Bij Wageningen horen vier uiterwaarden: De Bovenste polder, de Onderste polder, de Driehoek en de Maneswaard. Dit zijn buitenpolders tussen de zomerdijk en de winterdijk in. De Driehoek en de Maneswaard staan op enkele oude kaarten. De Maneswaard is het stukje Wageningen aan de overkant van de Rijn. De Driehoek is het grasveld langs de Pabstendam. Daar is nu een zwemplas en natuurgebied gepland. Oude namen voor De Driehoek zijn de Essenveltswaard en de Koningswaard.

Ik ga de Maneswaard volgen in de tijd.

1568: De Maneswaard bij Thomas Witteroos

De oudste kaart die ik kan vinden van de Wageningse Maneswaard is deze uit 1568 van Tomas Witteroos.

de Maneswaard in 1568, GA 0012: 1413-0001

Klik op de afbeelding voor een grotere versie (dat geldt voor alle plaatjes op dit blog). Je kunt natuurlijk ook doorklikken naar het Gelders Archief.

Het noorden is onder. Wageningen ligt links onderin net buiten beeld. De Maneswaard is een eiland tussen twee lopen van de Rijn. De oude loop is de halve cirkel; de rechter loop is jonger. blijkbaar heeft de |Rijn een keer na een lange winter met hoog water een kortere loop gekozen. Dat is normaal voor onze rivieren: laag Nederland ligt vol met dit soort voormalige eilanden. En rivier kronkelt en kronkelt en de kronkel wordt steeds groter tot de rivier de bocht afsnijdt.

Die buitenbocht is inmiddels verdwenen. Maar het is wel de reden dat dit een stukje Wageningen is: de grens van |Wageningen was al getekend voordat de bocht werd afgesneden.

Aannemende dat die grens nog niet bestond in 1263 toen Wageningen stadsrechten kreeg, kunnen we dus het afsnijden van de bocht dateren tussen 1263 en 1568. Ik ben benieuwd of ik deze 305 jaar nog eens verder kan inperken.

Witteroos tekent een welvarend bedrijf in de waard: vier bakstenen gebouwen, het hoofdgebouw met een rieten wolfsdak en een gevel aan de zijkant zoals ze nu als typisch van deze streek worden gekoesterd. Bij de boerderij horen drie grote hooischuren en een boot. Aan de andere kant van de waard tekent hij een rommelplek met een Oûden Steenoûen. Zo’n steenoven was in die tijd een tijdelijk iets: je groef geschikte klei uit en ter plekke maakte je daar bakstenen van. En als je klaar was, verviel de plek tot een rafelrand. Ook dit wil ik volgen in de tijd.

Verder velden, weggetjes, bomen en koeien op de waard. Aan de leuke koeien herken je het tekentalent van Witteroos. Twee bakstenen bruggetjes, het lijken heulen, staan verloren in het veld: Witteroos was geen waterkundige en leek geen oog te hebben voor het doel van deze bruggetjes. Terwijl je in de 16de eeuw echt niet voor je lol een brug gaat metselen.

De velden zijn van elkaar gescheiden door gevlochten hekwerken van riet en wilgenhout. Hij tekent boompjes in keurige rijen, en zo staan ze nu nog in deze omgeving. In deze streek zijn grote laanboomkwekerijen actief op Europese schaal, hoewel de fietstoerist meer kijkt naar de kersenboomgaarden.

1635: de Maneswaard bij opa Isaac van Geelkercken

GA 0012-654-0003

Op deze kaart is het noorden boven. De Maneswaard ligt dus onderaan, maar staat er eigenlijk niet op. Je ziet wel de dijk, en je ziet het huis van Jan Wolters. Ik ga er even vanuit dat dit hetzelfde huis is als op de vorige kaart, of in elk geval dat het op dezelfde plek staat. Bij het huis ligt in de Rijn een opvallend grote krib.

Verder tekent hij ten oosten van het huis, dus rechts, op de zuidover een paar kribben en een rijsweert. Hier groeide al wat op (wilg waarschijnlijk want dat werd als rijshout gebruikt), en ook tekent hij een onbepoot land.

