Thomas Witteroos heeft in 1570 een gedetailleerde kaart van het Moftbos op de stuwwal Ede-Wageningen gemaakt. Het is een kaart op perkament van zo’n anderhalve meter lang met daarop alle heggen (hakhoutpercelen) en het jaar waarin een hegge weer gehakt mag worden.

kaart 15 Moft
Witteroos 1570 bron Gelders Archief 0012-1403-0001

Nicolaas van Geelkercken heeft 80 jaar later de kaart herzien met een kaart op perkament van 120 cm lang.

kaart 16 Moft
Van Geelkercken 1649 bron Gelders Archief 0012-1408

Eerder al had Nicolaes twee detailkaarten gemaakt van de Zuidoosthoek van het bos, en wel omdat Heer Raesfelt een paar percelen had gekocht. De oudste van deze twee is deze kaart uit 1640.

kaart 16 Moft
Van Geelkercken 1640, bron Gelders Archief 0012-1409

Ik heb uren op deze kaarten zitten turen, slapeloze nachten lang. Een van de dingen die mij stoorde is het gerommel op de kaart van Witteroos in de zuidoosthoek. Ik heb daarover mijn eigen theorie gevormd: Van Geelkercken heeft zitten kliederen op de kaart van Witteroos. Onvoorstelbaar maar waar. Het handschrift van Nicolaes is herkenbaar, de kleur van de inkt is zwarter. Hij tekent een Z-stippellijn met daarin een paar rondjes en wat teksten.

Dat wordt duidelijk als hij enkele jaren nog een detailkaart maakt. Raesfelt kocht een stuk grond bij, de trijangel, en Nicolaes maakte ook daarvan een kaart. Hierop staat het eindpunt van de Z-stippellijn dat Nicolaes punt L noemt. Even ten zuiden daarvan ligt een kuil (het zuiden is links op al deze kaarten).

kaart 16 Moft Wageningen
Van Geelkercken GA 0124-5633-1686-30

Punt L kunnen we dus intekenen op de kaart van Witteroos aan de hand van de stippellijn en kuilen die Nicolaes heeft gekliederd op de kaart van zijn gerespecteerde voorganger.

Waar ligt punt L in het veld? De overzichtskaart van Nicolaes geeft daar uitsluitsel over: de top van de trijangel ligt bij de seven huevels, die volgens mij de grafheuvels op de berg moeten zijn. We kijken in detail naar dat deel van de overzichtskaart van Van Geelkercken:

kaart 16 Moft
Van Geelkercken detail

 

Waar ligt punt L bij Witteroos? Ook al had Witteroos nog geen weet van punt L? Het geklieder van Van Geelkercken op de kaart van Witteroos geeft uitsluitsel: Hij tekent aan het eind van zijn stippellijn een rondje en dat zou dus overeen moeten komen met punt L op de tweede detailkaart. Dat is immers op beide kaarten het eindpunt van de stippellijn. Dat ligt bij Witteroos in de binnenhoek van de Munckenkuil.

Maar: dat klopt van geen kanten want is veel te ver naar het westen. Toch is de redenering waterdicht. Wat doe ik fout? Witteroos geeft op zijn kaart een duidelijke schaalstok, en Van Geelkercken kan goed meten en rekenen dus het moet kloppen wat hij inkliedert op de kaart van Witteroos. Dus waar gaat de redenering mank?

Van Geelkercken moet ditzelfde gedacht hebben: ik kom verkeerd uit, wat doe ik fout? Op de grote overzichtskaart heldert Van Geelkercken op wat er fout is gegaan: hij vermeldt dat Witteroos een andere maatstok gebruikt dan hij verwacht. Witteroos zegt wel ‘dit stuk is 80 roeden’ maar hij zegt niet hoe lang zijn roede is. Van Geelkercken en ik waren er beiden vanuit gegaan dat hij de normale gangbare Gelderse of Rijnlandse roede gebruikt, maar hij gebruikt een stok die alleen in Oenkerk, een dorp in Friesland, als roede wordt gezien. De Oenkerkse roede is veel korter.

Dat verwacht je toch niet?

 

 

Advertenties