(eerste tekst 29 december 2018, herzien op 30 juli 2020)

In de rechterkolom staat een doneerknop. Hiermee kunt u 2 euro doneren voor het bijhouden van deze site en voor het publiceren van meer boeken. Mag wel, hoeft niet.

De oude woonkernen in het Binnenveld liggen op de helling tussen stuwwal en veen. De stuwwal was in gebruik als bos en heide, de helling als landbouwgrond. En beneden in het Binnenveld werd riet gestoken, wilgenhout gehakt, vis gevangen, koeien geweid en gehooid. En turf gestoken, zo’n fijne brandstof. Dit principe geldt voor alle plaatsen op de rij van Wageningen tot Lunteren, en aan de westkant Achterberg. Elke gemeenschap heeft gronden van boven tot beneden.

Sommige plaatsen wijken af: Maanen, Velthuizen en De Kraats liggen op een dekzandrug die het veen insteekt, maar ook die gemeenschappen bezaten gronden van boven tot beneden. Emminkhuizen ligt tegen een privé-heuvel omgeven door veen. Veenendaal is wat jonger, maar ligt ook op twee droge heuvels in het veen. Deze drie heuvels zijn de toppen van een stuwwal die verder ondergronds ligt.

Wageningen ligt afwijkend: het ligt op een handelsplek, een slimme plek langs een doorgaande route. Kijk met me mee.

Wageningen ligt in de zuidpunt van de Gelderse Vallei tegen de stuwwal aan. Laten we eens naar die Gelderse Vallei kijken door de ogen van een Middeleeuwer. De Veluwe is hoog en droog, net als de Utrechtse Heuvelrug; beide gebieden zijn bewoond en belangrijk. Maar het gebied ertussenin is een groot moeras en veengebied. Ondoordringbaar wilgenbos, veen waarin je wegzakt, tot aan de horizon richtingloze zompen waarin je verdwaalt als je niet verdrinkt. Malariamuggen en slangen maken je het leven onmogelijk.

Op een paar plekken dringen hogere zandruggen vanuit de Veluwe ver door in dit moeras. Daar kun je de Vallei oversteken. Bij Amersfoort kun je redelijk gemakkelijk hoppen van zandrug naar zandrug, en alleen bij de Amer blijft een lastig nat stuk over met gelukkig een plek waar je er vrij eenvoudig overheen kan: daar ontstaat de nederzetting Amersfoort.

Ook in het zuiden van de Vallei liggen enkele zandruggen die helaas niet tot de overkant reiken maar verdwijnen in het veen. De beste plek om in het zuiden de Vallei over te steken is bij de uiterste zuidpunt. Daar is de Vallei het smalst: van de Utrechtse Heuvelrug tot de Veluwe is het maar 5 km. Reuze handig is het dat de Rijn hier stroomruggen en oeverwallen heeft afgezet. Die zijn hoog en droog en liggen als een groot veilig vluchteiland in het waterrijke moeras. Ten westen en oosten hiervan blijft een smalle strook moeras over waar je even doorheen moet. Aan de westkant is dat de monding van de Kromme Eem en daar ontstaat de nederzetting Grebbe. In het oosten is de natte strook breder en daar ontstaat Wageningen.

Op de paleogeografische kaart van 800 nC kun je dit prachtig zien. In het westen sluit de (blauwgroene) hogere stroomrug van de Nude vrijwel aan op de Grebbeberg, maar in het oosten zit een breed gat.

kaart 8 binnenveld
bron: Paleogeografische kaarten, 800 nC

Wageningen ontstaat dus op een plek waar je de Gelderse Vallei kunt oversteken. Het heeft alleen geen naam die wijst op deze ontstaansgeschiedenis. Amersfoort ligt bij de voorde over de Amer. Er lag waarschijnlijk ook een beek bij Wageningen, die ik de Wagebeek zal noemen maar dat is een volledig zelfverzonnen naam.