De Maneswaard noemt hij de Koningsweert. Dat is opvallend, want Kempinck gebruikt in 1614 die naam voor een andere buitenpolder, de driehoek bij de Pabstendam. Zie deze kaart:

Kaart van Wageningen uit 1614
Wageningen in 1614, Kempinck, GA 667-0021

1668: De Maneswaard bij kleinzoon Isaac van Geelkercken

Op de derde kaart uit 1668 staan De Driehoek en de Maneswaard allebei. Het noorden is onder.

kaart Maneswaart in 1668
GA 0012: 1413-0003

Deze kaart is maar 33 jaar jonger, maar heeft natuurlijk wel een ander doel dus de twee zijn lastig vergelijkbaar. Het gaat hier om de driehoek (links) en om de Maneswaard. Isaac, kleinzoon van de vorige karteerder (ertussen in zit de grote Nicolaes) noemt de Maneswaard ook weer de Koningswaard.

Veel is in die 33 jaar natuurlijk niet veranderd. Het huis staat er, de grote krib (het grote hoofd), de rijswaard van Van Ommeren, de dijk.

De Manenscheweert wordt begrensd door de oude Rijnloop die Isaac den Hank noemt en nu de tochtsloot heet.  Een hank is een dode rivierarm. Het begin van de hank in het oosten (waar het water erin komt) is niet duidelijk want de Hank wordt gevoed met kwelwater van de Rijn. Op verschillende plekken ontstaan stroompjes en uiteindelijk stroomt het water samen bij de uijtvaert naar de Rijn. Ook het Wageningse Gat is een hank die wordt gevoed door kwelwater met alleen een benedenstroomse uijtvaert.

De Maneswaard is in 1668 een polder, wat op de kaart van 1568 nog niet is te zien. Isaac tekent een stelsel van sloten en twee sluizen: een binnensluis en een buitensluis. Bij de buitensluis stroomt het water zomers de polder uit naar de Hank en ’s winters wordt hij dichtgezet zodat de polder niet overstroomt. De buitensluis staat tot 1983 nog op de topokaart, maar sindsdien is daar zoveel grond weggegraven dat hij misschien wel verdwenen is. Ik zal er eens kijken. De binnensluis is al langer weg, maar het slotenpatroon is tot aan 1980 precies hetzelfde gebleven: het lange stuk, de aftakking vanaf de dijk bij Opheusden, het hoekje bij de binnensluis hebben meer dan 300 jaar zo gelegen.

Door de Maneswaard loopt een rondweg die Isaac Kaijdijck noemt: een kadedijk dus, oftewel een weg op een dijk. Bij een opvallende kronkel zal de dijk een keer zijn doorgebroken. Op de kaart van zijn opa zie je daar een waai! Na een doorbraak kun je een dijk nooit op dezelfde plek leggen daarvoor is het uitgekolkte gat te diep. Vandaar dat oude dijken zo leuk kronkelen: helaas, elke kronkel is een herinnering aan ellende. En ja hoor, het kleine wiel ligt er nog.

Isaac deelt de waard op in percelen (de kaart draait om het heffen van belasting). Drie daarvan vallen op: allereerst natuurlijk de grote stenen boerderij met typische voorgevel met een Bongardt ernaast: de enige boerderij in het gebied, die bovendien ook al op de kaart uit 1568 staat: is dit de pionier van de fruitteelt in de Betuwe? Op die plek ligt nu de steenfabriek Maneswaard met een paar huizen ernaast. Een tweede opvallend perceel zijn de rijswaarden langs de Rijn, waarschijnlijk ooibos en broekbos, met diverse watertjes en kolken en daarnaast de lange strook Vrou van Bemmels Weertie. Vrou Bemmels heeft ook een perceel bij de buitensluis: het lijken me niet de beste percelen, maar ze heeft grond ook al is het buitendijks. Tenslotte het niet ingekleurde perceel van Mijnheer Ommeren die zo te zien geen belasting betaalde in Wageningen, immers niet vermeld wordt in de lijst van weerden onderaan de kaart. Ommeren ligt ten westen van Lienden.

