Bij Wageningen horen vier uiterwaarden: De Bovenste polder, de Onderste polder, de Driehoek en de Maneswaard. Je snapt het al: de Bovenste en Onderste polder zijn polders. Dat zijn nu juist de uiterwaarden die ’s winters onder water worden gezet. De Driehoek en de Maneswaard staan op enkele oude kaarten. De Maneswaard is het stukje Wageningen aan de overkant van de Rijn. De Driehoek is het grasveld langs de Pabstendam. Daar is nu een zwemplas en natuurgebied gepland. Oude namen voor De Driehoek zijn de Essenveltswaard en de Koningswaard.

1568: De Maneswaard bij Thomas Witteroos

De oudste kaart die ik kan vinden van de Wageningse Maneswaard is deze uit 1568 van Tomas Witteroos.

de Maneswaard in 1568, GA 0012: 1413-0001

Klik op de afbeelding voor een grotere versie (dat geldt voor alle plaatjes op dit blog). Je kunt natuurlijk ook doorklikken naar het Gelders Archief.

De kaart is ouder dan 18 september 1568 (blijkbaar werd er toen iets ondertekend en daar hoorde deze kaart bij). Er bestaat een tweede versie van deze kaart, getekend in 1936 door Ben van Londen. Ben van Londen heeft een heel stapeltje kaarten nagetekend voor Van Oosting, die bezig was met een onderzoek naar de omgeving van Wageningen en daar oude kaarten voor nodig had.

Zoals altijd gaan we ons eerst oriënteren. Witteroos tekent een windroos met het noorden linksonder. We zien de Rijn stromen van links naar rechts, en die stroomt hier in het veld van NO naar ZW. Links onderin buiten beeld ligt Wageningen, rechts onderin ligt de Heijmenberch met bovenop de Beghijnen Capel. Aan de noordkant van de Rijn staat de tekst Baghijnen Waert, dat moet in de buurt van de steenfabriek De Plasserwaard zijn. Daar is lang een voetveer geweest. Witteroos tekent er een aanlegplaats voor schepen en rijshout in Den Rijn.

Witteroos tekent een oude meander als tweede Rijnloop. Hij noemt hem ook Den Rijn en tekent hem bijna net zo breed als de rivier zelf: blijkbaar stond deze meander in 1568 nog vol water. Aan de buitenkant ligt rechts Hoesden, nu Opheusden (werd Hoesden op zijn Duits uitgesproken als Hösden? En woonde je daar op?). Links tekent hij een boerderij de Boûhoff Wolfswaert in de waard de Wolfswaert. Daarboven een plakkaat maar dat is beschadigd.

Tussen de Wolfswaert en Hoesden ligt de Hoesdenschen Dijck. Zo te zien een stevige dijk met een steile rand naar de rivier, die in de buitenbocht de dijk behoorlijk aanvrat en afkalfde. De bocht is blijkbaar nog niet zo lang daarvoor door de Rijn verlaten ten gunste van de nieuwe korte rechte loop. Daarmee verloor Hoesden de toegang tot de Rijn, maar Witteroos tekent niets dat lijkt op een aanlegsteiger, niet eens een roeiboot bij het dorp. In de binnenbocht van de meander tekent hij wit zand. De meander is blijkbaar al aan het verlanden.

Hij tekent bij de ingang van de meander een zandbank, die zelfs een letter N krijgt en dus echt op papier bestaat en toegewezen kan worden aan een eigenaar. De kaart gaat daar natuurlijk over: de velden met letters zijn opgemeten en nu kan er belasting geheven worden. Het zijn voor mij juist de minst interessante details, maar fijn dat het een reden was om zo’n mooie kaart te maken.

Dan de kronkelwaard, het eiland tussen de nieuwe en oude loop van de Rijn. Ha, daarom hoort de Maneswaard bij Wageningen: de gemeentegrens liep en loopt over die oude loop van de Rijn. Die meander is nu helemaal verdwenen en deel van de uiterwaard met de waterplassen en de steenfabriek waar je langs fietst over de dijk.

