Hier de oudste overzichtskaart van het Moftbos, van Thomas Witteroos uit 1570 (bron Gelders Archief).  Het Motfbos is het uitgestrekte bos tussen Ede, Wageningen en Renkum. Het noorden ligt rechts. Wie de link volgt, kan inzoomen op de kaart via de site van het Gelders Archief.

1403-0001
Het Moftbos, Thomas Witteroos, 1570 GA 0012-1403-0001

Thomas Witteroos was karteerder, landmeter maar vooral schilder. Het deel linksboven met de stad Wageningen is schitterend getekend. De Generaal Foulkesweg was blijkbaar een kruisweg. Zijn kaarten zijn volgens kenners niet altijd even nauwkeurig, maar dat lijkt me ook bijzonder lastig in een bos.

Wat zien we hierop? Ik bekijk eerst de omtrek, en vergelijk die met deze kaart van Van Geelkercken uit 1649. Voor ons zijn het twee oeroude kaarten, maar er zit wel 79 jaar tussen. Zou er wat veranderd zijn?

Bij het vergelijken van de twee kaarten valt op dat de twee kaarten met een verschillend doel zijn gemaakt. Witteroos geeft de heggen (hakhoutpercelen) in het bos weer met daarin de naam en het jaar waarin het perceel weer aan de beurt was om te worden gehakt. Van Geelkercken geeft de omtrek weer van het domeinbos en de verkochte percelen. Dat betekent dat Thomas minder nauwkeurig heeft gemeten: hij tekent de percelen ten opzichte van elkaar zodat duidelijk is waar hij het over heeft, en dat is het dan. Nicolaes heeft aan de andere kant nauwelijks in het bos gekeken, maar heeft juist nauwkeurig de grenzen opgemeten.

Twee kaarten dus van verschillend karakter.

De kaart van Witteroos is 59 bij 145 cm groot en gemaakt op perkament. Je ziet de genaaide naden lopen. Wat zou ik dat graag eens in het echt zien! Maar super dat het Gelders Archief deze kaarten gedigitaliseerd heeft (ik bespreek op dit blog alleen kaarten die iedereen thuis kan bekijken).

De contouren van dit bos dus. Net als bij de kaart van Van Geelkercken begin ik links bovenin, de kant van Wageningen, de ZW hoek van het bos.

Kijkend vanuit 2019 is het verleidelijk te denken dat die hoek aan het klif ligt, maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet zo te zijn. Witteroos tekent helemaal niets buiten het bos, althans geen bomen en zo, dus waar het klif ligt van de Wageningse berg is op deze kaart niet te zien. In de hoek tekent hij de mysterieuse Munckenkuijl, net als Van Geelkercken dat 79 jaar later doet. Wat dat voor kuil geweest mag zijn, is voorlopig duister. De kuil ligt aan de Wech van Waegeninghen nae Aernhem, maar welke weg dat is, is ook niet duidelijk: onderlangs, door het bos of de huidige N225?

Ik leid af van de vorm van inhammen dat vroeger het Moftbos vanaf dat punt langs de wildwal naar Bennekom liep en dat al in 1570 percelen waren verkocht. In het zuidwesten de Sallantsche Hegge, toebehoerende den Drossert van Waegeningen. En een eindje verder naar het noorden Dese Heesjetdae ofte lant wil bechrenen Wolter Francken met de beemen (hmm?? kan iemand dit lezen?) en aansluitend Den Hongercamp toebehoerende den Drossert van Waegheningen.

Vandaar loopt de grens van het bos tot aan Bennekom langs Die Wiltgraeff. De eigenaar van een hoekje ontgonnen land op de Eng moest blijkbaar een nieuwe wildgraaf maken rond zijn ontginning: Die Leuer Wiltgraeff. Dan ben ik bij Benecom met de kerk en de molen. Voorbij T Huijs te Hoeklom heet de wal Maenens Wilt graeff, en dan ben ik aangeland in de NW hoek van het bos, bij Den wech nae Maenen. Ten noorden hiervan ligt Die Zijselt toebehoerende die kinderen van Zeger van Aernhem.