Aan de andere kant van het Wageningse Gat tekent Isaac den ouden Steenhoven. Tot ca 1930 heeft daar een steenoven gestaan (gebouwd op de harde bult van de voorloper?) en nu ligt daar de kantine van Vada. Deze uiterwaard noemt Isaac de Turcksweert en dat heeft niet met Turken te maken maar met Torck; later werd dit de Benedenpolder en nu is het een naamloos deel van de Plasserwaard buiten de zomerdijk, maar dat is een ander verhaal. Verder tekent Isaac geen details aan de noordkant van de Rijn. Hij noemt het lege land eenvoudigweg De Veluwe.

Isaac tekent kribben die Witteroos in 1568 niet tekent maar Kempinkck in 1614 wel. De kribben buigen met de stroom mee. Dat lijkt me eigenlijk best slim: ze zullen minder draaikolken veroorzaken, minder bodemerosie aan de bovenstroomse kant, en ik vermoed dat ze ook minder snel wegspoelen. Nu maken we de kribben met beton en basalt, maar toen waren het houten hekken met rijshout, wat je leuk kunt zien als je inzoomt op de kaart (daarvoor moet je de link volgen en dan kun je tot in de details inzoomen). Isaac tekent benedenstrooms van enkele kribben een behoorlijk uitgesleten gat. Kribben zorgen dat de vaargeul op diepte blijft, buitenbochten niet afkalven en binnenbochten niet aanslibben. Nederlanders willen immers geen nieuwe Maneswaarden waarover de rechter moet beslissen van wie de grond is waarbij nieuwe kaarten getekend moeten worden. Geschil = kaart = leuk voor mij. Daar waren overigens regels voor, maar dat is een ander verhaal. Tussen de kribben tekent Isaac strandjes, en die liggen er nu ook. Aan de zuidkant tekent hij langs de oever een Rijsweert, watertjes, steilranden en uitgesleten bochten: hier doet men duidelijk zijn best de Rijn in toom te houden. De krib naast de boerderij in de Maneswaard heeft zelfs een naam: t groote hooft. Deze betekenis van ‘Hoofd’ zie je terug in havenhoofd. Voor de echte leek schrijft Isaac links op de kaart in de Rijn boven, en rechts schrijft hij onder. De Rijn stroomt van links naar rechts dus. Maar dat kun je ook aan de richting van de kribben aflezen.

Buiten de Hank ligt de Betuwe. In het oosten grenst die aan de Wolffsweert die dus ook voordat de Rijn doorbrak aan de zuidkant van de Rijn lag. In het westen ligt  Heus, de Rhijndijk en de Juffer Valckenborchsweert.  Den Rhijndijck bij Opheusden is sinds het verleggen van de stroom van de Rijn een winterdijk, alleen van belang als de Maneswaard onder water staat. De hank tekent Isaac veel smaller dan Witteroos in 1568 en bij Opheusden wordt buitendijks de grond al gebruikt. De dijk tekent Isaac goed onderhouden, het lijkt wel een palendijk. Dat is bijzonder hoor, die ken ik alleen van het Zuiderzeegebied (en dus zal het wel niet).

De Maneswaard in 1920

De Maneswaard was in 1920 een boerderij bij het voetveer. De sluis ligt er nog (bij het woord ‘De’ van De Rijn). De grens van de waard en van Wageningen was niet meer dan een tochtsloot. Geen spoor van steenfabrieken en afgravingen.

maneswaart 1900
merkwaardige gemeentegrenzen rond de Maneswaard. bron: Topotijdreis. bewerking: Mathilde

2020: De Maneswaard nu

Hoe zit dit gebied er nu uit? Hmm, onherkenbaar. De Maneswaard is vooral water. De boerderij is uitgegroeid tot een steenfabriek, nog altijd op dezelfde plek, en de waard is deels uitgegraven. Ik heb de gemeentegrens van Wageningen in blauw aangegeven: een tiental Wageningers wonen ten zuiden van de Rijn. De veldnamen Wolfswaard en Maneswaard bestaan nog. Het kleine wiel ten westen net buiten de Maneswaard ligt er nog. De sluis is weg.

maneswaard 2018 kaart 20
topotijdreis 2018.

Tja, we zeggen vol trots dat wij (hmm) ons eigen land hebben gemaakt, maar langs de rivieren vreten we het vooral zelf op.

.