De naamloze boerderij aan de Rijn is de Maneswaert. Witteroos tekent een welvarend bedrijf: vier bakstenen gebouwen, het hoofdgebouw met een rieten wolfsdak en een gevel aan de zijkant zoals ze nu als typisch van deze streek worden gekoesterd. Bij de boerderij horen drie grote hooischuren en een boot. Aan de andere kant van de waard tekent hij een rommelplek met een Oûden Steenoûen. Zo’n steenoven was in die tijd een tijdelijk iets: je groef geschikte klei uit en ter plekke maakte je daar bakstenen van. En als je klaar was, verviel de plek tot een rafelrand.

Verder velden, weggetjes, bomen en koeien op de waard. Aan de leuke koeien herken je het tekentalent van Witteroos. Twee bakstenen bruggetjes, het lijken heulen, staan verloren in het veld: Witteroos was geen waterkundige en leek geen oog te hebben voor het doel van deze bruggetjes. Terwijl je in de 16de eeuw echt niet voor je lol een brug gaat metselen.

De velden zijn van elkaar gescheiden door gevlochten hekwerken van riet en wilgenhout. Hij tekent boompjes in keurige rijen, en zo staan ze nu nog in deze omgeving. In deze streek zijn grote laanboomkwekerijen actief op Europese schaal, hoewel de fietstoerist meer kijkt naar de kersenboomgaarden.

1614: De Driehoek bij Bernard Kempinck

De oudste kaart van De Driehoek is van Bernard Kempinck uit 1614. Het noorden is links. Rechts zie je de Rijn, links het havenkanaal dat hij het Wageningse Gatt noemt. De streep van links naar rechts tussen de Rijn en dit havenkanaal is de Pabstendam. Ik heb me vaak afgevraagd wat de Pabstendam toch afdamt, maar hij damt een stromende oude Rijnloop af die de Bovenste Polder plus Driehoek insluit. Kempinck noemt De Driehoek de Essenveltswaard. Aan de Pabstendam nog een huisje en een veldje. Er is niet veel veranderd, alleen staan de huisjes nu aan de andere kant.

Kaart van Wageningen uit 1614
Wageningen in 1614, Kempinck, GA 667-0021

Het Wageningse Gat is niet zo recht als het huidige havenkanaal. Bij de Pabstendam is de strang zelfs verland, terwijl daar nu juist de havenkom ligt. Logisch dat die plek verlandt, want dat is het hoogste punt en daar komt alleen eventueel via een duiker onder de dam door water in vanuit de Bovenste Polder. Langs het water tekent Bernard een houten hek, en opvallend genoeg kruist dat het water halverwege. Raar.

Verder veel tekst die vast veel interessants oplevert, maar Bernard Kempinck heeft een lastig te ontcijferen handschrift. Bernard gebruikt ook drukletters. Hoe zou hij dat gedaan hebben? Ik vermoed met losse stempels.

De tekst in de strang luidt: Den Binnen stranck den man noemt het Wageningense Gat. Langs de Pabstendam schrijft hij Wolffswertsen wey wardt. In de oever ten westen van de Wolfswaard schrijft hij van alles kriebeligs. Ik lees [apfsijgendt] grindtigh en sandigh cleff . Dit was een klif dus, een hoge steilrand in de buitenbocht van de Rijnstroom, waar in een heftige winter meters grond kon worden weggeslagen. (Bij Kempinck is een a en een o altijd verwarrend. Dus of er opstijgend of afstijgend of iets anders staat?). Hij schrijft erbij Waerden afbraeck anno 1615 10 october. Op 10 oktober 1615 is hier blijkbaar veel grond van het klif afgebroken, maar de kaart is volgens het Gelders Archief van 1614. Dat klopt dus niet.

