In de 17de eeuw wordt het Binnenveld een moeras zonder uitgang. De Rijn komt steeds hoger in zijn bedding te liggen, en de Kromme Eem en Davidsgrift kunnen daar vrijwel nooit meer op lossen. De logische uitgang is voortaan naar het noordwesten maar daar had Utrecht rond 1653 de Slaperdijk gelegd zonder heulen erin, dus die uitgang was afgesloten. Het water kan geen kant meer op en blijft staan rond Veenendaal.

Mijn boek ‘Water in het Binnenveld’ gaat over de watergeschiedenis van het Binnenveld en staat vol kaarten, tekeningen en foto’s die het verhaal verduidelijken. Inclusief een wandelroute, fietsroute en wensroute. Plus transcripties. Het laatste concept hiervan kun je voor 6 euro kopen. Let op: dit is een document waar ik al jaren aan werk. Zo een keer per half jaar krijgen alle kopers een update. Tot ik op een goede dag op de ‘publiceren’ knop druk, en vanaf dat moment is de pdf niet meer beschikbaar. Het boek zal ongeveer 24 euro gaan kosten, zal 160 bladzijden hebben met minstens 130 kleurenpagina’s.

Rond 1670 besluit Utrecht de Grebbesluis op te knappen zodat het water van het Binnenveld toch weer naar het zuiden weg kan. Wageningen en Bennekom betalen hieraan mee, maar Ede, Veldhuizen, Maanen en Doesburgh niet. Daarop sluit Utrecht de uitgang van de Gelderse Wetering op de Grift af bij de Hornskolk. De Gelderse Wetering was de grote afvoersloot van Ede, Veldhuizen, Maanen en Doesburgh die bij de Hornskolk (waar nu de uitkijktoren staat in de Binnenveldse Hooilanden) op de Davidsgrift uitkwam.

Dit was vooral vervelend voor de polders van Wageningen en Bennekom, want het water van Ede, Veldhuizen, Maanen en Doesburgh stroomt gewoon door natuurlijk en stagneert op die polders. Daarom stond het polderdistrict toe dat Maanen en Veldhuizen een nieuwe afwateringssloot zouden graven. In 1671 wordt hierover een Akte van overeenkomst gesloten.

Polderkaart 1753 Binnenveld
GA 1963 529-016

De vraag is natuurlijk welke sloot dat is. Volgens de Akte loopt hij langs de gronden van de drost van Wageningen (Torck) en Wouters door: dat is naast de huidige Kooiweg.

Ineens worden twee dingen duidelijk: ten eerste is die sloot breder dan de andere (om dat te zien moet je verder lopen) en ten tweede is daar bij de monding de oever zwaar afgekalfd tot een klein meertje. En wat ook duidelijk is: in 1671 (en latere jaren) stroomde het water naar het zuiden.

In deze akte staat ook dat de boeren wel mochten schouwen en chivongen op de Eem zoals altijd gebruikelijk was. Chivongen op den Eem? Ik lees hierin dat boeren met sivons hun land leegpompten op de Eem. Of juist andersom, lieten ze met sivons Eemwater in om hun hooilanden te bevloeien? Intrigerend verhaal.

Word lid en lees de transcriptie.