In het boekje ‘De Oost-Veluwe’ wat ik krijg toegestuurd van Stichting Telluris wordt het Hertendal bij Hoog-Soeren gedetailleerd onderzocht. Opvallend aan dit Hertendal zijn twee kleine dalen die vrij recht NZ lopen. Telluris noemt dit troggen. Ze vermoeden wind of kolkend smeltwater als oorzaak.

De pijlen wijzen naar de dalen waar het om gaat (er zijn meer van die dalen). Het zijn duidelijk andere dalen dan de dalen links en rechts van de stuwwal. Met name de bovenste pijl wijst naar een lang atypisch dal.

Ik vermoed dat de pijlen naar subsequente dalen wijzen. Dit behoeft enige uitleg. Hier een uitleg van de vijf daltypen (Wikipedia).

  • Consequente rivieren zijn rivieren waarvan de stroomrichting een direct gevolg is van de oorspronkelijke helling van het oppervlak waarop de rivier ontstond. Wanneer de consequente rivier een heuvelrug kruist, spreekt men van een doorbraakdal.
  • Subsequente rivieren zijn rivieren waarvan de loop is bepaald door terugschrijdende erosie langsheen zwakkere lagen. Subsequente rivieren zijn gevormd onafhankelijk van het oorspronkelijke relief en volgen in het algemeen het dagzomen van zwakkere lagen.
  • Resequente rivieren zijn rivieren die het richting van het oorspronkelijke reliëf volgen, maar die pas later zijn ontstaan. Vaak zijn resequente rivieren zijrivieren van subsequente rivieren.
  • Obsequente rivieren zijn rivieren die in de tegengestelde richting van het oorspronkelijke reliëf stromen.
  • Insequente rivieren zijn rivieren die een bijna willekeurig drainagepatroon hebben (dendritisch patroon). Deze rivieren zijn ontstaan door terugschrijdende erosie door horizontale lagen of door homogene gesteentes. De stroomrichting wordt niet bepaald door de helling van het oorspronkelijke erosieoppervlak.

Een subsequente rivier snijdt zich achterwaarts in en volgt daarbij een gemakkelijk te eroderen geologische laag. Stel je hebt naast elkaar zandsteen en kalk liggen, dan kan een rivier zich achterwaarts insnijden in de kalk, want die lost op in water. Een subsequente rivier ligt dus niet logisch volgens de hoogtelijnen, maar wel volgens de geologische lagen. De dalen rechts van de stuwwal zijn consequent, en ik vermoed dat de noordzuid lopende rechte dalen, en zeker dat atypische lange dal, subsequent zijn.

Kan ik mijn vermoeden onderbouwen?

Het eerste wat me opvalt is dat de troggen NoordZuid precies volgens de richting van de lagen van de stuwwallen liggen. Op de volgende AHN kun je dat mooi zien: de troggen passen perfect in het NoordZuidlopende streeppatroon van kopjes en dalen van de stuwwal. Deze kopjes en dalen zijn het gevolg van de verschillende erosie van de rivierafzettingen waaruit de stuwwal is opgebouwd. Je ziet op deze uitsnede bij Hoog-Soeren duidelijk de rijen langgerekte bultjes liggen en de scherp ingesneden troggen passen in dat patroon. In het veld valt dit streeppatroon overigens nauwelijks op, maar op het AHN blijft niets verborgen.

Het tweede wat me opvalt is dat de troggen weinig van doen hebben met de hoogtelijnen. De grote dalsystemen van de stuwwallen hebben niets te maken met het streeppatroon en zijn ontstaan in de laatste ijstijd door smeltwater toen de ondergrond bevroren was. De beken van nu volgen deze dalsystemen (en zijn consequent), maar de scherp ingesneden noordzuid troggen passen niet in dat systeem. Op een gekleurde AHN uitsnede is dit duidelijker te zien. Je ziet dat deze trog zelfs een hoger gebied doorsnijdt (dat scheelt maar 3 meter, maar toch). Dit beeld wijst sterk op achterwaartse erosie en een subsequent dal.

Het derde wat me opvalt is dat wagensporen de troggen kruisen. Het lijkt me helemaal niet eenvoudig om met een kar zo’n scherp ingesneden dal over te steken: als de trog ook in de Middeleeuwen droog stond, lijkt het me niet zo lastig om hem bij een kruising vol te gooien met zand. Of een eenvoudige brug eroverheen te maken. Of je rijdt een paar honderd meter om: alles beter dan erdoorheen, lijkt mij. Zijn de troggen jonger dan de Middeleeuwen? Ook duinen passeren de troggen en het lijkt erop dat de troggen de duinen doorsnijden dus jonger zijn. Dan zijn de dalen niet meer dan enkele honderden jaren oud. Dat is jong! Dat betekent dat er nog na het stuifzand een natte tijd is geweest waarin deze dalen zich insneden.

Tot slot zie ik een groot raatakkerveld rechts op deze uitsnede, en midden onderin zie ik een aantal grafheuvels. Net links daarvan Hoog-Soeren. Wie zelf rondscrollt op het AHN ziet nog veel meer raatakkervelden rond Hoog-Soeren. Blijkbaar is dit al lang een bewoond gebied. Boeiend.