(Eerste versie 8 augustus 2018, nieuwe versie 28 juli 2020)

Sorry dat ik stoor. In de rechterkolom staat een doneerknop. Hiermee kun je met 2 euro deze site en het publiceren van meer boeken steunen. Hoeft niet, mag wel.

Dit is het begin van een lange serie over het waterbeheer in Het Binnenveld, het gebied tussen Veenendaal, Ede, Rhenen en Wageningen. Boeiend, ingewikkeld en uiterst goed gedocumenteerd in de archieven vanwege eindeloze ruzies tussen Gelderland en Utrecht. Maar eerst het begin: het ontstaan van het dal en de heuvels.

Aan het eind van de Grote IJstijd in het Saalien begint het gigantische ijsveld in de Gelderse Vallei te smelten. Waar moet al dat water heen? Het kan geen kant op, ingeklemd als het zit tussen stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe die het ijsveld zelf heeft opgeperst. Water stroomt altijd naar beneden, en de laagste kant hier is het Noord-Westen. Maar die weg is vooralsnog afgesloten door ijs. Dat weliswaar aan het smelten is maar misschien duurt het wel duizend jaar voordat dit honderden meters dikke en honderden kilometers lange ijsveld gesmolten is.

(Abracadabra? Ga naar Het Verhaal van Nederland, deel 1: Precambrium en lees het hele verhaal)

Het water verzamelt zich tussen de stuwwallen en het smeltende ijsveld. Daar ontstaan meren met rustig water waarin allengskens fijn materiaal zich afzet. Op sommige plekken in Nederland is die afzetting nu nog zichtbaar. Zo niet langs de Utrechtse Heuvelrug en in de Gelderse Vallei, hoewel niet elke vierkante meter hierop onderzocht is. Maar waarschijnlijk was het geweld hier te groot. Want wat gebeurde er?

Het water staat hoog tegen de stuwwal aan en begint op de laagste plekken eroverheen te sijpelen. Op een gegeven moment breekt de hele stuwwal door, gutst het water erdoorheen en stroomt het meer leeg. Zo zijn de smeltwaterpoorten zoals de Darthuizerpoort en de Ginkelsepoort ontstaan, en dat is nu nog goed te zien. Waarschijnlijk ging het in de zuidpunt van het immense ijsveld in de Gelderse Vallei net zo: er ligt hier een meer, de stuwwal breekt door, het meer stroomt in hoog tempo leeg en sleurt de zooi uit het gat mee de Rijn in naar de Noordzee. Weg stuwwal, die ligt sindsdien op de bodem van de Noordzee. Kan ik dit bewijzen? Ik maak op Dinoloket een kaart van al het gestuwde materiaal, en ja hoor, mijn hypothese blijft overeind.

De top van de stuwwal met het doorbraakdal de Valleipoort. Tekening: Mathilde 2020, ondergrond Dinoloket.

Je ziet de top van het gestuwde materiaal. Onder de Grebbedijk ligt dus wel degelijk gestuwd materiaal: de stuwwal heeft echt doorgelopen, de Grebbedijk en de Wageningseberg zaten echt aan elkaar. Je ziet dat de top van de stuwwal bij de Grebbedijk echt veel lager ligt dan op de Utrechtse Heuvelrug en de Wageningseberg. Het is een echt doorbraakdal.

Ten zuiden van de stuwwallen met de poort erdoorheen loopt de Rijn in zijn eeuwige stroom naar het westen. De Rijn verlegt steeds weer zijn loop en erodeert buitenbochten uit. Steeds weer slijpt hij stukjes van de stuwwallen af tot de opvallend steile hellingen van de Grebbeberg en Wageningseberg nu. Dit proces van slijpen gaat nog altijd door maar houden wij nu met alle mogelijkheden die we hebben tegen. Tot in de zeventiende eeuw schuurt de Rijn bij Heveadorp en bij Arnhem grote stukken van de helling weg. De vlakte in Arnhem waar de Kunstacademie op staat is pas in de 17e eeuw ontstaan! Ja, dat is een ander verhaal.

Verder met het verhaal van het Binnenveld. We hebben inmiddels een dal, twee stuwwallen, een gat en de Rijn.

Na de ijstijd is het tienduizend jaar warmer, zoiets als nu; we noemen die periode het Eemien. In de Vallei zullen natte bossen gestaan hebben met wilg en els en er zullen dieren gelopen hebben. Er zullen mensen hebben geleefd die gejaagd hebben op die dieren en genoten hebben van de overvloed die de natuur hen gaf. Dit paradijs duurt ongeveer tienduizend jaar.

Dan wordt het weer snel kouder: de laatste ijstijd het Weichselien begint. Zo koud dat de plantenwereld verdwijnt. Gure winden waaien over de Vallei en zetten dikke lagen zand af. In het Binnenveld is die laag tot 10 meter dik. Op de hogere delen van de stuwwallen niet: daar ontstaan wel zandduinen, maar geen dikke lagen dekzand. Het gevolg is dat het hoogteverschil tussen de bodem van het dal en de top van de stuwwal ernaast vervaagt. Dat is jammer. Als die ijstijd er niet was geweest, hadden wij geen vlak land gehad.

Zo’n 12.000 jaar geleden wordt het weer geleidelijk warmer en begint het Holoceen. Bomen komen terug, mensen volgen hen. Geleidelijk aan wordt het voller op de Veluwe en in de Vallei. Laten we eens kijken hoe de Vallei eruit zag in de Middeleeuwen vlak voor de eerste dorpen en steden ontstaan. Het Binnenveld in het jaar 800.