Hij tekent langs deze oever in de Rijn een krib. Zo te zien is die gemaakt als een serie hekken naast elkaar. Op de plek van een tweede krib die blijkbaar nog gebouwd moet worden schrijft hij in het water 4.5.8.7.6.6.6.6.6.6.6 [gepegelde] diepte opten 10 october ao 1615. Ik houd me aanbevolen voor een betere transcriptie.  Ik vermoed dat het metingen van de waterdiepte betreft. Bij een vierkantje schrijft hij [stomp] en bij een paar bomen iets als aver boot geknotte wilgen.

Dan de overkant, de binnenbocht in de Betuwe waar grond aanslibt. Hier tekent hij gras en schrijft in het gras Wolfswaertse Rijswaerden.  In het land ernaast schrijft hij, en daarvoor moet je de kaart nogmaals draaien, Wolffswertse Rijswerden ende Landerijen. Ook daar een krib, en daar schrijft hij verlengde kribbe ao 1615. Rechts daarvan tussen het gras Wolfswertse Rijswaerdt ende Aenschott. Daaronder tekent hij een breed strand dat blijkbaar aangroeit waarin hij iets schrijft als opruiend sand. Tot zover de teksten. Het kan goed zijn dat ik hier en daar een letter fout heb hoor, ik houd me aanbevolen voor betere suggesties.

De kribben moeten de Rijn netjes in zijn geul houden zodat het land aan de noordkant niet afbreekt. De aangroei van het land aan de overkant stopt dan ook uiteraard en dat is sneu voor de mensen daar. In een natuurlijke omgeving is afbraak en aangroei geen probleem en hoort bij een natuurlijk meanderende rivier, maar wel in Nederland met verschillende eigenaren aan weerszijden van het water. De een wint waar de ander verliest. Een bron van ruzie, rechtspraken en dus van oude interessante kaarten.

Boven de kaart lees ik:

Carthe van der landtschaps Weijwarth beneden Wageningen aen den Rijnstroom naest baven Hett Wageningense Gatt gelegen genoempt Essenveltswarth groot sestienden halven morgen [stijf]. Blijvende den halven binnenstranck tegens den ingeschaerden presenten ende noch overstaenden affbraeck t deser tijtt noch ongemeten affgedaen in Martius 1614.

Ik begrijp dat hij in maart 1614 de Essenveltswaard had opgemeten behalve de binnenstrang en dat toen de Rijnoever nog niet was afgebroken en dat hij dat stuk nu opmeet. De kaart is dus niet van 1614, maar van 1615. Hierna tekent hij een duidelijke maatstok met een onderverdeling tot 1600. Maar welke maat? Hij legt het duidelijk uit:

Ende in dese maetschale bedudet ijgelick minste [pimc] [F] thien Geldersche maetvoetten desen 14 maecken eenen Rhienroede, Ende 196 eene Quadrat roede. Ende 600 Quadratroeden eenen morgen lants.

De meeste karteerders zetten wel een maatstok bij de kaart maar niet welke maat dat dan is. Kempinck beseft dat hij wat uit te leggen heeft.  Maetvoeten, Gelderse roede en Rijnlandse roede zijn lengteenheden: een Gelderse roede was ongeveer 3,8 meter. Volgens het Meertens instituut was 1 roede gelijk aan 14 voet. Een Rijnroede was ietsje kleiner dan een Gelderse roede, maar ongeveer klopt het wel. 14 * 14 is 196, dus 1 quadraatroede is 196 quadraatvoeten. Een Morgen is een oppervlaktemaat: het land dat je in een morgen kon bewerken, en volgens het Meertensinstituut zijn dat inderdaad 600 quadraat Gelderse roeden.

1668: De Driehoek en Maneswaard bij Isaac van Geelkercken

Op de derde kaart uit 1668 staan De Driehoek en de Maneswaard allebei. Het noorden is onder.

kaart Maneswaart in 1668
GA 0012: 1413-0003

De kaart is getekend door Isaac van Geelkercken, een van de drie zoons van Nicolaes van Geelkercken die alle drie het vak van hun vader hebben overgenomen en prachtige kaarten hebben gemaakt. De kaart is 60 * 142 cm groot en gemaakt op vellen papier die aan elkaar geplakt zijn.

