Na deze eerste Uelser-fase rukt het ijs verder op en blijft weer ‘ergens’ een tijdje liggen. Dwars door Nederland liggen heel wat kleinere stuwwalresten ten zuiden van de eerste lijn zoals bij Enkhuizen, Urk en Vollenhove bijvoorbeeld, die dit bevestigen. In Twente en de Achterhoek liggen de Sallandse Heuvelrug, Tubbergen, de Stuwwal van Delden, Lochem en Neede en de rug van Lonneker en Enschede.

Ik zoek alle stukjes bij elkaar die horen bij de volgende puzzel. Mijn criterium is dat het stukjes zijn die horen bij een fase van uitbreidend ijs. Het is dus beslist niet zo dat dit in dezelfde tijd afspeelt, maar wel in dezelfde uitbreidingsfase.

  • de Sallandse Heuvelrug
  • de hoogtes bij Sibculo, Tubbergen, Delden, Neede, Lochem
  • de rug van Lonneker en Enschede
  • de Rossummerpoort
  • het Bekken van Hengelo
  • de sandr bij Geesteren (Vriezenveen)

Ik teken dit alles in op de eerder gebruikte Duitse kaart en krijg dit:

Ik weet dat in de IJsselvallei een gigantisch ijsveld groeit dat de Veluwe en enkele heuvels aan de oostkant begint op te persen (die nu horen bij de Sallandse heuvelrug), want dat is Het Grote Verhaal, maar daar kijk ik nu niet naar. In ons gebied groeien drie ijslobben. Twee daarvan vind ik terug in de literatuur, de derde verzin ik zelf. tussen Hoogeveen en Lutten groeit een ijstong uit tot aan Markelo die om zich heen de Sallandse Heuvelrug opperst. De lage stuwwal van Sibculo zal daarbij horen en er oorspronkelijk aan vast hebben gezeten, net als de Archemerberg en Besthmerberg. Ik noem hem de Regge-ijstong.

Het ijsveld in het bekken van Nordhorn groeit ook. Maar dat kan geen kant op, want ten zuiden daarvan botst het tegen de harde gesteenten van Bentheim. Het breekt bij Rossum door de zelfgemaakte Twentse Stuwwal heen en maakt zo de Rossummerpoort. Het dringt Twente binnen en vult een groot dal op terwijl het tegelijkertijd diep wegzakt in de zachte ondergrond. Dit dal noemen we het Bekken van Hengelo. Ik schets de ijstong in mijn kaart met rood zoals hij misschien gelegen kan hebben en noem hem de ijstong van Hengelo. Ik teken hem in het gebied tussen de heuvels van Tubbergen, Delden, Neede en de rug bij Enschede en Lonneker waar hij raakt aan de Tertiaire kleien.

Goed, het ijs breekt dus bij Rossum door de stuwwal maar wat gebeurt er met het materiaal? IJs is geen water, ijs groeit met enkele meters per jaar. Het duwt langzaam en duwt de drempel weg. Dat hangt samen met de gladde Tertiaire kleilaag onder de stuwwal: blijkbaar is de wrijving tussen stuwwal en klei kleiner dan de interne wrijving in de stuwwal. Wie weet is de ondergrond ook wel bevroren, dan is het vlak nog gladder. In elk geval: het ijs neemt al groeiende een heel stuk van de eigen stuwwal mee. Een deel glijdt naar links en wordt afgezet tegen de Tertiaire Hoogtes bij Enschede; de Lonnekerberg wordt gevormd. Een tweede deel glijdt naar rechts naar Delden en dat verklaart de Stuwwal van Delden. Op mijn tekening horen Tubbergen en de Needseberg er ook bij, maar dat is niet gebaseerd op literatuur.

Ik kan nu deze derde puzzel ook leggen, want ik heb alle stukjes bij elkaar. Hier komt hij:

De Sallandse Fase. Blauw: ijs. Rood: stuwwal. Oranje: sandr. Blauwe pijlen: Rijn en Ems-Weser-Aller. AHN, bewerking Mathilde, 2019

Je ziet de rand van het ijsveld, de stuwwallen voor zover we die nu nog herkennen en de sandrvlakte bij Geesteren-1 (er zijn twee Geesterens). In Duitsland noemen ze een hoge droge vlakte overigens een Geeste, en dat is sandr ook.

Bij de Rijn voegt zich vanuit het oosten de gecombineerde Weser-Aller-Ems die hun loop door het ijsveld geblokkeerd zien worden en naar het laagste punt, de Noordzee, afbuigen. 

Maar bij Sibculo is ook een gat, het ijs staat daar ook te trappelen om Twente binnen te vallen. Hier mijn zelfbedachte derde ijstong waarmee ik weer wat puzzelstukjes kan leggen.  Deze stuwwal duwde bij Westerhaar een stukje Stuwwal van Sibculo aan de kant en rukte op naar Almelo. De ruggen van Wierden raakten beklemd tussen de twee ijstongen. Het ijs rukte verder op naar het zuiden naar Enterbroek en Goor. Bij Delden raakt materiaal beklemd tussen de twee ijstongen en vervormt tot de stuwwal van Delden.

Welke van de twee nou uiteindelijk de Lochemmerberg en Needseberg heeft opgeperst, is nog niet duidelijk.

En zo komt er steeds meer ijs, groeien de velden aan elkaar, raken de stuwwallen steeds meer ingeklemd, totdat ……

 En zo gaat het steeds verder, totdat ……

Het hele verhaal van Oost-Nederland, van Precambrium tot en met de ijstijden teruglezen? Zie rechterkolom van deze site.