoeg water en dus heeft men de benedenloop van de Loenense molenbeek, na de laatste molen, daarheen willen leiden, dat zou voor de ontwatering van het moeras fijn zijn, maar niet voor de Nijenbeeksemolen. Of die molen er ooit gekomen is, vraag ik me overigens af omdat op de bekenatlas bij de Weijenberg geen molen staat.

Volgens mij is dit een nieuwe theorie.

Tenslotte het onderschrift:

Aldus gecarttiert door mij Hr. van Gelder geswooren landtmeter des Vorstdoms Gelder ende de Graefschap Zuijtfen

Advertenties