(oorspronkelijke tekst 26 juli 2019, herschreven 8 november 2020)

Voor de vervening in het Binnenveld begon, was het waterbeheer goed georganiseerd. De vervening leverde geld op maar kostte uiteindelijk meer dan het had opgeleverd: het geld ging naar individuele handelaren die rijk werden, maar de kosten van een compleet nieuw afwateringsstelsel, inclusief het Valleikanaal, waren voor de overheid. Herkenbaar?

In de 15de eeuw, voor de vervening begint, stromen drie grotere beken of weteringen in het Binnenveld naar de Rijn: de Dijkgraaf, De Kromme Eem en de Veenbeek uit Veenendaal. sGrooten tekent in 1557 deze drie beken in. Links tekent hij een veengebied vol rechthoekige percelen en de Grift naar de Rijn. In het midden tekent hij de Kromme Eem. Bij Wageningen tekent hij de Dijkgraaf als een rij knotwilgen.

sgrooten kaart 15
Sgrooten. bron: Atlas Bruxellensis van Christian Sgrooten (1573 ). Op http://www.wildernis.eu/chart-room vind je een hoge resolutiekaart (onder atlassen 16e eeuw).

Op de volgende kaart zie je hoe de afwatering van het Binnenveld in de 15e eeuw ontworpen was. De Dijkgraaf loopt naar Wageningen en mondt bij de haven in de Rijn. Al het andere water komt uit in de Rijn bij de Grebbe.

Het waterbeheer in het Binnenveld voordat de vervenng begon.
AHN, bewerking Mathilde 2020

We beginnen bovenin: De Doesburgse polder werd ontwaterd door de Gelderse Wetering. Bij de uitgang van de polder in de Doesburgerdijk lag het Maanderschut. De wetering liep verder door Veldhuizen. In de Schutterdijk of Buurtsteeg lag het Veldhuizerschut. Daarna liep de wetering door Maanen. In de Maanderdijk lag het Maanderschut.

Ten zuiden van het Maanderschut liep de wetering verder langs de polders van Wageningen en Bennekom. Die werden tegen het zure water van deze wetering beschermd door de Eemwal. Bij de Hornskolk kwam de Veenbeek die het veenkussen ontwaterde bij Veenendaal erbij. Waar de twee beken samen kwamen, werd ook een schut gelegd.

Waar nu het Nieuwe Kanaal ligt, lag toen de Broekwetering. Die ontwaterde de laagste polders van Wageningen en Bennekom, de Benedendijkgraafse polders. Waar de Broekwetering in de Kromme Eem mondde, lag de Broeksluis.Vanaf hier naar beneden werden de polders beschermd tegen het zure veenwater met de Haarwal Nog verder naar beneden lag de Haarsluis waarop de Nudepolders losten.

Tenslotte loste al dit water samen bij de Grebbesluis op de Rijn.

Ooh langs de Rijn lag ook een dijkje maar dat vond men niet zo belangrijk.

Op 23 juni 1460 stelde Arnold van Gelre een dijkbrief op over het openen en sluiten van de schutten in de Gelderse Wetering. Die regeling bleef tot ver in de 20ste eeuw geldig. Besloten werd dat als de Grebbesluis open ging, het Maanderschut pas 24 uur later open mocht. Zo hadden de lage landen van Wageningen en Bennekom tijd om leeg te lopen. Na 24 uur ging het Maanderschut dus open en kon Maanen lozen. Weer een dag later volgde het Veldhuizerschut en tenslotte het Doesburgerschut. Het sluiten van de schutten ging in omgekeerde volgorde zodat de laagste gronden van Wageningen en Bennekom geen last hadden van water van de hogere gronden. Elk schut zat op slot met twee sloten, waarvan de ene in beheer was bij de bovenstroomse buurschap en de andere bij de benedenstroomse buurschap. Een mooi voorbeeld van gepolder in Nederland!

Liever het hele verhaal over het water in het Binnenveld bij elkaar? Dat kan!