Mag ik je wat vragen? Wil je ons steunen bij de publicatie van ons nieuwste boek ‘Over de Vossenweg’? We lopen van Heelsum naar Otterlo en beschrijven wat we zien onderweg. Je kunt 2 euro doneren via de knop in de rechterkolom. We streven naar publicatie in november 2020.

Hoe vond een wandelaar in 1722 zijn weg op de grote stille heide? Ik denk dat dat wel meeviel: De heuvels van de stuwwallen waren beter zichtbaar dan nu, een boerderij was van verre zichtbaar, en ook bomen en struiken waren markante herkenningspunten. Maar Elshoff zet nog meer op zijn kaart ter orientering. Kijk met me mee.

Nou heeft Elshoff de kaart niet als wandelkaart gemaakt. Zijn opdrachtgever was het echtpaar Torck – Van Hoorn, eigenaars van kasteel Rosendael, ook eigenaars van het Reemsterveld. Zij was oneindig rijk, en met haar geld kocht het echtpaar de twee welvarende landbouwenclaves Mossel en Oud-Reemst.

De kaart is dus bedoeld om trots het bezit op weer te geven, niet om op te wandelen. Met name de grens is goed weergegeven: het moest natuurlijk wel duidelijk zijn tot waar ze mochten jagen. Er stonden palen, er lagen pollen, en er waren andere markante plekken. Zoals een doornenstruik.

Ik lees de teksten op de kaart en geniet van de tekeningetjes. Ik begin links bovenin en ga met de klok mee.

Elshoff 1722 0409-1538-0001

De NW-hoek van het Reemsterveld ligt in de Wolfsbergen. De binnenlandse noemt hij de Roosendaalse Wolfsbergen, de buitenlandse de Wekeromse Wolfsbergen. Op drie Wolfsbergen tekent hij een grijs pukkeltje. Ik denk dat daar een grenssteen lag: zouden die er nog liggen? Waarom niet eigenlijk, wie verplaatst er nou een steen. Ik ga binnenkort op zoek naar grensstenen, leuk!

We lopen langs de grens met de klok mee (dat kan in het echt niet overigens). We kruisen de Mosselseweg: die ligt er nog, maar is waarschijnlijk wel een beetje heen en weer verschoven in het zand. Daarna komen we bij ’t Heijenbergje: ik vermoed een heuveltje met heide erop. Dat lijkt me niet het beste markeringspunt in een grote heide, maar misschien was het wel het enige begroeide bergje in een zandwoestijn (dat kan best, we zitten daar in het huidige Mosselsezand). Daarna kruisen we de Harderwijkerweg bij de Quaepoort onder de nieuwe Masenberg. Een nieuwe berg, dat pleit voor een duin dat net was opgestoven. Ik gok op een van de prachtige duinkammen in het Otterlose Bos.

We lopen verder en komen bovenop de Aertsberg met een grenssteen bovenop. De Aertsberg ligt in de zandverstuiving de Pollen, maar is volgens mij zelf geen duin. Duinen verplaatsen zich immers, daar leg je geen grenssteen op. Het moet een stuwwalbult zijn die overstoven is door zand. De grenssteen ligt er vast nog, maar er ligt een paar meter zand op.

We gaan de hoek om naar het zuidoosten en komen bij een groene struik: Doorne Boempke. Het lijkt een Zweedse ‘o-met-streepje-erdoor’ maar die zit niet op het wordpress-toetsenbord. Wat zou een doornenboompje zijn? Ik gok op een Gaspeldoorn. We komen bij de Compagnie. Die staat op meer kaarten: blijkbaar heeft er wel eens een leger gelegen op het Deelenseveld. Op een andere kaart – ander verhaal – loopt dwars door Reemst de ‘Kroatenpas’ naar dit punt. Een mysterie uit een ver verleden.

We lopen verder en kruisen wat wegen, zoals de Koningsweg van Dieren naar Doorwerth en de Hessenweg, lopen langs een oude pol en komen bij het volgende hoekpunt bij de Vrieden Pol. Elshoff tekent hier een dam, maar ik zie in het veld niet eens een dal, laat staan dat een dam nodig is. Deze dammen zijn een ander verhaal.

De Vriedenpol in 2020. Foto: Mathilde

We gaan de hoek om en lopen tussen twee rijen heuvels door het groene Papendal langs een tweede dam bij de Braspol.

De Braspol in 2020. Foto Mathilde.

Er staan meer palen op de grens, maar ik volg de kaart van Elshoff. We kruisen de weg van Oud-Reemst naar Cluijs (bij Arnhem), de Koningsweg van Dieren naar Ginkel, nog wat wegen en lopen langs Oude Pollen naar het volgende hoekpunt. Daar tekent Elshoff geen belangrijke nieuwe pol, maar later lag hier de Biessenpol.

Een deel van de Biessenpol staat ten zuiden van de Amsterdamseweg. Foto: Mathilde 2020

We gaan de hoek om naar het westen en lopen langs de Ederweg, de voorloper van de huidige Arnhemseweg, maar dan zuidelijker. Op deze grens ligt nu een mooie beukensingel.

We lopen langs pollen, kruisen wegen en komen bij het volgende hoekpunt bij de Vossenweg (daar gaat ons volgende boek over) bij de Paelberg. Elshoff tekent hier geen paal, en ik blijf me verwonderen waar toch de paal van de Paalberg stond, maar dit hoekpunt lijkt me een goede plek. Maar waarom tekent geen enkele kaartenmaker hier een paal? Het punt is nu de K-kruising bij de Kruislaan-Hutlaan. In plaats van een paal staat er nu een ANWB-paddenstoel. Elshoff tekent wel een pol met een kriebeltje bovenop. Hier een schetskaart van dezelfde plek, ook met een kriebeltje daar.

Hier vlakbij buiten het Reemsterveld, tekent hij een vlek met daarin Heijdenstadt: weer zo’n onbekende plek uit een ver verleden, ook dat is een ander verhaal.

Hier gaan we weer de hoek om en lopen naar het noorden naar de westkant van Nieuw-Reemst, steken weer een aantal wegen over (zoals de eerder overgestoken Koningsweg en Hessenweg) en komen bij de Westenberg.

We gaan weer een hoek om en lopen naar het Noordwesten langs de Kelderbergen naar een steen bovenop de Koerts Hutten Pol. Is dit de Pol bij de Hut van Koert? Hij tekent geen hut. Of is dit een mooi uitkijkpunt (koeren is koekeloeren is uitkijken)? Als je hier de bomen weghaalt, heb je inderdaad een mooi uitzicht over ‘vijandig’ en ‘eigen’ gebied. Elshoff schrijft naast deze pol: Soo sommige meenen sou op dese pol de Scheijdige lopend. De grens lijkt hier niet helemaal eenduidig, want hij tekent een (voor Rosendael ongunstigere, want een kleiner gebied opleverende) grens iets meer naar het oosten strak langs de Kelderbergen. Op die lijn ligt nu de beukensingel, denk ik.

We lopen door en komen bij oude pollen bij het huidige uitkijkpunt op de in 1722 naamloze Valenberg. Daarna wordt de grens een beetje vreemd, zie de kaart in de noordwestpunt: blijkbaar is er kort daarvoor een driehoekje bijgekocht. Dat driehoekje ligt er nog net zo: perceelsscheidingen werken vaker eeuwen door in landgebruik en wegenpatroon. We komen bij de Ossenweg, lopen langs drie pollen die datzelfde jaar in 1722 zijn gelegd, steken nog de belangrijke Wekeromseweg over en zijn terug bij het startpunt.