Je ziet links de Pabstendam. De Driehoek wordt aan de zuidkant door de Rijn begrensd en aan de noordkant door het Wageningse Gat, nu het havenkanaal. In de Rijn twee kribben die Kempinck ook al tekende. Het enige nieuwe is de naam: Koningsweert. Kempinck noemde het de Essenveltswarth en wij De Driehoek.

Aan de andere kant van het Wageningse Gat tekent Isaac den ouden Steenhoven. Tot ca 1930 heeft daar een steenoven gestaan (gebouwd op de harde bult van de voorloper?) en nu ligt daar de kantine van Vada. Deze uiterwaard noemt Isaac de Turcksweert en dat heeft niet met Turken te maken maar met Torck; later werd dit de Benedenpolder en nu is het een naamloos deel van de Plasserwaard buiten de zomerdijk, maar dat is een ander verhaal. Verder tekent Isaac geen details aan de noordkant van de Rijn. Hij noemt het lege land eenvoudigweg De Veluwe.

Isaac tekent kribben die Witteroos in 1568 niet tekent maar Kempinkck in 1615 wel. Hebben we de periode waarin kribben in de Rijn werden gemaakt te pakken? De kribben buigen met de stroom mee. Dat lijkt me eigenlijk best slim: ze zullen minder draaikolken veroorzaken, minder bodemerosie aan de bovenstroomse kant, en ik vermoed dat ze ook minder snel wegspoelen. Nu maken we de kribben met beton en basalt, maar toen waren het houten hekken met rijshout, wat je leuk kunt zien als je inzoomt op de kaart (daarvoor moet je de link volgen en dan kun je tot in de details inzoomen). Isaac tekent benedenstrooms van enkele kribben een behoorlijk uitgesleten gat. Kribben zorgen dat de vaargeul op diepte blijft, buitenbochten niet afkalven en binnenbochten niet aanslibben. Nederlanders willen immers geen nieuwe Maneswaarden waarover de rechter moet beslissen van wie de grond is waarbij nieuwe kaarten getekend moeten worden. Geschil = kaart = leuk voor mij. Daar waren overigens regels voor, maar dat is een ander verhaal. Tussen de kribben tekent Isaac strandjes, en die liggen er nu ook. Aan de zuidkant tekent hij langs de oever een Rijsweert, watertjes, steilranden en uitgesleten bochten: hier doet men duidelijk zijn best de Rijn in toom te houden. De krib naast de boerderij in de Maneswaard heeft zelfs een naam: t groote hooft. Deze betekenis van ‘Hoofd’ zie je terug in havenhoofd. Voor de echte leek schrijft Isaac links op de kaart in de Rijn boven, en rechts schrijft hij onder. De Rijn stroomt van links naar rechts dus. Maar dat kun je ook aan de richting van de kribben aflezen.

De Manenscheweert wordt begrensd door de oude meander die Isaac den Hank noemt en nu de tochtsloot heet.  Een hank is een dode rivierarm. Het begin van de hank in het oosten (waar het water erin komt) is niet duidelijk want de Hank wordt gevoed met kwelwater van de Rijn. Op verschillende plekken ontstaan stroompjes en uiteindelijk stroomt het water samen bij de uijtvaert naar de Rijn. Ook het Wageningse Gat is een hank die wordt gevoed door kwelwater met alleen een benedenstroomse uijtvaert.

Buiten de Hank ligt de Betuwe. In het oosten grenst die aan de Wolffsweert die dus ook voordat de Rijn doorbrak aan de zuidkant van de Rijn lag. In het westen ligt  Heus, de Rhijndijk en de Juffer Valckenborchsweert.  Den Rhijndijck bij Opheusden is sinds het verleggen van de stroom van de Rijn een winterdijk, alleen van belang als de Maneswaard onder water staat. De hank tekent Isaac veel smaller dan Witteroos in 1568 en bij Opheusden wordt buitendijks de grond al gebruikt. De dijk tekent Isaac goed onderhouden, het lijkt wel een palendijk. Dat is bijzonder hoor, die ken ik alleen van het Zuiderzeegebied (en dus zal het wel niet).

