Dit wordt een serie met als aanleiding deze kaart uit 1793 in het Gelders Archief. Samen met Geert Nijland begin ik aan een grote puzzel over bossen en heidevelden, het oude Moftbos van de Gelderse Rekenkamer en verkochte percelen, wallen en wegen op de Wageningse Berg met de Scheidingslaan als terugkerend thema. Hier het begin van onze zoektocht.

kaart 18 Veluwe Wageningen
1793 bron GA 0012-1411.1

Veel staat er niet op deze kaart, maar dit gaat over zo’n bekend gebied en toch herkennen we het niet. De stompe hoek tussen twee wegen, linksonderin, is typisch voor de Wageningse Berg: we kunnen de kaart wel op 10 manieren in de huidige Dorschkamp en ONO kwijt. Iets in deze niet zo informatieve kaart intrigeert ons en we hebben het gevoel dat er iets achter zit dat informatief is.

De kaart en bijbehorend stuk heet in het Gelders Archief: Bestek en conditiën voor het opwerpen van een wal om een stuk Heideveld op De Moft. Aan de linkerkant is De Hoge Grote Weg na Wageningen getekend. Langs deze weg eijkenbomen die enige jaren gestaen hebben en beuken in t voorjaar gepoet. Onderaan een zijweg: de Allee na den Kortenberg. Daar twee namen van de huizen Kortenberg en Groensvoert [Grunsvoort]. Ik weet nu wel ongeveer waar ik zit op aarde: bovenop de Wageningse Berg, want de Kortenburg is het ONO. Maar waar precies weten we niet. De zoektocht leidt ons langs vele kaarten en stukken waarbij allerlei wallen, wegen en percelen in de omgeving van de Zoomweg en de Scheidingslaan een geschiedenis krijgen.

Denk met ons mee!

De Hoge Grote weg na Wageningen op deze kaart kan de N225 zijn, maar pas op: ook de Domeinweg werd vroeger zo genoemd! In de winter stond de Bokkedijk, de dam door het Renkums Beekdal waar de N225 op ligt, regelmatig onder water. Zelfs trampassagiers moesten regelmatig uitstappen bij De Bock in Renkum, lopend langs het ONO en konden dan onder de berg aan de Wageningse kant de daar wachtende aansluitende tram weer in. Rijtuigen reden langs de Kortenburg, nu ONO, dan een eindje de Zwarteweg op, linksaf over de Grensweg achter de Kortenburg, en dan de Domeinweg in. Ze kwamen dan uit bovenop de berg waar nu op zondag tientallen hondenbezitters hun auto parkeren om hun hond te laten genieten in het losloopgebied. De vroegere Domeinweg boog daar niet naar links de huidige asfaltweg op naar de rotonde, maar liep rechtdoor door het voormalige ziekenhuisterrein en boog dan naar het zuiden naar de Generaal Foulkesweg. Hier een kaart van de berg uit 1959 vlak voor de aanleg van de N225 die ik met geel in heb getekend:

topo 20 wageningen

 

Terug naar de kaart: er staat geen windroos op, we hebben geen enkele andere aanwijzing, dus we houden beide opties open: de Hoge Grote Weg is de N225 of de Domeinweg.

Langs de Grote Weg een nieuw aangelegd akkermaalsbos. Ook staan er eikenbomen en beuken (die zouden nu 230 jaar oud zijn, dat is oud maar het zou kunnen dat ze er nog staan.) Bovenin schiet de Weg naer Groensvoert van de Grote Weg af. Het land daar achter is van de Heer van Rosendael. Dat klinkt ver weg, maar de Heer Torck was eigenaar van Rosendael en burgemeester van Wageningen. Het perceel kan Sallants Hegge zijn dat al in 1570 op de kaart van Witteroos staat, want Sallants Hegge was toen van de Drost van Wageningen. Een smalle strook heet De Rotte – Bos en Struellen [struwelen]: we hebben nog nooit van de veldnaam De Rotte gehoord. Het grote lege deel van de berg heet het Rekencamers Heide Veld.

Daartussen de lijn waar de kaart om draait (denk ik): een lijn met punten. Het lijkt een bomenrij maar het zijn pollen, zandhopen dus. Erbij staat: Nieuwe opgeworpen Pollen denoterende de scheidinge tussen het Rekencamers en het Kortenburgse so gesegt werd claer en indisputabel. Er was dus met zandhopen een duidelijke grens gemaakt tussen het openbare bos van de Rekenkamer en het particuliere terrein van de Kortenburg. We hebben nog steeds geen idee waar we zijn in het bos en maken puzzelstukjes van de dingen die opvallen:

