(oorspronkelijke tekst 26 juli 2019, herschreven 2 augustus 2020)

In de 15de eeuw waterde het noordelijke deel van de Vallei af op de Zuiderzee en het zuidelijke deel op de Rijn. De waterscheiding lag even ten noorden van Veenendaal. Waar die lag is niet meer te zien: de Veenendalers hebben in de 16de en 17de eeuw hun veen weggegraven en de waterscheiding vernield. Sindsdien watert ook het Binnenveld naar het noorden af, maar dat is een ander verhaal

In de 15de eeuw stromen drie grotere beken of weteringen naar de Rijn: de Dijkgraaf hebben we al bekeken, nu de andere twee.

Deze twee mondden samen uit in de Rijn bij de Grebbe. Tot aan de Haarsluis was de beek al in de 12de eeuw vergraven tot de Grift. Bij de Haarsluis losten de Nudepolders hierin uit. Vanaf hier naar het noorden loopt de beek over de grens tussen Gelderland en Utrecht. Iets noordelijker, waar nu het Nieuwe Kanaal in het Valleikanaal stroomt, lag de Broeksluis waar de rest van de Wageningse en Bennekomse polders losten. De splitsing tussen de twee beken moet nog noordelijker gelegen hebben maar is in nevelen gehuld.

Laten we eens naar de twee beken kijken.

De westelijke ontspringt in de venen van Veenendaal. Rond 1473 is deze veenbeek vanaf de Haarsluis tot aan Veenendaal vergraven tot Bisschop Davidsgrift, maar dat is een ander verhaal. Dit stukje gaat over de tijd daarvoor.

De oostelijke begint ten zuiden van Lunteren en stroomt tussen het veenkussen en de helling. Dit is de Kromme Eem. Deze is al voor de 15de eeuw of in elk geval voor 1460 vergraven tot Gelderse Waterlossing of de Wetering die ik, omdat er wel meer weteringen zijn, de Doesburgse Wetering noem.

Deze twee beken kwamen ergens in het Binnenveld samen. De meest logische plek daarvoor is waar tegenwoordig de Eemwal op het Valleikanaal stuit. Op de volgende kaart tekent sGrooten in 1557 deze twee beken in. Links tekent hij een veengebied vol rechthoekige percelen en de Grift naar de Rijn. Rechts tekent hij de Kromme Eem.

Vandaag het verhaal van de Kromme Eem.

sGrooten laat de beek beginnen bij Meulunteren, ver ten noorden van Lunteren, en vlak voor de Rijn samenstromen met de Grift. Meulunteren lijkt mij te noordelijk, ik vermoed dat de beek ten zuiden van Lunteren ontsprong. Ten zuidwesten van Lunteren ligt immers een zandrug en dat lijkt een logische waterscheiding.

sgrooten kaart 15
Sgrooten. bron: ?

De bovenloop van de Kromme Eem is al voor 1460 vergraven tot de Doesburgse Wetering. Hij liep echter wel door de eerste polder van Bennekom. Dat is raar, want zo vernaggel je de polder. Blijkbaar functioneerde die laagliggende polder niet goed en vonden de Bennekommers het geen probleem. Sindsdien ligt de eerste polder van Bennekom buitendijks en behoort hij eigenlijk tot de Bennekomse meent.

Bij De Grebbe lag al in de 15de eeuw een sluis. Dat is niet voor niets natuurlijk. Blijkbaar stond de Rijn soms zo hoog dat het Rijnwater de Grift instroomde in plaats van andersom. Als er gevaar dreigde dat het achterland verzoop, zette Utrecht de sluis dicht. Maar: als de sluis dichtstond, konden De Doesburgse Wetering + de Kromme Eem + de Grift + de Zijdvang dus niet lozen en dat was een Gelders probleem. Terwijl het water natuurlijk wel gewoon aan kwam stromen. Dus dan verzoop het Gelderse achterland boven de Grebbesluis nog steeds maar dat was geen Utrechts probleem.

