Volgens mij heb ik iets gevonden waarnaar ik lang op zoek was! Op de Wageningse Berg ligt een wal en eindelijk heb ik de oorsprong van deze wal gevonden (denk ik). Er liggen drie wallen op de berg: twee daarvan staan op kaarten van Van Geelkercken aangegeven en stammen dus uit de 17e eeuw.

ONO 1600 kaart 16

Deze twee wallen zijn in het bos niet zo goed herkenbaar. De derde wal is supergoed herkenbaar, maar staat op geen enkele kaart. Ik spreek vaak mensen die de tweede en derde wal met elkaar verwarren: ze lopen evenwijdig aan elkaar en de typische driehoekige vorm van het perceel maakt de verwarring begrijpelijk. Wacht, ik zal het tekenen:

ahn wageningse berg

 

Met rood heb ik hier de wallen op de kaarten van Van Geelkercken getekend. De blauwe lijn is de andere wal, die in het bos veel duidelijker is. Ik ging er altijd vanuit dat die wal nieuwer is, maar hoe nieuw was me onbekend. Tot nu! Zou het echt zo zijn?

Ik kom dit bestek met kaart uit 1793 tegen bij het Gelders Archief.

kaart 17 Wageningen
5 – Right. bron: AHN

Wat je ziet op deze kaart is aan de linkerkant De Hoge Grote Weg na Wageningen. Langs deze weg eijkenbomen die enige jaren gestaen hebben en beuken in t voorjaar gepoet. Onderaan een zijweg: de Allee na den Kortenberg. Daar twee namen van de huizen Kortenberg en Groensvoert. Ik weet nu waar ik zit op de aarde: het noorden is rechts, de Kortenberg is het ONO. De grote weg naar Wageningen is de N225, of een oudere weg door het bos daar ten zuiden van in het verlengde van de Generaal Foulkesweg.

Langs de Grote Weg een nieuw aangelegd akkermaalsbos. Bovenin schiet de Weg naer Groensvoert van de Grote Weg af (geen idee welke weg dat is). Het land ten westen daarvan is van de Heer van Rosendael. Dat klinkt ver weg, maar de Heer Torck was eigenaar van Rosendael en burgemeester van Wageningen. Een smalle strook heet De Rotte Bos en Struellen: geen idee waar dat is. Het oostelijke deel van de berg heet op deze kaart het Rekencamers Heide Veld.

Daartussen de lijn waar de kaart om draait: een lijn met punten. Het lijkt een bomenrij maar het zijn pollen, zandhopen dus. Erbij staat immers: Nieuwe opgeworpen Pollen denoterende de scheidinge tussen het Rekencamers en het Kortenburgse so gesegt werd claer en indisputabel. Blijkbaar had men om de grens te markeren al pollen opgeworpen, en moest er nu een wal komen.

Een paar dingen vallen me op:

  • de wal op de tekening loopt in rechte lijn door tot aan de Grote Weg. De rotonde op de berg was er toen niet, dus we moeten kijken naar de oude Generaal Foulkesweg langs het stadion of zelfs een nog ouder tracee. ‘Mijn’ wal loopt in rechte lijn door ten zuiden van deze weg, wat mooi is te zien op het AHN, tot aan het punt waar Geert Nijland de Oude Weg interpreteert. Dus of dit gaat over mijn wal en dan heeft Geert gelijk wat betreft zijn Oude Weg, of dit gaat over een andere wal en dan weten we nog niks.
  • de wal op de tekening komt vlakbij een andere weg op de Grote Weg. Dit is de weg naar Groensvoert. Ik weet niet welke weg dit is: in de 19e eeuw is het wegenpatroon in het plantagebos onherkenbaar gewijzigd. Op de kaart van Van Geelkercken staat geen weg tussen Wageningen en Groensvoert.
  • De Moft wordt een heideveld genoemd. Witteroos in de 16e eeuw en Van Geelkercken in de 17e eeuw beschrijven het als bos. Hakhoutbos weliswaar, dus geen hoog opgaande houtopstanden. Blijkbaar is er teveel gehakt, en is het bos uitgedund, verarmd en in de 18e eeuw tot heide vervallen.
  • De tekst gaat over een stuk hei dat omwald wordt. Maar op de kaart zie ik een rechte lijn, geen rechthoek.
  • Het oostelijke deel wordt het Rekenkamers heideveld genoemd, en de lijn met pollen zou de grens zijn tussen land van de Rekenkamer en Kortenburg. Dat is raar! Immers, in de tijd van Van Geelkercken, 100 jaar daarvoor, kocht Raesvelt die op Kortenburg woonde, juist grote percelen op in het oostelijke deel: zie de kaart van Van Geelkercken waarop die percelen zijn ingetekend.