Ik ga de hoek om naar het oosten en volg de grens van Die Zijselt. De typische hoek van het Sijsselt is herkenbaar. De noordgrens van het Moftbos ligt bij een weg waarover Thomas schrijft: Dese wech coempt van Aernhem ende loopt nae Eede.

Dan ben ik in de NO hoek bij de grens met de Ginckel aangekomen, nu op het fietspad. Vanaf hier tot aan de beek is de grens onduidelijk: geen wildgraaf, geen weg. Het Moftbos, hier ver van de bewoonde wereld, ging zonder duidelijke grens over in het gebied van De Ginkel. Thomas schrijft: Het Ginckelsche Velt dwelck die van Ginckel gebruijcken voor haer gemient als eijgen goet. Van Geelkercken ziet dit veld 79 jaar later als deel van het Moftbos. Nu is dit de driehoek tussen het spoor, de beek en de Bosbeekweg.

In de buurt van Nivonhuis De Bosbeek raakt het Moftbos de Renkumse beek (toen Hartense beek) en dat is nog steeds zo: het beekdal is hier smal en er is geen geschikte landbouwgrond alleen grasland. Even ten noorden van een huis buigt het er weer van af naar het zuidwesten en vanaf hier naar het zuiden ligt tussen het bos en de beek een strook bouwland (enck). Thomas noemt het huis op die plek de Hartense cappel, maar waarschijnlijk is dit Quadenoord en is dit waar de Bosbeek het beekdal oversteekt.

Het noordelijke deel van het de strook bouwland noemt hij Den Hartenschen Enck convents van Reijncoms lant. Dit was dus land van het klooster van Renkum. Dit klooster stond op de plek waar nu Parenco staat. In de 16e eeuw werd het klooster onteigend en de gronden verkocht. Dat zie je al gebeuren op deze kaart: meer naar het zuiden hebben de bouwlanden van het Convent verschillende eigenaren. De grens van het bos geeft Thomas aan met grote scheiboemen en boem tot gescheit. Een perceel is Die Heer van Aerssens struelle ofte landt, in de omgeving van Groensvoort tekent hij Die Vossenenck en Die Kortenberch. De vorm van die percelen is nog altijd herkenbaar in de vorm van het ONO.

In de ZO hoek van het bos wordt het ingewikkeld. Rond de hoek schrijft Thomas Convent van Reijncoms goet. Het lijkt alsof hier met zwartere inkt over de kaart heen is gepriegeld. Ik verdenk Van Geelkercken. Hier is namelijk veel van het land van het Convent van Renkum verkocht aan Raesvelt, en dat is precies wat Van Geelkercken in 1640 en nogmaals in 1650 karteerde. Ik verdenk hem ervan dat hij dacht dat hij de veranderingen wel in kon kliederen in deze kaart van Witteroos. In elk geval, in het zuiden van het bos zijn er verschillende handschriften over elkaar en staan er lijntjes en rondjes ingetekend die helemaal niet lijken op de werkwijze van Witteroos.

Bij een Boom in questie maakt de grens een hoek, en in het andere handschrift (verdacht veel lijkend op het priegelhandschrift van Nicolaes van Geelkercken) staat er vervolgens Out Graefken dienende tot gescheit. Hierlangs een walletje dat even verder naar het zuiden afbuigt. Dit lijkt allemaal superveel op de kaart van Gielis uit 1550, van 20 jaar eerder dus. Was hier nog altijd, 20 jaar later, heibel over? Ook toen al duurden processen lang.

Goed, ik probeer af te leiden via deze kaart of het bos tot aan het klif liep, en ik vermoed van niet. Anders had hij daar vast een prachtig klif getekend. Nu zie ik op dit haveloze beschadigde deel van de kaart een aantal wegen oost-west en een paar noord-zuid, twee wallen, bomen en daartussen geschreven Convent van Reijncoms hegge. Er lag vast geen hakhoutperceel in de zompige uiterwaarden. Maar hoe dit dan wel allemaal zat, is nog een puzzel waar een paar stukjes aan ontbreken.

En nu, 449 jaar na dato? Het bos ligt er nog net zo en is nu heerlijk wandelgebied.

 

 

 

 

Advertenties