De Maneswaard is in 1668 een polder, wat op de kaart van 1568 nog niet is te zien. Isaac tekent een stelsel van sloten en twee sluizen: een binnensluis en een buitensluis. Bij de buitensluis stroomt het water zomers de polder uit naar de Hank en ’s winters wordt hij dichtgezet zodat de polder niet overstroomt. De buitensluis staat tot 1983 nog op de topokaart, maar sindsdien is daar zoveel grond weggegraven dat hij misschien wel verdwenen is. Ik zal er eens kijken. De binnensluis is al langer weg, maar het slotenpatroon is tot aan 1980 precies hetzelfde gebleven: het lange stuk, de aftakking vanaf de dijk bij Opheusden, het hoekje bij de binnensluis hebben meer dan 300 jaar zo gelegen.

Door de Maneswaard loopt een rondweg die Isaac Kaijdijck noemt: een kadedijk dus, oftewel een weg op een dijk. Bij een opvallende kronkel zal de dijk een keer zijn doorgebroken. Na een doorbraak kun je een dijk nooit op dezelfde plek leggen daarvoor is het uitgekolkte gat te diep. Vandaar dat oude dijken zo leuk kronkelen: helaas, elke kronkel is een herinnering aan ellende. En ja hoor, het kleine wiel ligt er nog.

Isaac deelt de waard op in percelen (de kaart draait om het heffen van belasting). Drie daarvan vallen op: allereerst natuurlijk de grote stenen boerderij met typische voorgevel met een Bongardt ernaast: de enige boerderij in het gebied, die bovendien ook al op de kaart uit 1568 staat: is dit de pionier van de fruitteelt in de Betuwe? Op die plek ligt nu de steenfabriek Maneswaard met een paar huizen ernaast. Een tweede opvallend perceel zijn de rijswaarden langs de Rijn, waarschijnlijk ooibos en broekbos, met diverse watertjes en kolken en daarnaast de lange strook Vrou van Bemmels Weertie. Vrou Bemmels heeft ook een perceel bij de buitensluis: het lijken me niet de beste percelen, maar ze heeft grond ook al is het buitendijks. Tenslotte het niet ingekleurde perceel van Mijnheer Ommeren die zo te zien geen belasting betaalde in Wageningen, immers niet vermeld wordt in de lijst van weerden onderaan de kaart.

1920: De Maneswaard

De Maneswaard was in 1920 een boerderij bij het voetveer. De sluis ligt er nog (bij het woord ‘De’ van De Rijn). De grens van de waard en van Wageningen was niet meer dan een tochtsloot. Geen spoor van steenfabrieken en afgravingen. Tja, we zeggen vol trots dat wij (hmm) ons eigen land hebben gemaakt, maar langs de rivieren vreten we het vooral zelf op.

maneswaart 1900
merkwaardige gemeentegrenzen rond de Maneswaard. bron: Topotijdreis. bewerking: Mathilde

2020: De Maneswaard en De Driehoek nu

Hoe zit dit gebied er nu uit? Hmm, onherkenbaar. De Maneswaard is vooral water. De boerderij is uitgegroeid tot een steenfabriek en de waard is deels uitgegraven. Ik heb de gemeentegrens van Wageningen in blauw aangegeven: een tiental Wageningers wonen ten zuiden van de Rijn. De veldnamen Wolfswaard en Maneswaard bestaan nog. Het kleine wiel ten westen net buiten de Maneswaard ligt er nog. De sluis is weg.

maneswaard 2018 kaart 20
topotijdreis 2018. NB: het noorden is onder, net als op de oude kaarten.

De Driehoek ligt er nog net zo maar is nu gelijkzijdig. Er zijn plannen om er een zwemplas te maken en om het groene biljartlaken te veranderen in een groen natuurlijk vogelparadijs.

Topografische kaart van uiterwaard bij Wageningen.
De Essenveltswaard in 2018. bron Topotijdreis

.