Het tweede deel over deze mooie kaart van Nicolaes van Geelkercken van Doesburg bij Ede in 1655. Deel een gaat over het land, nu over het water in de kaart.

5476-1665-79 kaart 16
Van Geelkercken: Doesburg in 1655. bron: Gelders Archief

Op mijn ingetekende topokaart (1854) heb ik ook de watergangen ingetekend.

Capture

Er gaan drie pijlen het veen in en twee eruit. Maar eerst kijk ik naar de polder. Daar gaat rechtsboven water naar binnen en linksonder op twee plekken water naar buiten. Langs de stegen in de polder tekent hij geen sloten, maar die waren er natuurlijk wel: bovenstrooms van elke steeg lag een sloot. Laten we eens lezen wat Nicolaes over het water in de polder zegt:

  1. Dese boûrschap van Doûsbûrgh is met root omtrocken
  2. en op de boûlanden sijn hûijsen geteijckent [eun] de leege landen
  3. sijn met groen afgetrocken waerdoor dat men sporen kan
  4. waer de waetertochten loopen, aller op de platze aengeteijckent.
  5. Sal men bevinden dat dit Doûsbûrgh twee waeterlossinge heefft te weeten een van
  6. nattûijren door het Stijfft Uijttrecht en de andere doer haer
  7. schût, het welcke met eenen rechten dijck van het Kernhemse veldeken
  8. tot veltiens graeff is affgeteijckent.
  9. Anno 1655 7 Julij N. van Geelkerk.

In het kort: De Buurtschap Doesburg is met een rode rand aangegeven, op de hogere bouwlanden staan huizen, de lage landen zijn groen gekleurd. Zo kun je zien waar de watergangen lopen. Doesburg heeft twee waterlossingen: een natuurlijke richting Utrecht en een bij het Doesburgerschut.

Ik heb op mijn schets de watergangen in blauw getekend. Je ziet dat de polder (het oostelijke deel, op Nicolaes kaart is dat onderaan, op mijn topokaart rechts) niet optimaal werkt. Althans het lijkt mij de bedoeling dat het water keurig langs de stegen loopt en zo tekent Nicolaes het niet. Op alle kaarten van de polder Doesburg die Nicolaes gemaakt heeft staat deze waterloop, doorgekrast om aan te geven dat het een drassig zomp was. Waar komt dit water vandaan? Ik zoom in:

veenen

Dit is de NO punt van de polder. Het noorden is rechts. Onderaan het begin van de heuvels van de stuwwal. Hier staan drie huizen bij elkaar, daar woont Jan Geretsen. De overige teksten: voetpat, (den Hogen Wegh van Eeede naer Dousburgh en) Luntteren, de Hûl, Hoogesteegh en Betrumer vonder of Betrumer wouden. Hoog-Beetrum is een prachtige boerderij langs de Lunterseweg en volgens de lijst met monumenten is die gebouwd in de 17de eeuw: die kende Van Geelkercken al! Hij ligt wel een kilometer zuidelijker dan de Goorsteeg, maar wellicht lagen hier bij de Veentjes en de Goorsteeg de Beetrumer Wouden? Ik weet niet of Hul slaat op Heul (maar Nicolaes schrijft altijd huel) of Heuvel (dat kan de stuwwal zijn, maar waarom alleen daar?).

Bij het huis van Jan Gerritsen begon dus een beek en die ging met een heul onder de Hooge Wegh door naar de polder. Als het een Doesburgse beek was, is dat logisch: eigen water = eigen probleem = eigen oplossing. Of lag de heul ten noorden van de Goorsteegh en was het de bedoeling dat Lunters water langs de Goorsteegh werd afgeleid maar werkte dat niet naar behoren? Waarom noemt Nicolaes dat niet? Ik ben er niet uit. Water stroomt volgens zijn eigen logica, naar beneden dus: het stroomde de polder in, hield zich niet keurig aan het ruitjesontwerp, kwam uiteindelijk wel terecht bij de laagst gelegen schouwsloot langs de Veensteeg en werd via het Doesburgerschut weggeleid via de Wetering en de Eemwal naar de Grift. Dit beekje is dus het meest bovenstroomse water van de Kromme Eem geweest. De doorlaat door de Meijkade richting het veen is een ander verhaal.

Ik ben benieuwd of ik de loop van de beek en het huis van Jan Gerritsen kan terugvinden. Bij Hoog-Beetrum lag vroeger een duiker onder de weg, en in het verlengde ligt een erosiedal in de stuwwal. Dan was het een echte Doesburgsebeek, en dus een Doesburgs probleem, dus moest het water door de eigen polder weg. Even ten noorden ligt buurtschap De Veenen bij een klein hoogveengebied; het kan ook dat het een veenbeek is, en dan was het een Luntersebeek, en moest het water ten noorden van de Goorsteeg worden afgevoerd.

Als ik de polder had mogen ontwerpen in de 17e eeuw, had ik het zo gedaan:

image_601841bc-2c44-446c-ac15-07b924672944.img_0081

Ik zou een kade langs de grens met Lunteren hebben gemaakt, en daarlangs een sloot om het Lunterse water af te voeren uit De Veentjes zodat dat niet in ‘mijn’ polder zou komen. In ‘mijn’ Doesburgse polder zou  ik een aantal stegen maken, zorgen voor een goede afvoer voor ‘mijn’ beekje dat bij Beetrum uit de stuwwal komt, en al het water bij het schut op het laagste punt lossen. Nou wie weet, was het zo ook ontworpen, maar het noordelijke deel van de polder lag lager en de beek boog naar het noorden af.

Volgende keer meer over deze leuke kaart.