  • Er zijn vanaf de T-kruising met de pollenrij in 1793 beuken geplant, die zouden nu 230 jaar oud moeten zijn. Misschien staan ze er nog. Beuken worden niet zo oud als eiken, de eiken aan de andere kant van de pollenrij zouden er nog best kunnen staan.
  • de pollen op de tekening lopen in rechte lijn door tot aan de Grote Weg. Dan stoppen ze.
  • Die T-kruising wordt doorsneden door een weg naar Grunsvoort, die gezien de manier van tekenen meer een olifantenpaadje lijkt.
  • De Moft wordt een heideveld genoemd. Witteroos in de 16e eeuw en Van Geelkercken in de 17e eeuw beschrijven het als bos. Hakhoutbos weliswaar, dus geen hoog opgaande houtopstanden. Blijkbaar is er teveel gehakt, en is het bos uitgedund, verarmd en in de 18e eeuw tot heide vervallen.
  • De tekst gaat over een stuk hei dat omwald wordt. Maar het perceel is niet getekend op de kaart. Handig, zo’n kaart waarop je niet tekent waar het om gaat! Het gaat blijkbaar niet om de pollenrij.
  • Het grote lege deel wordt het Rekenkamers heideveld genoemd, en de pollenrij is de definitieve scheidinge claer en indisputabel tussen land van de Rekenkamer en Kortenburg. Dat is raar want het Kortenburgse ligt aan de verkeerde kant. De Kortenburg heeft nooit gronden gehad verderop de berg: al hun percelen liggen aaneengesloten aan het huidige ONO. Hoe ik de kaart ook draai, ik kom op geen enkele wijze op een plek uit waar aan de ene kant een weg ligt naar Kortenburg, dan een stuk Rekenkamergebied, en dan weer percelen van Kortenburg.

Tja, ik ontkom er niet aan: ik moet het bijbehorende stuk lezen. Ik wil weten of hierin staat waar de wal moet komen. Hier de tekst:

Bestek en Conditie waar na de Edele Mogende Heeren van de Reekening in Gelderland zullen aanbesteeden het opwerpen van een wall om een stuk heijveld op de Moft nabij het veld van Hendrik van Renesse.

artikel 1
De maat waarvan in dit bestek gesproken word is den Rhijnlandschen maat van twaalf voeten in den roede.

2
Ingevolge de met palen gedane uitbakinge zal den aannemer rondom het terrein opwerpen een wal samen uitmakende de lengte van 374 roeden. Deeze wal zal de hoogte gegeven worden van vier voeten te meten langs de buitenzijde uit het maaijveld tot op de kruin des wals, en den aanleg zal moeten zijn twaalf voeten, de kruin breed twee voeten. Den aannemer zal den wal aan de buitensijden niet meer als een voet doen agterover hellen en de geheele buitenkant bezetten met vierkanten blokzoden, van de beste en taaijste dewelke aldaar te bekomen zijn, deze zoden zal hij onder in een kielspit beginnen en dezelve in t verband opzetten wel vast in malken der sluiten en de grond agter dezelve behoorlijk aantreeden, en dan vervolgens de zoden met slagers aanslaan. Den aannemer zij ook gedagt dat de agterschuinte van den wall zes duimen tonrond zal moeten gelegd worden.

3
De grond tot het formeeren van gemelde wall zal den aannemer bekomen aan de buitenzijde uit eene tot dat einde te gravene sloot of grippel. Gemelde grippel zal den aannemer bovenwijl maken 8 voeten, onder 4 voeten en diep 4 voeten, lijnregt langs de wall gelegd, waarbij moet in agt genomen worden dat tusschen den wall en het binnenboord van den grippel een bermtje breed 1 voet worde overgelaten om het afschieten van den wall voor te komen.

4
Den aannemer zal voort na de aanbestedinge aan het werk beginnen en het zelve geheel afgemaakt opleeveren uitterlijk op den laatste December 1793 op verbeurten van drie guldens voor ieder dag dewelke hij na dien tijd daar aan mogte werken.

5
De betalinge zal gedaan worden op Ordonnans van Haar Edele Mogende binnen 14 dagen nadat het werk zal zijn voltrokken opgenomen en geprezen.

6
De aanbesteedinge zal geschieden eerst bij inzet die het laagste inschrijft zal tot eene premie genieten drie guldens. Vervolgens zal het werk op eene minderen summe worden opgehangen en opgeboden en die bij dien opbod het eerste mijn zegd zal aannemer zijn en niet gemijnt wordende dengeene die het laagste zal hebben ingeschreven. Evenwel reserveeren Haar Edele Mogende hun vrij beraad den tijd van twee uiren om den aannemer het werk te gunnen of te bedanken.

7
Den aannemer zal bij den toeslag stellen twee suffieciente borgen dewelke benevens den aanneemer zullen beloven aan dit bestek te voldoen daar toe verbindende kunnen persoonen en goederen na rechter.

Hierna volgt de uitslag van het inzetten, afhangen en mijnen met daarbij gegevens over de percelen (die ik omreken naar meters gerekend 3,77 meter in een Rijnlandse roede)

  • 1e perceel lang 100 roeden, 377 meter
  • 2e perceel lang 97 roeden, 367 meter
  • 3e perceel lang 102 1/2 roeden, 387 meter
  • 4e perceel lang 74 1/2 roeden, 281 meter

Er werd dus een heideveld omwald dat in het veld met palen is gemarkeerd en niet is ingetekend op de kaart, en dat in de buurt ligt van het veld van Hendrik van Renesse, dat ook niet op de kaart staat. De vier percelen zijn ongeveer even lang, dus het zal een scheve rechthoek zijn. De wal is een meter hoog met aan de buitenkant een greppel van een meter diep: die verdwijnen ook niet zomaar in 230 jaar (wallen uit de 17de eeuw vinden we moeiteloos terug). Waar vind ik in de Moft op de Wageningse Berg een omwalde scheve rechthoek met deze maten?

Ik tuur en puzzel op het AHN en oude kaarten, sla wat boeken open, en kom zowaar een veld tegen dat Renessecamp heet. Op naar deel 2 van deze serie over De Moft rond 1800 als De Scheidingslaan in beeld komt.

Meer over de Wageningse Berg