Tja, ik ontkom er niet aan: ik moet het hele stuk lezen. Ik wil weten of hierin staat waar de wal moet komen (even ten westen van de grafheuvels bijvoorbeeld) of dat ik fout zit. Hier de tekst:

Bestek en Conditie waar na de Edele Mogende Heeren van de Reekening in Gelderland zullen aanbesteeden het opwerpen van een wall om een stuk heijveld op de Moft nabij het veld van Hendrik van Renesse.

artikel 1

De maat waarvan in dit bestek gesproken word is den Rhijnlandschen maat van twaalf voeten in den roede.

2

Ingevolge de met palen gedane uitbakinge zal den aannemer rondom het terrein opwerpen een wal samen uitmakende de lengte van 374 roeden. Deeze wal zal de hoogte gegeven worden van vier voeten te meten langs de buitenzijde uit het maaijveld tot op de kruin des wals, en den aanleg zal moeten zijn twaalf voeten, de kruin breed twee voeten. Den aannemer zal den wal aan de buitensijden niet meer als een voet doen agterover hellen en de geheele buitenkant bezetten met vierkanten blokzoden, van de beste en taaijste dewelke aldaar te bekomen zijn, deze zoden zal hij onder in een kielspit beginnen en dezelve in t verband opzetten wel vast in malken der sluiten en de grond agter dezelve behoorlijk aantreeden, en dan vervolgens de zoden met slagers aanslaan. Den aannemer zij ook gedagt dat de agterschuinte van den wall zes duimen tonrond zal moeten gelegd worden.

3

De grond tot het formeeren van gemelde wall zal den aannemer bekomen aan de buitenzijde uit eene tot dat einde te gravene sloot of grippel. Gemelde grippel zal den aannemer bovenwijl maken 8 voeten, onder 4 voeten en diep 4 voeten, lijnregt langs de wall gelegd, waarbij moet in agt genomen worden dat tusschen den wall en het binnenboord van den grippel een bermtje breed 1 voet worde overgelaten om het afschieten van den wall voor te komen.

4

Den aannemer zal voort na de aanbestedinge aan het werk beginnen en het zelve geheel afgemaakt opleeveren uitterlijk op den laatste December 1793 op verbeurten van drie guldens voor ieder dag dewelke hij na dien tijd daar aan mogte werken.

5

De betalinge zal gedaan worden op Ordonnans van Haar Edele Mogende binnen 14 dagen nadat het werk zal zijn voltrokken opgenomen en geprezen.

6

De aanbesteedinge zal geschieden eerst bij inzet die het laagste inschrijft zal tot eene premie genieten drie guldens. Vervolgens zal het werk op eene minderen summe worden opgehangen en opgeboden en die bij dien opbod het eerste mijn zegd zal aannemer zijn en niet gemijnt wordende dengeene die het laagste zal hebben ingeschreven. Evenwel reserveeren Haar Edele Mogende hun vrij beraad den tijd van twee uiren om den aannemer het werk te gunnen of te bedanken.

7

Den aannemer zal bij den toeslag stellen twee suffieciente borgen dewelke benevens den aanneemer zullen beloven aan dit bestek te voldoen daar toe verbindende kunnen persoonen en goederen na rechter.

Hierna volgt de uitslag van het inzetten, afhangen en mijnen met daarbij de volgende gegevens over de percelen:

  • 1e perceel lang 100 roeden
  • 2e perceel lang 97 roeden
  • 3e perceel lang 102 1/2 roeden
  • 4e perceel lang 74 1/2 roeden

Hmm, ik geloof dat mijn opwinding voorbarig was. Welk terrein werd er nou omwald? Hoeveel is 374 roeden? De vier percelen zijn ongeveer even lang, dus het zal een soort scheve rechthoek zijn, maar dat geeft de kaart helemaal niet aan. Waar vind ik in de Moft op de Wageningse Berg een omwalde scheve rechthoek met deze maten? Ik ben er nog niet uit.

 

Advertenties