Om de Wagebeek over te steken werd een dam gelegd tussen de berg en de Nude. Op die dam ligt de Hoogstraat. Waarschijnlijk lagen aan beide uiteinden van de dam doorgangen voor de Wagebeek, want water zal zich altijd op lagere plekken concentreren. Aan weerszijden van de dam was dus een brug of vonder nodig. Wie weet heeft dat later wel de grootte van de vesting bepaald en zijn de plaatsen van de Bergpoort en Nudepoort oude bruggen over de twee watertjes aan weerszijden van de dam. Misschien is dat de reden waarom de vesting als een veel te wijde trui om de nederzetting lag waar velen zich over verwonderd hebben. Dit lijkt best een logische gedachte, en is in lijn met wat Vervloet schetst over de geschiedenis van Wageningen.

Om de nieuwe nederzetting tegen inkomend water vanuit de Vallei te beschermen werd nog een dam gelegd, de Ouden Dam, waar later de Lawickse Allee op is gelegd. Deze dam zie je terug op de oudste kaarten. Op de volgende kaart van Van Geelkercken uit 1628 zie je de boerderij Den Ouden Dam links (noordelijk dus) van Wageningen liggen. De Rijn leverde geen gevaar op; als die overstroomde, stroomde het water naar de komgronden bij de Haar en zette daar een laagje vruchtbaar slib af.

kaart 16
Van Geelkercken 1628 bron Gelders Archief

Vervloet stelt dat De Oude Dam water vanuit het Binnenveld tegengehouden heeft, misschien wel van de Kromme Eem (en is een betere naam voor Wageningen Eemvoorde), of van de Wagebeek (Wagevoorde). Hoewel hier natuurlijk geen voorde lag, integendeel, de Wagebeek was tussen de Wageningseberg en de Nude juist smal en dus diep.

De Hoogstraat als dam tussen de Veluwe en de hoge Nude, het klinkt nu raar. Het klinkt helemaal raar dat dit niet een dijk tegen de Rijn was, maar tegen water vanuit het Binnenveld. Maar de ontwikkeling van de stad wijst er wel op. De eerste huizen verrezen aan de zuidkant van de Hoogstraat, zoals de kerk, het stadhuis en zelfs het kasteel. De straat heet niet voor niets Hoogstraat; dat het een dam was, lijkt logisch.

sGrooten tekent in 1570 een schitterende kaart van de Veluwe waar ook Wageningen op staat. Helaas wel raar gedraaid, maar duidelijk is wel dat hij de stad achter de rechte Hoogstraat situeert.

kaart 15 sgrooten
sGrooten, 1570

Op de kaart van Van Deventer uit 1575 is de unieke ligging van Wageningen nog het beste te zien. Hij moest immers in opdracht van de Spaanse koning, toen heerser over Nederland, de steden in kaart brengen en vooral ook hun strategische ligging. Hij gaf daarom goed aan wat hoge en wat lage gronden zijn. De eng en de berg zijn hoog en ook de Nude tekent hij hoog en droog. Plus een strook langs de Bornsesteeg: Kortenoord. De rest kleurt hij groen en was laag en nat en ontoegankelijk. Je ziet dat Wageningen precies in dit lage gat tussen de hoge droge gronden ligt.

kaart 15 deventer
Wageningen. Van Deventer, 1570

Wat je ook mooi kunt zien is dat er inderdaad een beek lijkt te lopen van de Dijkgraaf, Herenstraat en dan de benedenloop daarvan vanuit de gracht naar de Rijn. De Wagebeek lijkt omgelegd rond de stad en de Herenstraat lijkt langs de voormalige waterloop te liggen. Jammer dat het geen Beekstraat heet, dan hadden we het zeker geweten. Spijk is een oud woord voor schiereiland, misschien is dat een aanwijzing dat hier een beek omheen kronkelde? De Dijkgraaf lijkt de vergraven Wagebeek te zijn.

Verder lezen over de 14e eeuw  en de eerste polders in het Binnenveld.

Bron: vrij ontleend aan het hoofdstuk van Jelle Vervloet in De geschiedenis van Wageningen.

Terug naar deel 1: het Binnenveld 120.000 jaar geleden.