Hier een kaart uit 1657 van de Hartense Beek in het Renkums Beekdal. Zo netjes zijn ze niet vaak. De kaart is gemaakt door Isaac van Geelkercken.

1669-0001 kaart 17
GA 1669-0001

Welk deel van het dal zien we hier? Het noorden is links onderin. Ik leg de kaart voor me op een actuele topografische kaart, en dat levert al meteen de eerste fout op: de windroos klopt niet. Die moet ongeveer 45 graden gedraaid worden met de klok mee. Oftewel: het noorden is links. Zowel vader als zoon Van Geelkercken overkomt dit nogal eens, gebruikten ze hetzelfde onnauwkeurige kompas. Had Pa zijn Zoon een truukje geleerd om altijd het noorden te kunnen bepalen en was dat niet zo’n goed truukje?

De Hartensebeek is een gegraven spreng in een natuurlijk beekdal. De gegraven spreng ligt diep in het veld en meandert niet uit zichzelf. Dat betekent dat alle bochtjes er nu nog net zo bij liggen als in 1657. Ik heb de windroos niet nodig.

De Hartensenbeeck ontspringt in de Ginckelse Kolck. Die is weg, want bij het aanleggen van de A12 is de kolk vergraven. Ten zuiden van de A12 liggen nu twee sprengkoppen. Van Geelkercken legt de Maenerwech net ten zuiden van de Ginkelse kolk, maar volgens mij ligt hij iets zuidelijker.

Ik volg de bochten op de kaart naar het zuiden en kom bij een klein wormvormig aanhangsel. Dit is bij het fietspad langs het spoor. De volgende keer ga ik eens kijken of er nog iets te zien is van dit dalletje. Verder naar het zuiden een grotere natte plek waar vanuit het oosten een zijbeek lost. Dat is een gegraven spreng die nu droog staat meen ik. De spreng ligt in het droogdal van het Turfdel. De twee eilandjes liggen er nog net zo, alleen stroomt er geen water omheen. Voor wie het daar kent: je komt er door bij het bruggetje waar de ‘normale’ beekdalwandelingen omkeren, het pad naar de camping verder te volgen; de spreng ligt in de camping. Van Geelkercken tekent verder naar het zuiden tussen de bochten van de gegraven spreng natte plekken. Daar liggen nu ook sprengen die blijkbaar later zijn gegraven. Natte plekken liggen er ook volop. Tot zover de beek.

Dan de wegen: die zijn lastiger te lokaliseren. Van Geelkercken tekent een opvallende zevensprong. Daar kruisen de Doreweersen Turffwech, de Wech van Reems na Wageninge en na Bennecum, plus de weg na Ginckel en na den Quaijenoort elkaar. Sporen van de Doorwertseturfweg zijn nog altijd mooi te zien op het AHN: ongelooflijk dat je na honderden jaren kunt terugvinden waar karren de beek zijn overgestoken. In het veld zie ik niets. Op het AHN loopt de Turfweg iets anders dan op de kaart, omdat er immers blijkbaar later nog een extra spreng is gegraven.  Op het AHN zie ik ook goede kandidaten voor de wegen naar Quadenoort en naar Reemst. Volgens mij is de zevensprong verdwenen onder een biljartlaken van een degelijk geploegd veld. Jammer!

 

Als derde de stippellijnen die vermoedelijk grenzen aangeven. In het westen ligt de Moft, het grote bos tussen Ede en Wageningen. In het oosten ligt de Rijncomsche Heijde, maar die loopt niet door tot de beek. Isaac tekent een stippellijn, en verdeelt het land langs de beek ook nog in tweeën. Perceelsgrenzen blijven ook vaak eeuwen hetzelfde. Ja hoor, op topotijdreis-1880 zie ik het zuidelijke perceel terug als bos met een wal. Het noordelijke deel niet overigens, dat was toen deel van de Renkumseheide. Of bedoelde Van Geelkercken een richtlijn naar de kolk? Dan klopt het precies. De wal ligt er nog steeds, zie de AHN uitsnede. Er verandert nooit wat in Nederland.

Tenslotte de tekst: Anno 1654 den 23 December heb ik onderss door last van mijn Heeren van Reeckeninge in Gelderlant, gemeten het gedeelte van de Mofft tuschen den Reemsenwech na den Quaijenoort en de Hartense beeck, so van den Ginckelschen kolck comt, so mij door Sr Langemaeck present den Bosmeester Sas is aengewesen, en is het selve groot bevonden, so wijt hett met root in dese caerte geteijckent twee en dartich en een halven morgen, Gedaen [op] jaer ende dach als boven door des edle hoves van Gelre lantmeester I van Geelkerck.

Dat rood was me niet opgevallen. Ik kijk beter op de kaart: het rood is vervaagd, maar ik zie het wel terug. Omdat de oppervlakte erbij staat, is een lijn te trekken waarop de zevensprong moet liggen. Maar dat gaat mij boven de wiskundige pet. Isaac moest de oppervlakte van het rode stuk uitrekenen. Dat was niet eenvoudig met al die bochtjes in de beek. Gezien de stippellijnen ten oosten van de beek, vermoed ik dat hij eerst een berekening voor de hele vijfhoek stippellijn – Maenerweg – weg naar Reemst – weg naar Quadenoord heeft gemaakt, en toen het deel oostelijk van de beek ervan heeft afgetrokken. In de beek tekent hij ook een stippellijn: zo versimpelt hij de bochtjes.

Ik teken alles wat ik heb in op het AHN en krijg dit: kenners van kaarten, geschiedenis van deze omgeving, oude wegen: klopt dit? Zo nee, kunnen we samen tot een betere kaart komen? Behalve dan dat mijn vinger op dit scherm (geen tekencomputer) nogal grof is.

ahn edeEr staat niet bij waarom de kaart is gemaakt, ook in het Gelders Archief kan ik dit niet terugvinden. Maar van de kaart van Witteroos uit 1570), weet ik dat hier een een stuk land lag dat de Ginckelsen in gebruik hadden genomen terwijl het volgens de kaart van Nicolaes Van Geelkercken uit 1649 eigenlijk bij de Moft hoorde. Hij noemt het de Ginckelse Hoeck. Nu in 1654, 84 jaar na de kaart van Witteroos, moest dit blijkbaar maar eens opgehelderd worden door de zoon van Nicolaes, Isaac.

Ineens slaat de twijfel toe: ik heb nu een hele stapel kaarten bekeken van dit gebied, en op elke staat wel een zevensprong. Maar dat lijkt steeds wel een andere.  In elk geval is de zevensprong op deze kaart van Isaac niet dezelfde als die op de kaart van zijn vader, want Pa laat de Maanerweg door de zevensprong lopen en Isaac niet.

Ik wil alle kaarten eens over elkaar leggen, maar niet nu.