In 1768 maakt J.C.Berger een kopie van een deel van de kaart van Van Geelkercken uit 1653. 115 jaar later dus, maar blijkbaar was de kaart nog actueel. Berger gebruikt alleen de grens vanaf de boerderij Groot Ginkel tot Nieuw Reemst. Hij zet letters die hij verklaart in het onderschrift. Ik ben benieuwd.

1571 kaart 18
GA 0409-1571

De schaal lijkt nergens op: de afstand tot Nieuw-Reemst is veel te kort getekend. Blijkbaar kon het Berger niet schelen dat de schaal niet klopte, als het doel maar duidelijk was. Waarom? Het is altijd interessant de reden van een kaart te weten: dat bepaalt vaak wat zorgvuldig en wat minder zorgvuldig is getekend. Tussen wie was er ruzie? Waar ging de kaart over? Wie was de opdrachtgever? Informatie hierover haal ik vaak uit het bijbehorend processtuk, maar dat zit hier niet bij (het archief van Huis Keppel is niet gedigitaliseerd). Ik hoop dat de kaart zelf informatief is. Eerst maar eens de kaart zelf bestuderen.

Ik zie drie boerderijen: Groot Ginkel, Hindekamp en Nieuw Reemst. Kreel tekent hij niet (Nicolaes wel). De boerderij Groot Ginkel is nu het centrum van Natuurmonumenten. Nieuw Reemst ligt er nog net zo, maar de Hindekamp is daar weg. Ik denk dat de Hindekamp verplaatst is naar hoger droger zand. Langs het kwartronde veld een duinenrij, en dan twee rechthoekige velden en dan weer duinen.

Ik volg de grens en begin links onderin in heetland (heide) en kom al snel bij een vaargat. Een vaargat? Was De Ginckel een soort Giethoorn? Bij het vaargat staat de letter A: even de tekst lezen bij A:

A is een vaargat daar Ginckel en Eede scheijdt.

Daar schiet ik weinig mee op. Is een vaargat een opening om doorheen te varen of doorheen te fahren? Ik houd het op het tweede.

Wie vanaf het heetland door het vaargat fahrt komt in het Ginckelse onlandt of waterachtige grondt. De grens gaat hier rechtdoor naar halverwege het kwartronde veld wat Berger ‘ouden Hinderkamp‘ noemt. Dit sterkt mijn vermoeden dat de Hindekamp eerst hier lag en later verplaatst is naar de hoge droge grond waar het nu ligt. Dus dat het onland steeds natter is geworden. Mijn hypothese is dat de zandverstuivingen de afvoer van de Ginckel naar het Renkums Beekdal heeft verstoord.

Op de hoek ligt punt B:

B dese scheijding soude laaken tot op den helfft van den ouden hinderkamp.

Ik loop met mijn vinger op de kaart verder langs de grens. Links van me enkele bultjes, duinen vermoed ik. Kan ik die op het AHN terugvinden? Ik teken de grens over op het AHN:

Er ligt hier een fraaie duinenrij op de grens tussen het huidige landbouwveld en het bos. Kan dit het zijn, misschien een beetje verder naar het oosten verstoven en in het bos blijven hangen? Andere duinen, meer naar het westen, zie ik niet. Wat was hier aan de hand? Het veld werd dus natter doordat het water niet meer weg kon naar het Renkums Beekdal. En bovendien kwam er stuifzand uit het westen dat het veld overstoof. Wat een ellende. Dus daarom tekent Berger duinen op het veld: in zijn tijd was de verstuiving blijkbaar in volle gang. Deze duinen zijn nu weg, en op oude topografische kaarten, van voor de drooglegging, staat het kwartronde veld als moeras getekend. Klinkt logisch.

Verder met de grens langs De Ginkel, ik ‘loop’ nog steeds langs de Oude Hinderkamp. De weg splitst zich in een oude voorlanderweg achter de houtwal over het veld en de grotere gemeenen weg. Beide komen bij een Heck uit, punt C:

C: vervoglt tot t Hecken t welk die van Ginckel toe komt te hangen; t welke die van den Hinderkamp hebben afgeworppen;  en onlangs een niuw heck in de platse gehangen; het welk die Ginckelsen, in mijn tegenwordigheit hebben afgesmeeten.

Leuk zo’n schrijffout, vervoglt ipv vervolgt. Het waren kaartenmakers, geen schrijvers. Maar goed, ze maakten dus ruzie om een hek. De Hindekampers hadden dan afgeworpen, een nieuw hek geplaatst en dat hebben de Ginkelers afgesmeten. De Hindekampers hadden dus ruzie met de Ginkelers. Die laatsten hadden mazzel: die hadden geen last van stuifzand noch van het stagnerende water. De Hindekampers waren hun grond kwijt en begonnen opnieuw en zullen vast grensconflicten met de Ginkelers hebben gehad.

Er staat daar overigens nog altijd een hek met een wildrooster.

De grens maakt een hoek en loopt verder langs de Ginckelse Graaf. Bij de graaf staat letter D:

D betekent de graff dewelke die van Ginkel hebben gegraaven, om dat haar paarden uijt’ onlant niet souden wegstreijken

Ha, het natte onland werd als paardenland gebruikt en een sloot hield de paarden tegen. Berger tekent gras en water. Voor het einde van de graaf buigt de grens af naar het oosten. Hier ligt nog altijd de grenswal.

Al snel passeert mijn vinger bij punt E een pol (heuveltje) en gaat door een watervles. Dit is nat onland. Dan kom ik op punt F bij een wervelenstruijk. Dat is een oude naam voor een waterwilg. Daar kruist de weg van Mossel deze grens, en die zal hebben gelopen over de harde droge strook tussen de watervles en het mulle zand op de stuwwal. Zo loop ik ook over het strand.

Mijn vinger loopt verder over het Hooge Sandt naar het Vosschenweegsken. Daar gaat ons nieuwe boek over! Punt G is nu een pol met een betonnen grenspaal erop.

foto Mathilde, 2019

Vandaar gaat de grens naar het zuiden, kruist bij punt H de Westerbergen en loopt vandaar langs de akker van Nieuw Reemst. Maar daarin was Berger dus niet geïnteresseerd