In 1460 kwam hier een regeling voor. Er werden dwarsdijken gelegd met schutten (planken) in de wetering. De meest zuidelijke was de Maanderdijk met het Maanderschut. Ten noorden daarvan lag de dijk van de Buurtsteeg met daarin het Veldhuizerschut. En tenslotte, nog verder naar het noorden, de Doesburgerdijk met het Doesburgerschut. De dijken lagen op de grens tussen de buurschappen zodat ieder buurschap alleen last had van zijn eigen water als de schutten dicht stonden. Op de volgende kaart van Van Geelkercken uit 1655 zie je deze wetering prachtig lopen (net onder het midden, van rechts naar links en dwars daarop een aantal dijken).

kaart 16 Binnenveld
Van Geelkercken 1655 bron: Gelders Archief

Op 23 juni 1460 stelde Arnold van Gelre een dijkbrief op over het openen en sluiten van de schutten in deze Wetering. Die regeling bleef tot ver in de 20ste eeuw geldig. Besloten werd dat als de Grebbesluis open ging, het Maanderschut pas 24 uur later open mocht. Zo hadden de lage landen van Wageningen en Bennekom tijd om leeg te lopen. Na 24 uur ging het Maanderschut dus open en kon Maanen lozen. Weer een dag later volgde het Velthuizerschut en tenslotte het Doesburgerschut. Het sluiten van de schutten ging in omgekeerde volgorde zodat de laagste gronden van Wageningen en Bennekom geen last hadden van water van de hogere gronden. Elk schut zat op slot met twee sloten, waarvan de ene in beheer was bij de bovenstroomse buurschap en de andere bij de benedenstroomse buurschap. Een mooi voorbeeld van gepolder in Nederland!

Op de volgende kaart zie je hoe de afwatering van het Binnenveld in de 15e eeuw ontworpen was.

  • In blauw de waterlopen: van beneden naar boven de oude Grift, Zijdvang, de Kromme Eem, de Broekwetering die we nu het Nieuwe Kanaal noemen en de Doesburgse Wetering.
  • In rood de grenzen van de polders.
  • In paars de dijken, van boven naar beneden de Doesburgerdijk, de Buurtsteeg, Maanderdijk, Eemwal, Haarwal en Zijdvang. Ooh langs de Rijn lag ook een dijkje maar dat vond men niet zo belangrijk.
kaart 14 Binnenveld
Binnenveld 1460. AHN, Mathilde

Niet veel later werd de Grift door Utrecht doorgetrokken naar Veenendaal en werd de Doesburgse Wetering doorgetrokken tot aan deze nieuwe Grift wat overigens maar een stukje van 50 meter is. Er werd een sluis gemaakt op de plaats waar nu de Eemwal op het Valleikanaal stuit. Dit was een belangrijke grote sluis, de Hornskolk, waar ook boten doorheen of langs moesten kunnen die immers turf van Veenendaal naar de Rijn vervoerden. Nu ligt daar een wandelbrug over de herstelde Kromme Eem in het natuurgebied de Binnenveldse Hooilanden en inderdaad lopen de Grift en de Kromme Eem hier vlak langs elkaar. Van de Hornskolk geen spoor meer.

Dat de Doesburgse Wetering bij de Hornskolk in de Grift loste, betekent dat de benedenloop van de Kromme Eem nauwelijks meer water voerde: de bovenloop was er vanaf getapt. De Kromme Eem verdween daardoor min of meer van de kaart, maar bleef nog wel tot ver in de 20ste eeuw de grens tussen Gelderland en Utrecht. Utrechtse boeren hadden ook stukjes land tussen de Grift en de Kromme Eem in, de overlanden genoemd. Inmiddels is die strook Gelderland.

Over de Kromme Eem kun je een boek schrijven, want hiermee is het verhaal nog lang niet ten einde. Later weigerden de Doesburgers + Maaners + Veldhuizenaren + Edenaren mee te betalen aan herstel van de Grebbesluis, en voor straf sloot Utrecht toen de sluis bij de Hornskolk af. De Geldersen besloten toen om de Kromme Eem langs de polders weer in ere te herstellen en het Doesburgse water pas bij de Haarsluis in de Grift te laten stromen. Wat Utrecht tandenknarsend toe moest staan, omdat Wageningen en Bennekom wel hadden meebetaald en meegewerkt aan het herstel van de Grebbesluis. Het is een ingewikkeld en lang verhaal, des te ingewikkelder omdat het Binnenveld twee provincies betreft met verschillende belangen en des te langer omdat het eigenlijk pas in de 20ste eeuw werd opgelost met het graven van het Valleikanaal: een verhaal dat vijf eeuwen omspant. Ik zoek het nog wel een keer uit.

De Kromme Eem is prachtig hersteld in het nieuwe natuurgebied de Binnenveldse Hooilanden. Hij stroomt nu wel de andere kant op: in de 15de eeuw stroomde hij naar de Rijn, en nu naar Veenendaal. Dat is een ander verhaal. Een informatiebordje bij de nieuwe brug bij de Eemwal zou het compleet maken.

De brug over de Kromme Eem langs de Eemwal. Foto Mathilde 2020

Meer over het Binnenveld