De oudste kaart die ik kan vinden van de Wageningse Maneswaard is deze uit 1568 van Thomas Witteroos.

de Maneswaard in 1568, GA 0012: 1413-0001

Klik op de afbeelding voor een grotere versie (dat geldt voor alle plaatjes op dit blog). Je kunt natuurlijk ook doorklikken naar het Gelders Archief.

Mijn boek ‘Water in het Binnenveld’ gaat over de watergeschiedenis van het Binnenveld en staat vol kaarten, tekeningen en foto’s. Inclusief een wandelroute, fietsroute en wensroute. Plus een paar korte transcripties van stukken die een cruciale rol hebben vervuld. Tot 27 oktober kun je dit nieuwe boek met 14% korting kopen. Van 25,55 in de boekhandel, nu voor 22 euro via mij (mits je op fietsafstand van Wageningen woont, maar ik fiets best ver hoor). 28 oktober ga ik de boeken bestellen, dus schrijf je snel in. Als je de link volgt, zie je ook ook een link naar bol.com waar je het boek kunt inzien, en een eigen link. Vind je 25,55 te duur? Ik ook, maar mijn eigen marge is maar 1 euro per boek: boeken zelf uitgeven is nou eenmaal duur. Toch heb ik een oplossing: de pdf van dit boek kun je kopen voor 7 euro. Minder mooi, wel goedkoper.

De kaart is ouder dan 18 september 1568 (blijkbaar werd er toen iets ondertekend en daar hoorde deze kaart bij). Er bestaat een tweede versie van deze kaart, getekend in 1936 door Ben van Londen. Ben van Londen heeft een heel stapeltje kaarten nagetekend voor Van Oosting, die bezig was met een onderzoek naar de omgeving van Wageningen en daar oude kaarten voor nodig had.

Zoals altijd gaan we ons eerst oriënteren. Witteroos tekent een windroos met het noorden linksonder. We zien de Rijn stromen van links naar rechts, en die stroomt hier in het veld van NO naar ZW. Links onderin buiten beeld ligt Wageningen, rechts onderin ligt de Heijmenberch met bovenop de Beghijnen Capel. Aan de noordkant van de Rijn staat de tekst Baghijnen Waert, dat moet in de buurt van de steenfabriek De Plasserwaard zijn. Daar is lang een voetveer geweest. Witteroos tekent er een aanlegplaats voor schepen en rijshout in Den Rijn.

Witteroos tekent een oude meander als tweede Rijnloop. Hij noemt hem ook Den Rijn en tekent hem bijna net zo breed als de rivier zelf: blijkbaar stond deze meander in 1568 nog vol water. Aan de buitenkant ligt rechts Hoesden, nu Opheusden (werd Hoesden op zijn Duits uitgesproken als Hösden? En woonde je daar op?). Links tekent hij een boerderij de Boûhoff Wolfswaert in de waard de Wolfswaert. Daarboven een plakkaat maar dat is beschadigd.

Tussen de Wolfswaert en Hoesden ligt de Hoesdenschen Dijck. Zo te zien een stevige dijk met een steile rand naar de rivier, die in de buitenbocht de dijk behoorlijk aanvrat en afkalfde. De bocht is blijkbaar nog niet zo lang daarvoor door de Rijn verlaten ten gunste van de nieuwe korte rechte loop. Daarmee verloor Hoesden de toegang tot de Rijn, maar Witteroos tekent niets dat lijkt op een aanlegsteiger, niet eens een roeiboot bij het dorp. In de binnenbocht van de meander tekent hij wit zand. De meander is blijkbaar al aan het verlanden.

Hij tekent bij de ingang van de meander een zandbank, die zelfs een letter N krijgt en dus echt op papier bestaat en toegewezen kan worden aan een eigenaar. De kaart gaat daar natuurlijk over: de velden met letters zijn opgemeten en nu kan er belasting geheven worden. Het zijn voor mij juist de minst interessante details, maar fijn dat het een reden was om zo’n mooie kaart te maken.

Dan de kronkelwaard, het eiland tussen de nieuwe en oude loop van de Rijn. Ha, daarom hoort de Maneswaard bij Wageningen: de gemeentegrens liep en loopt over die oude loop van de Rijn. Die meander is nu helemaal verdwenen en deel van de uiterwaard met de waterplassen en de steenfabriek waar je langs fietst over de dijk.

De naamloze boerderij aan de Rijn is de Maneswaert. Witteroos tekent een welvarend bedrijf: vier bakstenen gebouwen, het hoofdgebouw met een rieten wolfsdak en een gevel aan de zijkant zoals ze nu als typisch van deze streek worden gekoesterd. Bij de boerderij horen drie grote hooischuren en een boot. Aan de andere kant van de waard tekent hij een rommelplek met een Oûden Steenoûen. Zo’n steenoven was in die tijd een tijdelijk iets: je groef geschikte klei uit en ter plekke maakte je daar bakstenen van. En als je klaar was, verviel de plek tot een rafelrand.

Verder velden, weggetjes, bomen en koeien op de waard. Aan de leuke koeien herken je het tekentalent van Witteroos. Twee bakstenen bruggetjes, het lijken heulen, staan verloren in het veld: Witteroos was geen waterkundige en leek geen oog te hebben voor het doel van deze bruggetjes. Terwijl je in de 16de eeuw echt niet voor je lol een brug gaat metselen.

De velden zijn van elkaar gescheiden door gevlochten hekwerken van riet en wilgenhout. Hij tekent boompjes in keurige rijen, en zo staan ze nu nog in deze omgeving. In deze streek zijn grote laanboomkwekerijen actief op Europese schaal, hoewel de fietstoerist meer kijkt naar de kersenboomgaarden.

Meer over het water in het Binnenveld en Gelderse Vallei.